Home | Actueel | Toespraken van de voorzitter | Robotisering en Artificial Intelligence

Robotisering en Artificial Intelligence

Speech van SER-voorzitter Mariëtte Hamer bij de VVD-bijeenkomst 'Robotisering en Artificial Intelligence’, gehouden tijdens de Accenture Innovation Summit 2017 in Utrecht

27 oktober 2017

De gesproken tekst geldt.


Kunt u zich nog herinneren wat een maand geleden, op 28 september breaking news was? Het zou me verbazen als u dat nog weet. Op die dag was er een technisch probleem met het Altea–systeem. Dit is software die onder andere gebruikt wordt om online in te checken. Het gevolg was lange wachtrijen op luchthavens van Singapore tot Baltimore. Ook op Schiphol. Het nieuws haalde daarom het NOS-journaal. Na een paar uur was het probleem weer opgelost.

Afhankelijk van technologie

Online inchecken betekent gemak voor de consument. Het scheelt tijd op de luchthaven. En online inchecken is goedkoper voor de luchtvaartmaatschappij, omdat er minder mensen nodig zijn aan de balie. Als het werkt. Als systemen niet werken, weet je pas hoe zeer we afhankelijk zijn geworden van technologie.

Dit is dan nog een redelijk onschuldig voorbeeld. Andere voorbeelden zijn een stroomstoring bij de NS of storingen bij telecomproviders. Of, nog dramatischer maar helaas niet denkbeeldig: het uitvallen van internet en alle bijbehorende verbindingen door de orkaan Irma onlangs op Sint Maarten. Hoe ontregelend was dat! Het is bijna niet meer voor stellen dat we ooit geleefd hebben in een wereld zonder Skype, Facebook en WhatsApp. En dat we nog gelukkig waren ook.

Onderbelicht

Graag wil ik de komende 15 minuten gebruiken om de samenhang van technologische ontwikkeling, arbeidsmarkt en onderwijs verder met u te verkennen. Dit vraagstuk van mens en technologie is in het regeerakkoord helaas onderbelicht gebleven. Dat is een gemiste kans. Want de samenleving is zo ontzettend aan het veranderen door nieuwe technologie, dat we goed moeten nadenken hoe we iedereen in die veranderingen meenemen. Dat gaat niet vanzelf.

Vorig jaar brachten wij als SER een rapport uit over precies dit onderwerp: Mens en technologie, samen aan het werk. Laat ik dit rapport als kapstok gebruiken en die veranderingen nader specificeren.

Nieuwe techniek

Zoals ik al zei, het tempo waarmee nieuwe techniek een onderdeel van ons leven wordt, ligt enorm hoog. Denk maar aan de snelle opkomst van platformen als AirBnb en Uber. En de bezorgdiensten van kant-en-klaar-maaltijden die ook in uw stad Utrecht zeer populair zijn. Jongens en meisjes op de fiets, met grote bezorgtassen op hun rug. Zij krijgen via hun telefoon door bij welk restaurant in hun buurt een bestelling is geplaatst door buurtgenoten. Slimme algoritmes bepalen wie welke bestelling gaat bezorgen.

Dit alles leidt tot veranderende organisaties. Denk ook aan de geleidelijke transformatie van banken tot ICT-bedrijven. Of denk aan de landbouw. Werken in de landbouw is nu compleet anders dan vroeger. Voor het runnen van een boerenbedrijf is ICT-kennis net zo belangrijk als kennis van koeien, kippen of aardappels. De snel voortschrijdende digitalisering stelt steeds hogere eisen aan de digitale infrastructuur. Deze moet zowel sneller als veiliger worden.

Andere banen

Ondertussen verandert het werk met de techniek mee. Banen ontstaan en verdwijnen, functies krijgen een andere invulling. Nieuwe technologieën zorgen voor nieuwe behoeftes, nieuwe werkgelegenheid, die we ons nu nog moeilijk voor kunnen stellen. Maar een beetje fantaseren kan wel: wat te denken van robotmonteurs, ruimtereisbegeleiders en verticale-tuinarchitecten.

Daarnaast verwachten we dat de markt voor persoonlijke dienstverlening en de transitie naar een duurzame samenleving de nodige aanvullende werkgelegenheid zal opleveren. Het Planbureau voor de Leefomgeving komt binnenkort met de eerste resultaten van een inschatting van het aantal nieuwe banen.

Digitalisering brengt voor iedereen veranderingen met zich mee. Maar voor de één zijn de consequenties groter dan voor de ander. In de havens zien we bijvoorbeeld dat mensen die meer dan 25 jaar als kraanmachinist werken, hun baan verliezen vanwege havenrobots. Wat gaan die mensen doen? Bij de banken zijn steeds meer mensen met een administratieopleiding op mbo-niveau overbodig. Het is voor deze groepen moeilijk om ander werk te vinden. In de transportbranche verandert de functie van vrachtwagenchauffeur naar logistiek planner. Dit vraagt om omscholing, in dit geval software gestuurd.

Mensen vrezen niet alleen werkloosheid maar ook een verslechtering van de arbeidsomstandigheden. Ze vrezen een afname van menselijk contact en een grotere kloof tussen arm en rijk. Het is dan ook logisch dat digitalisering sommige groepen in de samenleving angst inboezemt. Terwijl andere groepen juist de kansen zien.

Veel vragen

Ik noemde net al de opkomst van de platformeconomie. De platforms zelf kan je zien als een marktplaats waar vraag en aanbod van arbeid elkaar ontmoeten. Het huidige arbeidsrecht weet zich geen raad met de nieuwe platformeconomie. Er zijn veel vragen. Zijn de mensen die hun arbeid aanbieden via een platform nou te zien als zelfstandige, als werknemer of vormen ze een tussencategorie? En willen we dat eigenlijk wel, een tussencategorie?

De gebruikers van een platform als Helpling beoordelen het verleende schoonmaakwerk met een rating. Hoe zit het met aansprakelijkheid? Wat gebeurt er als zo’n fietskoerier iemand aanrijdt of zelf aangereden wordt? Ze rijden vaak op elektrische fietsen en gaan dan keihard. Wie is er dan aansprakelijk voor de schade?

Er zijn veel vragen. Voor de overheid, vakbonden, de platformeigenaren zelf. En voor de mensen die hun arbeid aanbieden en de gebruikers van de diensten. Het is daarom goed dat er onderzoek wordt gedaan en er veel bijeenkomsten worden georganiseerd om hierover te praten. Ook om te horen hoe andere landen hiermee omgaan.

Conclusies uit SER-rapport

Ik zet een aantal conclusies uit ons SER-rapport op een rij. De snelheid waarmee dingen veranderen is hoog. Dit zorgt voor een hoge mate van onberekenbaarheid: we weten zoveel nog niet. We zien nu al en verwachten een breed palet aan verdere veranderingen. Zoals organisatie van werk, kwaliteit van de arbeid en de balans tussen werken, zorgen en leren.

We weten dat de vorige drie industriële revoluties uiteindelijk meer welvaart en werkgelegenheid hebben opgeleverd. We kunnen echter niet garanderen dat dat nu weer gaat gebeuren. We zien dus zowel kansen als bedreigingen. In de inleiding van het regeerakkoord staat ook een zin die het mooi samenvat. Waar de één kansen ziet in robotisering, globalisering en innovatie, vrezen anderen voor hun baan en voor die van hun kinderen. Het is zaak dat we ervoor gaan zorgen dat iedereen van de kansen kan profiteren.

Innovatiekansen

Dat kan onder meer door het ontdekken en benutten van innovatiekansen. Maar dat kan alleen als er voldoende ruimte is voor nieuwe ontwikkelingen. Ruimte om te experimenteren. Uit onderzoek blijkt dat technologische innovaties die samengaan met sociale innovatie het beste resultaat opleveren. Sociale innovatie gaat primair over hoe mensen in organisaties met elkaar omgaan. Over talentontwikkeling en inrichting van de arbeidsorganisatie. Sociale innovatie is daarmee een kritische voorwaarde voor het succes van technologische innovatie. Initiatieven van de FME, zoals het field labzijn een mooi begin.

Kansen werkgelegenheid

Behalve innovatiekansen moeten we ook de kansen voor nieuwe werkgelegenheid benutten. Ik noemde het net al. Er zullen veel banen bijkomen, bijvoorbeeld door de transitie naar een duurzame en circulaire economie. Eén van de doelstellingen van de SER is het streven naar de inclusieve samenleving. Een samenleving waarin plaats is voor alle mensen en waarin iedereen volwaardig mee kan doen. Ook aan banen waar we ons nu nog geen voorstelling van kunnen maken.

Tegelijkertijd moeten we ook de bedreigingen serieus nemen. We moeten sowieso de vaardigheden van de beroepsbevolking op peil houden en ombuigen naar de behoeften van de toekomst. Voortdurende ontwikkeling wordt in ieders leven heel vanzelfsprekend. Kinderen ondervinden dat van jongs af aan leren en ontwikkelen leuk en spannend is. Kinderen blijven dat ook gewoon doen! Hun hele leven lang.

Leren en ontwikkelen moet gelden voor mensen zonder afgeronde vervolgopleiding, voor lager geschoolden, voor middelbaar opgeleiden, maar ook voor hoger opgeleiden.
Leren en ontwikkelen moet net zo vanzelfsprekend zijn als eten en drinken.

Aanbevelingen OESO

De SER heeft een groot traject aangekondigd dat we samen met de OESO doen. De OESO heeft in kaart gebracht hoe Nederland er nu voorstaat op het gebied van skills, vaardigheden. Onze positie is goed, bovengemiddeld zelfs. Maar het gemiddelde is geen goed ijkpunt als de ambitie is om tot de top behoren. Zeker niet in een periode van doorgaande technologisering.

De OESO doet drie aanbevelingen om het Nederlandse skills-systeem te versterken. Ten eerste zegt de Oeso: Bevorder de persoonlijke vaardigheden die nodig zijn op de werkvloer. Die versterking is met name voor mensen die relatief weinig vaardigheden hebben en minder kansen hebben om ze te ontwikkelen. Weerbaar zijn, kansen zien en kunnen plannen. Dat zijn broodnodige vaardigheden voor alle professionals, nu en in de toekomst.

Ten tweede beveelt de Oeso aan om het ontwikkelen en benutten van vaardigheden op de wèrkvloer te stimuleren. Dat kan onder andere door ‘skills-intensieve’ werkplekken waar ruimte is voor innovatie en teamwerk en waar werknemers veel vertrouwen van managers krijgen. Ten slotte: Bevorder met alle betrokken partijen samen een sterke leercultuur bij individuen, bedrijven en onderwijsinstellingen.

Skills en technologie akkoord

We onderzoeken nu hoe we samen met veel andere partijen tot een skills/technologie-akkoord kunnen komen. Zodat we een begin kunnen maken om het skills systeem te versterken. In overleg met vijf ministeries hebben we in kaart gebracht wat de belangrijkste kwesties zijn.

Nog even terugkomend op het regeerakkoord. Ik hoop dat we de komende periode de kans krijgen intensief in te gaan op het vraagstuk van mens en technologie. Hoe zorgen we ervoor dat in Nederland een ontwikkelcultuur ontstaat waarbij mensen zelf vooruit denken en gestut worden in hun eigen ontwikkeling? Het is belangrijk om mensen weerbaarder te maken tegen veranderingen – in elke fase van het leven – van peuter tot gepensioneerde.

En daarbij is ook aandacht nodig voor de balans werk en privé. Dat leren en ontwikkelen niet alleen binnen onderwijsinstellingen gebeurt, maar overal en altijd. Uiteindelijk gaat het om het streven naar een inclusieve arbeidsmarkt en een open samenleving. Waarin mensen de verbinding met elkaar zoeken.

Verantwoorde digitale samenleving

In december organiseren we een bijeenkomst die mooi aansluit bij uw bijeenkomst vandaag. Samen met het Rathenau-instituut gaan we praten over de maatschappelijke gevolgen van digitalisering. Hoe gaan we er samen voor zorgen dat er een verantwoorde digitale samenleving komt? Tegen welke kwesties lopen bedrijven en andere organisaties aan, die een verantwoorde digitale samenleving in de weg staan?

We gaan het hebben over thema’s als privacy, veiligheid en menselijk waardigheid. Over autonomie, innovatie en rechtvaardigheid. Het doel van onze bijeenkomst is bewustwording creëren. En daarnaast actiebereidheid vinden om tot zo’n verantwoorde digitale samenleving te komen.

Zelf bijdrage leveren

Bewustwording en de bereidheid om zèlf een bijdrage te leveren, is iets waar ik ook u toe op wil roepen. Want die maatschappij van de toekomst, daar kunnen wij zelf invloed op uitoefenen.

Laten we in het geval van digitalisering vooral inspiratie halen uit landen die al verder zijn dan wij. Estland bijvoorbeeld. Het eens zo arme land wordt nu gezien als het Silicon Valley van Europa. Daar hoef je alleen om te trouwen, te scheiden of je huis te verkopen nog de deur uit. De rest kan online. Als dat geen paradijs is……

Mariëtte Hamer
Voorzitter - Mariëtte Hamer

Verkenning / advies robotisering

Mens en technologie: samen aan het werk

Alles over het thema