Home | Actueel | Toespraken van de voorzitter | Leven lang ontwikkelen

Leven lang ontwikkelen

Toespraak van SER-voorzitter Mariëtte Hamer bij de bijeenkomst ‘Leven lang ontwikkelen: hoog tijd voor actie!’

30 mei 2018

Het gesproken woord geldt


Wat is de uitdaging waarvoor we staan?

Het is deze week precies 57 jaar geleden, namelijk 25 mei 1961, dat John F. Kennedy zei: “Dit land moet zich verplichten om de mens nog vóór het einde van dit decennium op de maan te laten landen en hem weer veilig naar de aarde te brengen.” Dat was het begin van het Apolloproject, dat meer dan tien jaar zou duren en waarop op het hoogtepunt 400.000 mensen en 20.000 bedrijven werkten.

Nu zou ik me niet met Kennedy willen vergelijken. En de maanlanding is ook iets anders dan de opgave waar wij voor staan rond een leven lang ontwikkelen. Niet per se gemakkelijker, zou ik overigens willen zeggen!

Maar over die oproep denk ik wel eens na. Want ik zie een paar grote parallellen.

Tijd voor actie

De eerste parallel is dat we voor een enorme uitdaging staan, waarvoor een grote stap voorwaarts nodig is. Die uitdaging is dat de arbeidsmarkt én de samenleving door technologisering, klimaatverandering, vergrijzing, mondialisering etc. voortdurend veranderen en complexer worden. Dat is op zich positief: die ontwikkelingen bieden ons kansen om de dingen morgen beter en slimmer te doen dan vandaag: snellere dienstverlening, betere zorg, duurzame energie, gezonder werken

Tegelijk stelt de toegenomen dynamiek het aanpassingsvermogen van mensen en bedrijven enorm op de proef. Er zijn groepen burgers, werkenden en (met name kleinere) ondernemers voor wie het lastig is om alle veranderingen bij te houden. De kernvraag is hoe Nederland daarin voorop kan blijven lopen, op een manier dat we iedereen daarin meenemen. Het mag duidelijk zijn dat het antwoord op die vraag gaat over een leercultuur en een leven lang ontwikkelen, ik kom daar zo op terug. Maar dát is de uitdaging waar we voor staan.

Naast die enorme uitdaging zie ik nog een tweede parallel met de maanlanding, als ik daar nog even op mag doorgaan. Namelijk dat een grote, gezamenlijke inspanning nodig is om deze klus te klaren, maar als die succesvol is, leidt tot het uitkomen van een mooie droom: het ‘onbereikbare’ wordt voor iedereen bereikbaar. Niemand kan dit alleen

En dan is er nog een derde parallel, namelijk dat we dit niet gaan oplossen door erover te praten. Na twintig jaar praten is het nu tijd voor actie. Laat vandaag daarvoor een aftrap zijn.

Hoe gaan we daar komen?

Om meteen maar een misverstand uit de weg te helpen: die doorbraak rond een leven lang ontwikkelen kunnen we niet in Den Haag regelen. Natuurlijk kunnen we daar de randvoorwaarden opstellen, belemmeringen wegnemen, aanjagen, stimuleren. De SER, de Stichting van de Arbeid en verschillende ministers zijn daar nauw bij betrokken en werken goed samen. Niet voor niets zijn er vandaag twee ministers aanwezig en zou aanvankelijk ook de staatsecretaris van EZK er zijn, die onze aanjaagrol van harte ondersteunt.

Maar de sleutel tot een leven lang ontwikkelen bent ú. De echte doorbraak zit in regio’s, sectoren, onderwijsinstellingen en samenwerkingsverbanden die dagelijks bezig zijn om die positieve, sterke leercultuur in de praktijk vorm te geven. Het is hartverwarmend op hoeveel goede praktijkvoorbeelden wij stuiten. Uw energie verdient aandacht, waardering en opschaling.

Leercultuur

Een eerste vraag voor vandaag is hoe we het vuurtje in regio’s, sectoren en onderwijsinstellingen en de samenwerking daartussen verder aanwakkeren. En de tweede vraag voor vandaag is, hoe we die energie overal in het land kunnen bundelen, versterken, groter maken. Wat Kennedy in feite deed is óók investeren in een leercultuur om tien jaar later de maanreis mogelijk te maken.

Wat wij onszelf moeten opleggen gaat eveneens over het investeren in een sterke, vanzelfsprekende leercultuur. Maar dan niet om over tien jaar weer op de maan te staan, of op Mars, maar op weg naar de doelen van déze tijd. Namelijk: duurzame energie, een inclusieve samenleving en een productieve, vooroplopende arbeidsmarkt

We zijn vandaag in de Broodfabriek. Blijven ontwikkelen moet net zo vanzelfsprekend worden als eten. Dat gaat allemaal niet vanzelf. Ik zei het al: gezamenlijke actie is nodig om rond een leven lang ontwikkelen echt een stap verder te komen.

Brede basis

De hoofdambitie is een sterke, vanzelfsprekende leercultuur voor alle burgers, werkenden en bedrijven te stimuleren, waarin iedereen zich kan ontwikkelen en die bijdraagt aan een sterke positie als kennis- en innovatieland. Die leercultuur is cruciaal om de maatschappelijke uitdagingen het hoofd te bieden en de kansen van (technologische) transities en innovatie daarbij ten volle te benutten.

Nederland heeft er alle belang bij om intensief en structureel te investeren in een ieders leren:

  • Omdat we ons geld verdienen met kennis (economische groei)
  • Omdat innovaties van vandaag de banen van morgen creëren (werkgelegenheid)
  • Omdat kennis en innovatie nodig zijn voor betere zorg, een veilige, schone leefomgeving etc. (maatschappelijke kansen)
  • Maar ook, vooral, om iedereen te betrekken bij de complexer wordende samenleving en arbeidsmarkt (gelijkheid en inclusie)

Aan de voet van een hoge top ligt een brede basis. Iedereen betrekken bij en intensief investeren in een sterke leercultuur is nodig voor een sterke economie én voor een open, inclusieve samenleving waarin iedereen zijn weg kan vinden en net dat stapje verder kan komen dan verwacht.

Deze dag

Deze dag draait om u. We gaan vandaag geen abstracte vergezichten opstellen. Nee, we vertrekken vanuit de praktijk die er al is, en die u goed kent. Wat kunnen we van elkaar leren? Hoe kan ik dat gebruiken in mijn eigen regio, sector, onderwijsorganisatie? En wat is de volgende stap? Wat is daarvoor nodig?

Dat idee zit verweven in deze dag. Daarom hebben we vooral mensen uit de praktijk uitgenodigd. Daarom begint zo meteen niet de minister te spreken, maar gaat hij reageren op twee goede voorbeelden die zo op het podium komen. En daarom begint elke praktijksessie met een goed voorbeeld. En dat is straks ook de vraag aan u: wat gaat u doen om een sterke, positieve en vanzelfsprekende leercultuur dichterbij te brengen. Zelf, of liever nog samen met anderen.

Wat is de rol van de SER?

Wat we vandaag gaan doen, past bij de vraag, die de Ministers van SZW en OCW aan de SER hebben gesteld. In de Kamerbrief van 12 maart 2018 hebben de bewindslieden Koolmees en Van Engelshoven de SER gevraagd om “met een breed netwerk van stakeholders” te werken “aan een ‘doe-agenda’, een beweging van onderop, waarin leren voor mensen, maar ook voor organisaties en bedrijven vanzelfsprekend wordt. Regionale (inter)sectorale en kleinschalige initiatieven kunnen worden verbreed of opgeschaald. De SER heeft daarbij de rol van aanjager”.

Deze bijeenkomst kunt u zien als de aftrap van die beweging en aanjagersrol. Later deze dag zal ik vertellen wat we de komende tijd gaan doen. Ik zal u alvast verklappen dat we niet beginnen met landelijke afspraken, maar bij u in regio’s, sectoren en onderwijsinstellingen. De energie en voorbeelden die daar zijn willen we graag stimuleren, verbinden en verder brengen. De lessen en belemmeringen die we bij u tegenkomen kunnen we vervolgens ‘optillen’ naar de juiste landelijke tafel. Dat kan de Stichting zijn, dat kan een ministerie zijn, of de SER zelf.

Het belangrijkste om te onthouden over de rol van de SER is: de echte doorbraak begint bij jullie, en daarom beginnen wij als SER ook bij jullie.


Mariëtte Hamer
Voorzitter - Mariëtte Hamer

Alles over het thema