Debat Pensioenstelsel: Hoe SER tot advies over pensioenstelsel komt

Speech Mariëtte Hamer bij Congres Pensioenfederatie

Donderdag 6 november 2014 - Zuiderstrandtheater Den Haag
Het gesproken woord geldt.

 

Het is een grote eer om mijn eerste externe speech als voorzitter van de SER voor het congres van de Pensioenfederatie te houden. Na bijna twee maanden bij de SER kan ik wel zeggen dat de relevantie van het overleg tussen sociale partners, andere stakeholders en de kroonleden over tal van onderwerpen mij nog zichtbaarder is geworden. De SER is momenteel bezig met het voorbereiden van een advies over de toekomst van het pensioenstelsel. Ik wil u vandaag graag meenemen in hoe we dat debat in- en extern voeren en natuurlijk ook met de overwegingen voor ons adviestraject.

Eerder dit jaar heeft staatssecretaris Jetta Klijnsma van SZW de SER gevraagd een advies uit te brengen over de toekomst van het pensioenstelsel. Zoals u weet praten binnen de SER sociale partners en kroonleden over de sociaal-economische vraagstukken in Nederland. De SER is dus bij uitstek de plek voor een advies over het pensioenstelsel.

Op het terrein van de pensioenen is de afgelopen jaren al veel gebeurd. Zonder volledig te willen zijn, wil ik stilstaan bij twee belangrijke momenten.
Tijdens de crisis rond het jaar 2000 werd de gevoeligheid van pensioen voor rendement heel erg duidelijk. Ook kwamen de risico’s van eindloon en de daarbij behorende automatische indexering op tafel. Dit was aanleiding tot een overstap naar middelloon met voorwaardelijke indexering om het zo financieel houdbaar te laten zijn. Ook de introductie van de Pensioenwet en het FTK hielden hiermee verband. Dit zou een set regels geven die duidelijkheid biedt, ook voor de toekomst.

Niet veel later tijdens de crisis van 2008 bleek het allemaal toch niet zo beheersbaar. Twee commissies gaven ons hierover inzicht. Het rapport van de commissie-Goudswaard had als conclusie dat Nederland een goed stelsel heeft, maar dat het duur is en nog steeds kwetsbaar voor schokken. De vraag die werd geopperd, was of het stelsel nog toekomstbestendig zou zijn, omdat de ‘rek uit de premie is’. Tegenvallers zouden niet meer via de premie of de werkgever zijn op te vangen. Het risico ging daarmee meer en meer richting de deelnemer. Ook kwamen toen al zaken naar boven waar we ons nu ook over beraden: ik noem de verhouding tussen oud en jong en de doorsneesystematiek. Het rapport van de commissie-Frijns had als conclusie dat de fondsen complexer worden. Risicobeheer behoeft meer aandacht en de governance dient te worden verbeterd. Deze twee rapporten –hoewel hier slechts kort samengevat- hebben veel in beweging gebracht:

  • De verhoging van de AOW-leeftijd in 2010 van het kabinet-Balkenende IV;
  • Het aanvullende pensioenakkoord;
  • Het pensioenakkoord van kabinet en deel oppositie in 2011;
  • Wet versterking bestuur pensioenfondsen;
  • De wijziging van het Witteveenkader;
  • Het nieuwe FTK;

Maar hiermee waren we er nog niet. Onder deskundigen leidde deze ontwikkelingen tot een discussie over bijvoorbeeld complete contracten, defined ambition en de doorsneesystematiek. Ouderen én jongeren vroegen zich op hun beurt af wie er nu het slechtst af is in het pensioensysteem. En ontwikkelingen op de arbeidsmarkt zoals meer dynamiek, de opkomst zzp’ers en de verandering van levensduur van bedrijven roepen ook weer nieuwe vragen op.
Ondertussen loopt het vertrouwen in het stelsel steeds meer terug. Er is twijfel of beloftes wel zullen worden waargemaakt. Kortom het is hard nodig om het pensioenstelsel door te lichten met een blik gericht op de verdere toekomst. De nationale pensioendialoog, opgezet door de staatssecretaris, is dan ook zeer welkom.

Dat brengt mij bij ons advies. Hoe gaat de SER hiermee om?
Zoals u weet worden SER-adviezen van oudsher voorbereid in commissies waaraan in elk geval de drie geledingen van de raad zijn betrokken. Maar de SER gaat steeds vaker in gesprek met de buitenwereld en zoekt zelf relevante stakeholders op. In dit adviestraject over een onderwerp waarmee iedereen heeft te maken, hebben we dat ook uitgebreid gedaan. Ruim 225 mensen van buiten de SER hebben in een dialoogtraject met drie bijeenkomsten met ons meegepraat. De deelnemers vertegenwoordigden een breed pallet: deskundigen, pensioenfondsen, uitvoerders, ouderen, jongeren en zzp’ers. Alle drie de bijeenkomsten hadden een hoge opkomst die vooral werd beperkt door de capaciteit van het SER-gebouw. Bijna de helft van de deelnemers heeft ook naast de bijeenkomsten nog met ons meegedaan in een internetraadpleging.
De SER-commissie die het advies voorbereidt met Kees Goudswaard als voorzitter, doet haar voordeel met al deze input en zal de komende tijd afwegingen moeten maken. De opbrengst van de dialoogactiviteiten zijn vanzelfsprekend ook beschikbaar in het kader van de nationale pensioendialoog van het kabinet.

De SER is gevraagd rond de jaarwisseling met een advies te komen. In de adviesaanvraag zijn de volgende drie thema’s benoemd:

  1. Collectiviteit, keuzevrijheid en maatwerk
  2. Risicodeling of herverdeling
  3. Pensioen, woning en zorg

De SER kijkt heel breed naar het onderwerp en ik kan zeggen dat geen enkel onderwerp binnen deze thema’s tot een taboe is verklaard. In de discussie wordt onder meer gekeken naar de sterke en zwakke punten van het huidige stelsel en wat veranderingen op de arbeidsmarkt voor consequenties zouden kunnen hebben. Maar we staan ook stil bij de positieve punten van een collectief stelsel en wat positief is aan een individueel stelsel. Om dit alles inzichtelijk te maken wordt gewerkt met een aantal ‘varianten’. Om twee uitersten te noemen:

  • Wat win je met een collectieve nationale pensioenregeling en wat verlies je?
  • Wat win je met puur individueel stelsel en wat verlies je?

Verder proberen we duidelijk te maken dat niet alles tegelijk kan. Als je veel zelf wilt kunnen kiezen, gaat dat bijvoorbeeld niet samen met de voorkeur voor een stelsel met veel solidaire elementen. Ook zal duidelijk worden dat keuzes geld kosten.

Voor een individu is het misschien niet erg moeilijk te schetsen hoe je de pensioentoekomst graag zou zien, maar alle bovenstaande punten laten zien dat er veel discussie nodig is over de mogelijke antwoorden. Ook u gaat het vanmiddag vanuit uw expertise hebben over de waarde van het Nederlandse pensioenstel, de toekomstbestendigheid, de invloed van de arbeidsmarkt en de waarde van het verplicht collectief pensioen. Alle onderwerpen die ook in het adviestraject bij de SER een grote rol spelen. Ik wens u een goede en plezierige discussie vanmiddag.

Mariëtte Hamer, Voorzitter SER © Christiaan Krouwels