Domeinen verbinden

Toespraak en presentatie van Mariëtte Hamer op het VNG congres ‘Samenwerken aan lokaal ondernemerschap’

19 november 2015
De onderstaande tekst bevat de bouwstenen voor de toespraak van Mariëtte Hamer en is daarom niet bedoeld om letterlijk uit te citeren.

 

Als burgers vinden we het heel normaal dat er een onderlinge samenhang is tussen verschillende vraagstukken, voorbeelden:
als je chronisch ziek bent, is goede zorg van belang om je opleiding af te ronden of je beroep zo goed mogelijk te kunnen uitoefenen.
de manier hoe bedrijven met hun afvalstoffen omgaan, heeft effect op zowel hun bedrijfsvoering en hun kosten maar ook op het milieu.

Samenhang lijkt vanzelfsprekend

In het beleid daarentegen: thema’s zijn onderverdeeld in domeinen en vervolgens verdeeld over verschillende ministeries/diensten bij gemeentes en over verschillende bestuurslagen (Rijk, provincies, gemeentes). Dat kan natuurlijk niet anders, heeft een zekere logica en ook zijn voordelen.

Maar: verdeling van beleidsthema’s over verschillende instanties en politiek verantwoordelijken mag geen belemmering zijn om kansen te pakken om op een slimme manier maatschappelijke welvaart te verbeteren door samen te werken, synergievoordelen te behalen en van elkaar te leren. In huidige maatschappij met informatietechnologie is het ook het steeds makkelijker wordt om over organisatiegrenzen heen flexibel samen te werken, kennis te delen, dus daar moeten we gebruik van maken. Hierbij ook regionale schaal benutten om samen te werken tussen verschillende stakeholders.

Verder toelichten aan de hand van sociale ondernemingen omdat die een mooi voorbeeld zijn: zij verbinden verschillende domeinen in zich zelf (economische en sociale/milieudoelstellingen) maar voor een goed ecosysteem voor sociale ondernemingen zijn deze verbindingen ook in het beleid nodig.

Het bijzondere aan sociale ondernemingen is dat zij zelf naast een duidelijk economisch doel (continuïteit van de onderneming, vaak winstgevendheid) vooral ook een of meer maatschappelijke doelen nastreven. Zij leggen dus zelf verbindingen tussen verschillende waardes en maatschappelijke doelen en hebben daardoor ook te maken met verschillende domeinen: enerzijds het bedrijfslevenbeleid en anderzijds bijv. milieubeleid en arbeidsmarktbeleid.

Voorbeelden: Werkplaats Rotterdam Zuid (opleiding voor mensen die langdurig aan de kant staan en tegelijkertijd toeleverancier voor Rotterdamse bedrijven), Green Fox (milieuwinst door zuinige verlichting en tegelijkertijd mensen met een arbeidsbeperking aan de slag).

Sociale ondernemingen zijn een niet precies af te bakenen subcategorie van ondernemingen. De SER ziet sociale ondernemingen als onderdeel van een continuüm. Aan de ene kant van het spectrum organisaties die zich volledig op de maatschappelijke impact richten, geen ondernemingen zijn. Aan de andere kant het reguliere bedrijfsleven die de financiële waarde voorop stellen maar overigens wel met hun producten maatschappelijke waarde kunnen creëren. En in het midden sociale ondernemingen.

Waar zit de winst voor gemeentes? Gemeentes staan voor grote uitdagingen en bedrijven kunnen en moeten onderdeel van de oplossing zijn. Het mooie aan sociale ondernemingen is dat zij zelf, pro-actief vanuit intrinsieke motivatie inzetten op het oplossen van sociale problemen, onafhankelijk van prikkels vanuit de overheid. Potentiële partners bij het borgen van publieke belangen.

Sociale ondernemingen zijn in opkomst, moeten zich bewijzen. Lopen ook tegen knelpunten aan waar een rol voor de gemeente kan zijn, hierbij is afstemming tussen de verschillende beleidsvelden en verantwoordelijken in de gemeente van belang. Ik noem twee voorbeelden.

Eén: het doorbreken van schotten:

Hoe meer maatschappelijke doelstellingen een onderneming nastreeft (bijv. duurzaamheid en verminderen werkloosheid), met des te meer verschillende ambtenaren en loketten binnen de gemeente zij te maken krijgt, en dat naast het loket Economische Zaken. Er zijn vaak schotten tussen deze loketten: het beleid sluit niet goed op elkaar aan, er zijn afstemmingsproblemen tussen betrokken ambtenaren, enz.

Daarom binnen de gemeente 1 aanspreekpunt aan te wijzen voor sociale ondernemers. Deze persoon moet ook naar binnen toe een signaleringsfunctie hebben zodat de afstemming van verschillende beleidsterreinen binnen de gemeente verbetert. Het uiteindelijke doel is meer beleidscoherentie.

Twee: denk mee met impact meten:

Sociale ondernemingen moeten weten wat hun impact, hun bijdrage aan een maatschappelijk probleem, is. Dan kunnen zijn immers ook op dit doel sturen. Maar ook voor hun stakeholders zoals gemeentes is dat van belang. Dan weet je welke bijdrage de sociale onderneming echt levert aan de maatschappelijke doelstellingen van de gemeente. Dat betekent dat je van tevoren mee zou kunnen denken met sociale ondernemingen en de overige stakeholders wat de belangrijkste doelen zijn en hoe je die kwantitatief of kwalitatief kunt meten. En je kunt kijken of deze indicatoren een rol kunnen spelen in het inkoopbeleid. Dit is dan ook meteen weer een verbinding tussen de inkoop van de gemeente en hun beleid op het gebied van werkgelegenheid, milieu of volksgezondheid.

Niet alleen samenwerking en ontschotting binnen gemeentes maar ook samenwerking tussen gemeentes onderling en met andere spelers. Deze samenwerking kan verschillende vormen aannemen.

  • Gemeenten gaan namelijk verschillend om met sociale ondernemingen, proberen verschillende dingen uit. Dat kan heel goed zijn: iedere gemeente heeft haar eigen kwaliteiten, cultuur en dynamiek en moet vanuit daar haar eigen keuzes maken. Maar - niet alle verschillen zijn functioneel. Niet alleen omdat iedereen zelf het wiel gaat uitvinden maar ook omdat verschillen het voor ondernemingen heel lastig maken om goede concepten op te schalen en omdat niet alle problemen en oplossingen aan de gemeentegrens stoppen. Een vorm van samenwerking is dat je kijkt hoe je bottom up waar mogelijk en zinvol beleid kan uniformeren.
  • Waar problemen of oplossingen niet aan de grens van de gemeente stoppen moet je verdergaande afstemming en aanpassing zoeken, het liefst voortbouwend op bestaande structuren.

Voorbeeld mensen met een arbeidsbeperking

Op het gebied van de mensen met een arbeidsbeperking hoop ik dat de structuur van arbeidsmarktregio’s en de regionale werkbedrijven een structuur bieden om informatie uit te wisselen, gezamenlijk lessen te trekken en beleid te uniformeren.

SER-advies stad: In het advies wordt op zoek gegaan naar manieren om de economische groei van (stedelijke) regio’s te bevorderen en hoe zo veel mogelijk mensen hier aan kunnen bijdragen en van kunnen profiteren.

Voor een succesvolle stad/regio is van belang dat talent ontwikkeld en benut wordt en ondernemerschap bevorderd. Dit vergt samenwerking tussen partijen in de regio.

De SER stelt vast dat de arbeidsmarktregio een belangrijke schakel vormt tussen de economische dimensie en de sociale dimensie van de regionale ontwikkeling.

Het arbeidsmarktgedrag van mensen houdt zich immers niet aan stads- of gemeentegrenzen. De komst van de 35 arbeidsmarktregio’s maakt het mogelijk beter op deze dagelijkse werkelijkheid in te spelen.

De Minister van BZK heeft een vervolgadviesaanvraag aangekondigd over de Agenda Stad, waarbij het ook gaat om in hoeverre de in ontwikkeling zijnde arbeidsmarktregio’s fungeren als vehikel voor het op regionale schaal bij elkaar brengen van een economische agenda gericht op dynamiek en een sociale agenda gericht op inclusie? Wat gaat er goed, wat is extra nodig?

 

Mariëtte Hamer, Voorzitter SER © Christiaan Krouwels
Bouwerken in de stad.