Home | Actueel | Toespraken van de voorzitter | Bibliotheek en kunsteducatie als knooppunt van een nieuwe leercultuur

Bibliotheek en kunsteducatie als knooppunt van een nieuwe leercultuur

Speech van SER-voorzitter Mariëtte Hamer bij het congres van de Vereniging Openbare Bibliotheken en Cultuurconnectie

7 december 2017

Het gesproken woord geldt.


Hartelijk dank voor de uitnodiging om aanwezig te zijn op dit gezamenlijke congres van de Vereniging Openbare Bibliotheken en Cultuurconnectie. U heeft een belangrijke taak in een onrustige tijd. Daar wil ik het graag met u over hebben, en daarom ben ik blij dat ik hier voor u sta.

Als ik zo even rondkijk in de zaal, moet ik eerlijk bekennen dat het voor mij niet meteen duidelijk is wie van u van welke club lid is, of misschien wel van allebei. Maar daaruit blijkt wel dat een onderscheid maken minder noodzakelijk wordt. U hebt immers veel gemeen en u organiseert deze middag niet voor niets samen. De opgave waarvoor u samen staat is in veel opzichten dezelfde.

Samenhanged aanbod

Dat de grens tussen uw organisaties vervaagt, zien we niet alleen in deze zaal. Het is ook wat op steeds meer plekken gebeurt als je bij uw organisaties binnen stapt. Uiteraard blijven veel dingen hetzelfde: je kunt nog gewoon een boek lenen of een cursus volgen. Maar die boekenplanken staan niet meer noodzakelijkerwijs vooraan. En die cursussen staan ook niet op zichzelf. Die boekenplanken en die cursussen en al die andere activiteiten zijn steeds meer onderdeel van één breed palet aan diensten. En daarmee wordt het onderscheid tussen organisaties niet alleen minder duidelijk, maar uiteindelijk ook minder van belang. We zien een versmelting van podiumkunsten, kunsteducatie en de bibliotheek in één samenhangend aanbod op het gebied van ontwikkeling, cultuur en ontmoeting.

Dat juich ik toe. En dat is dan niet eens zozeer vanwege de praktische voordelen, hoewel die er zeker zijn: door samenwerking is het bijvoorbeeld mogelijk om openingstijden te verruimen, of om een gezamenlijke backoffice in te richten. En ik ben blij dat dat ook gebeurt. Maar ik juich die samenwerking vooral toe omdat door die bundeling van krachten een veelzijdiger, sterkere partner ontstaat voor iedereen die zich wil ontwikkelen. Die omslag naar partnerschap in ontwikkeling past goed in de toekomst van werken, leren en participeren zoals de SER dat voor zich ziet. Ik zal u dat toelichten.

Hier en nu

Maar ik kan niet met de toekomst beginnen zonder het eerst te hebben over het hier en nu. Want dat uw uitgangspositie voor die hele omslag niet gemakkelijk is, is mij zoals u weet bekend, en gaat mij ook aan het hart. Dat is mede de reden geweest voor de SER om samen met de Raad voor Cultuur een verkenning uit te voeren naar de arbeidsmarkt in de culturele sector. In die verkenning concluderen de SER en de Raad van Cultuur dat de situatie van veel werkenden in de culturele en creatieve sector zorgwekkend is. Dat komt door een combinatie van dalende werkgelegenheid, dus een hoge kans op werkloosheid, een stijgend aantal zzp’ers zonder basale sociale zekerheid, lage inkomens en een vaak ongunstige onderhandelingspositie.

Naar aanleiding van die verkenning hebben de Federatie Cultuur en de Kunstenbond gevraagd aan de SER om te adviseren over concrete oplossingen om die problemen op de arbeidsmarkt aan te pakken. Dat hebben we gedaan in het advies Passie Gewaardeerd, opnieuw samen met de Raad voor Cultuur. Heel kort samengevat beschrijven we daarin vier oplossingsrichtingen:

    vergroten van het verdienvermogen in de sector;
  • verbeteren van de inkomenszekerheid van werkenden;
  • bevorderen van scholing en duurzame inzetbaarheid;
  • een sterkere sociale dialoog.

Heel recent is uit die studie – met ondersteuning door de SER – de Arbeidsmarktagenda voortgekomen om die vier richtingen te vertalen in concrete acties. En bij concreet maken hoort ook dat de sector per agendapunt een aanjager heeft aangewezen. Wellicht heeft u dat al gelezen en anders kunt u dat straks alsnog doen. Zo wordt de Cultuurconnectie gevraagd – bladert u maar eens naar paragraaf 3.2 – om voor zzp’ers de financieringsmogelijkheden te onderzoeken voor sociale zekerheid, pensioen en scholing. De VOB is aanjager van het agendapunt om samenwerking en kennisdeling te organiseren tussen HR-afdelingen. – paragraaf 3.5. Er zitten ook vertegenwoordigers in de zaal van de Federatie Cultuur en de Stichting Overleg Arbeidsvoorwaarden Kunsteducatie: in de paragrafen 1.4 en 1.6 kunt u lezen waartoe u bent uitgenodigd.

Door al ons voorwerk willen we als SER laten zien: uw sector gaat ons aan het hart en wij ondersteunen u volledig. Als volgende stap is het belangrijk om uw eigen rol te pakken. De Arbeidsmarktagenda bevat daartoe concrete uitnodigingen. Ik hoop van harte dat u met deze acties aan de slag gaat.

Toekomst

En dan kom ik nu toch bij de toekomst. Want als we hiermee slagen om met elkaar een stevig fundament te leggen – en dat is een hele uitdaging, dat begrijp ik heus – wat zou de toekomst ons dan kunnen brengen? Welnu, als het lukt de krachten te bundelen, dan ben ik ervan overtuigd dat u een knooppunt kunt vormen in de leerinfrastructuur van de toekomst. Dat zal ik u uitleggen.

Als SER zien wij we dat snelle veranderingen, onder meer door technologisering, steeds meer invloed krijgen op ons leven en werk. Die transities bieden ons onmiskenbaar allerlei kansen om morgen de dingen slimmer te doen dan vandaag: snelle dienstverlening, betere zorg, een duurzame energievoorziening, goede mobiliteit. Die ontwikkelingen bieden burgers en werkenden meer kansen om regie te nemen op hun ontwikkeling.

Tegelijk zijn er ook groepen die het lastig vinden om alle veranderingen bij te houden. U weet dat als geen ander. Ik noem alleen de 2,5 miljoen laaggeletterden, waar u zich met hartverwarmend elan om bekommert. De dubbele uitdaging voor morgen is om de kansen te pakken die al deze ontwikkelingen ons bieden, maar dan wel te zorgen dat we daarbij iedereen betrekken. In de samenleving van de toekomst is immers iedereen nodig en moet iedereen kunnen meedoen.

Naar een leercultuur

Om dat te bereiken, is het nodig dat alle groepen in de samenleving over de juiste vaardigheden beschikken (wij spreken vaak van de wat bredere term skills), om mee te doen in een snel veranderende wereld. En om vervolgens die skills, veel meer dan nu, bij te houden en verder te ontwikkelen. Dat vraagt een enorme omslag bij mensen, werkenden en bedrijven, namelijk naar een leercultuur waarin het vanzelfsprekend is dat iedereen zich ontwikkelt. Die uitdaging is beschreven in een OESO-rapport dat in april is verschenen en waarbij de SER nauw betrokken is geweest.

Een belangrijke constatering in dat rapport is dat geen enkele partij in zijn eentje die omslag realiseren kan, maar dat een grote, gezamenlijke inspanning nodig is. In het OESO-rapport stond daarom de oproep tot een nationaal akkoord over skills en technologie. Een oproep die we in twee van onze recente onderwijsadviezen, namelijk over het mbo en over leren en werken tijdens de loopbaan, nog eens herhaald hebben.

Leven lang leren

We zijn ook blij met de oproep in het Regeerakkoord aan sociale partners om met anderen afspraken te maken over een leven lang leren. De insteek van zo’n akkoord is overigens niet om een nieuwe wereld te ontwerpen, maar juist ook om te benutten, te versterken en te borgen wat er allemaal al is. En om belemmeringen daarin weg te nemen. Dat partijen over hun eigen grenzen heen kijken, elkaar opzoeken en samen aan de slag gaan met de ontwikkeling van alle groepen. Dát willen we graag faciliteren. In die toenadering lopen jullie dus voorop!

Als fundament voor een leven lang ontwikkelen is het belangrijk dat iedereen over de juiste basisskills beschikt. Die basis bestaat uiteraard taal, lezen en digitale geletterdheid. In dat licht spreek ik hier nog maar eens mij waardering uit voor de rol die de bibliotheken pakken in de strijd tegen laaggeletterdheid en vóór taalontwikkeling. Maar ook vaardigheden zoals creativiteit, flexibiliteit en reflectie worden steeds belangrijker in de maatschappij en op de arbeidsmarkt van de toekomst. Cultuureducatie en -participatie dragen daar bij uitstek aan bij. Dus in het leggen van dat brede fundament vullen jullie elkaar prachtig aan.

Bibliotheken als knooppunt

Met alle mooie initiatieven zijn jullie druk bezig om in die hele infrastructuur voor het leren een knooppunt te worden, een plek waar de dingen samenkomen. Dat zie ik op drie manieren:

  1. Ten eerste: als kennisknooppunt. Ik denk dat het voor zich spreekt dat jullie informatie en expertise van grote waarde is in persoonlijke en culturele ontwikkeling. Denk bijvoorbeeld aan de rol van bibliotheken in regionale taalnetwerken.
  2. Ten tweede: als fysiek knooppunt waar mensen elkaar kunnen ontmoeten. Waar ze met en van elkaar kunnen leren. De bibliotheek is allang geen plek meer waar alleen boeken worden uitgeleend. Per jaar zijn er ook 72.000 activiteiten met een educatief karakter. Het integraal meenemen van kunst en cultuur verhoogt de kwaliteit van de bebouwde omgeving, stellen wij in Passie Gewaardeerd.
  3. Ten derde: een knooppunt in de samenwerking met andere organisaties die zich met ontwikkeling bezighouden. Kinderopvang, basisscholen, ROC’s, UWV, de Stichting Lezen en Schrijven. Die netwerken, die kruisbestuiving, het aan elkaar knopen van expertise en mooie initiatieven, dat is waardevol.

Het begin van die knooppuntfunctie is er. In de samenwerking met anderen zie ik u steeds meer de rol pakken van initiator en van leverancier van kennis, instrumenten en expertise. En dan heb ik het niet alleen over bibliotheken. Cultuur kan helpen om jongeren kansen te bieden, eenzaamheid van ouderen te bestrijden, integratie te bevorderen, noem maar op. Bovendien ben ik ervan overtuigd dat culturele voorzieningen de waarde, de aantrekkingskracht en de profilering van dat knooppunt verhogen – zie opnieuw Passie Gewaardeerd.

Ik had al gezegd: met uw toenadering loopt u vooruit op een wereld waarin iedereen meedoet en waarin blijvend leren, vanzelfsprekend, laagdrempelig en leuk is. Dat is een knappe prestatie, zeker gegeven de teruglopende middelen en de lastige arbeidsmarktpositie waarin uw sector zich bevindt.

Ik zie dat door bundeling van uw organisaties de openingsuren verdubbelen, ik zie leesconsulenten naar de scholen gaan. Ik zie u voorop gaan in lokale samenwerkingsverbanden tegen laaggeletterdheid. En ik zie ook dat cultuur kan bijdragen aan sociale cohesie en participatie. Cultureel ondernemerschap heeft de branche op een nieuw spoor gezet, wat ik graag aanmoedig! En wat mij helemaal aanspreekt, zeker in het licht van een leven lang leren waarover ik net sprak, is dat uw medewerkers zich volop ontwikkelen om die nieuwe rol te vervullen.

Nu waren bibliotheken, cultuur en educatie al sterk verbonden sinds in 1900 de eerste bibliotheken ontstonden. Wel is de terminologie veranderd. Destijds ging het nog om volksverheffing, inmiddels om partnerschap in blijvende ontwikkeling. De bibliotheken en kunsteducatie zijn daarin een sterk duo. Uw samenwerking past goed bij deze tijd en misschien nog wel beter bij de tijd die nog komt. Met die nieuwe invulling, en met die nauwe samenwerking zoals die tussen u ontstaat, denk ik dat de bibliotheek nog zeker honderd jaar mee kan.

Voorzitter
Mariëtte Hamer
Mariëtte Hamer