Home | Actueel | Toespraken van de voorzitter | Toekomstgericht beroepsonderwijs

Toekomstgericht beroepsonderwijs

Inleiding van SER-voorzitter Mariëtte Hamer op de 2-Daagse van het Platform Medezeggenschap MBO te Soesterberg

28 september 2017

De onderstaande tekst bevat de bouwstenen voor de toespraak van Mariëtte Hamer en is daarom niet bedoeld om letterlijk uit te citeren.


  • Ik vind het leuk om u bij de opening van de tweedaagse van het Platform Medezeggenschap in het MBO te mogen vertellen over het werk dat we bij de SER doen. Het lijkt voor u misschien nogal ver van uw bed, die SER. En ja, het is ook voor de meesten van u ver van uw bed, letterlijk in ieder geval. Ik moet eerlijk bekennen dat ik het ook best ver reizen vond, toen mijn wekker vanochtend 2 uur vroeger dan afging dan normaal… 
     
  • Het beroepsonderwijs is heel belangrijk voor Nederland, niet alleen om studenten goed voor te bereiden op de arbeidsmarkt, maar ook op hun maatschappelijke deelname of op een vervolgopleiding. Maar liefst twee van de vijf mensen zijn middelbaar opgeleid. Die belangrijke rol van het beroepsonderwijs wordt in toenemende mate erkend door partijen van buiten het beroepsonderwijs. Ik merk dat dagelijks in mijn rol als voorzitter van de SER.
     
  • Maar wat doe ik als voorzitter van de SER eigenlijk? Misschien goed als ik heel kort iets vertel over de Sociaal-Economische Raad en wat de raad zoal doet?!
    In de SER zitten vakbonden, werkgeversorganisaties en kroonleden - zeg maar onafhankelijke experts – en samen proberen zij op basis van goede analyses het eens te worden over een advies aan de regering. We betrekken daarbij ook graag ‘het veld’; voor het advies over toekomstgericht beroepsonderwijs - waar we nog mee bezig zijn - hebben we bijvoorbeeld gesproken met studenten, met docenten en praktijkbegeleiders, met sectordirecteuren en bestuurders. De SER buigt zich over allerlei sociaal-economische thema’s: zoals de arbeidsmarkt, sociale zekerheid, pensioenen, gezondheidszorg, arbeidsomstandigheden, milieuvraagstukken, Europa of de circulaire economie.
     
  • En natuurlijk last but not least: de organisatie van medezeggenschap en ondernemingsraden. De SER heeft op basis van de Wet op de Ondernemingsraden belangrijke taken op het gebied van medezeggenschap, waaronder de wettelijke taak om de medezeggenschap in ondernemingen en organisaties te bevorderen.
     
  • Graag vertel ik vandaag iets over het advies over toekomstgericht beroepsonderwijs, al is het advies nog niet helemaal af! We hopen dat het eind november klaar is. Ik zal beginnen met een schets van ontwikkelingen die naar verwachting veel invloed zullen hebben op het MBO. Daarna wil ik kort ook nog even ingaan op de rol van de ondernemingsraden in het mbo.

Dynamiek op de arbeidsmarkt vraagt om wendbare en weerbare studenten

Allereerst de ontwikkelingen op de arbeidsmarkt. Wat speelt daar nu:

  • We zijn nu gelukkig echt uit de economische crisis geklommen en dat uit zich onder meer door een flink aantrekkende arbeidsmarkt: voor het eerst hebben er nu meer dan 8,6 miljoen mensen betaald werk. Dat zijn er meer dan ooit tevoren. Vooral vrouwen en 45-plussers profiteren hiervan volgens het CBS. Ook de werkloosheid neemt al maanden af en dat zal zich doorzetten, van nu nog 426.000 werklozen naar zo’n 390.000 werklozen verwacht het CPB.
  • Tegelijkertijd zal de dynamiek op de arbeidsmarkt de komende jaren enorm gaan toenemen onder invloed van met name de technologische ontwikkelingen, zoals automatisering, digitalisering en robotisering. Dat betekent bijvoorbeeld dat het tempo waarin zich veranderingen voordoen gaat toenemen en dat meer routinematig werk gaat verdwijnen. Bovendien zal de inhoud van het werk in veel beroepen veranderen, doordat taken worden geautomatiseerd bijvoorbeeld. Maar gelukkig zullen ook veel nieuwe banen ontstaan: ik hoor wel eens zeggen dat maar liefst 65 procent van de huidige studenten in banen gaan werken die nu nog niet eens bestaan!
  • Ook is er sprake van toenemende onzekerheid door de flexibilisering op de arbeidsmarkt. Mensen hebben steeds minder vaak een vast contract en werken vaker in tijdelijke verbanden of als zzp-er. Gedurende de loopbaan wisselen mensen ook veel vaker van baan. Zo hoorde ik laatst dat de verwachting is dat de gemiddelde student van nu voordat hij of zij 38 is 10 tot 14 banen zal hebben gehad!
  • Door de toenemende dynamiek op de arbeidsmarkt wordt een leven lang leren voor ons allemaal ‘keiharde’ noodzaak. Niet alleen voor de hoger opgeleiden – die doen dat vaak toch al wel - maar juist ook voor alle anderen voor wie het vaak minder vanzelfsprekend is, bijvoorbeeld door slechte ervaringen vroeger in de schoolbanken. Tijdens onze loopbaan zullen we allemaal veel meer dan nu moeten investeren in leren en ontwikkelen om onze kennis en vaardigheden up to date te houden. Er is ook meer druk om op te scholen, zeker voor de lagere mbo-niveaus. En werkenden zullen ook vaker te maken krijgen met omscholing doordat hun baan verdwijnt. Leven lang leren zal niet alleen via scholing vorm krijgen maar juist ook op de werkplek zelf door informeel leren. Die mogelijkheden zullen we nog veel meer moeten gaan benutten en dat vraagt een sterke leercultuur! De SER heeft hierover dit voorjaar een advies uitgebracht: Leren en ontwikkelen tijdens de loopbaan. Daarin is ook veel aandacht besteed aan goede faciliteiten voor het individu om de regie te nemen over de eigen loopbaan en om onafhankelijke ondersteuning te krijgen bij de loopbaanontwikkeling.

De situatie op de toekomstige arbeidsmarkt is al met al dus tamelijk ongewis en onvoorspelbaar. Onzekerheid is de nieuwe zekerheid, geen baan meer voor het leven. Dat kan klinken als een bedreiging en daar moeten we ook zeker oog voor hebben, maar ik draai het liever om: de dynamiek op de arbeidsmarkt biedt ook veel kansen en mogelijkheden om nieuwe paden te bewandelen en jezelf verder te ontwikkelen. Dat vraagt natuurlijk wel wat van ons allemaal.

Nieuwe vaardigheden?

  • Al die onzekerheid vraagt – in ieder geval - om wendbare en weerbare studenten en docenten. Wendbaarheid en weerbaarheid zijn de sleutelwoorden voor toekomstgericht onderwijs.
  • Ik hoor wel eens: “In het onderwijs bereiden we jongeren voor op banen die nog niet bestaan, die technologie zullen gebruiken die nog niet is uitgevonden, om problemen op te lossen die we nu nog niet kennen”. Natuurlijk past daar een gezonde relativering bij: het geldt niet voor alle kennis, het geldt niet voor alle beroepen, het geldt niet altijd, maar toch…
  • Om op de arbeidsmarkt van de toekomst – en in de maatschappij die er ook niet eenvoudiger op wordt - staande te blijven, zullen studenten veel moeten investeren in zichzelf en zullen zij bereid moeten zijn om zich voortdurend te blijven ontwikkelen. Het vermogen om jezelf te blijven ontwikkelen is misschien wel de belangrijkste ‘skill’ van de toekomst.
  • De basis hiervoor moet gelegd worden in het initieel onderwijs. Naast de onmisbare basisvaardigheden en vakgerichte vaardigheden verdienen de persoonlijke ontwikkeling en sociaal-communicatieve vaardigheden een belangrijke plaats in de opleiding. Tegelijkertijd wordt ook verwacht dat meer maatwerk wordt geboden aan studenten en het verder ontwikkelen van gepersonaliseerd leren staat dan ook hoog op de agenda bij veel opleidingen.
  • Het vermogen om je te blijven ontwikkelen, is helaas niet eerlijk verdeeld over ons mensen. En het vermogen om mee te doen in onze samenleving is al evenmin eerlijk verdeeld over ons mensen. Ik maak me grote zorgen over wat wel eens de tweedeling in de maatschappij wordt genoemd. De ontwikkelingen waarover ik het net had, zullen kwetsbare mensen – zoals mensen zonder startkwalificatie - keihard gaan raken en het is aan ons allemaal om daarop een menswaardig antwoord te geven. In het MBO heeft u daar veel mee te maken in de entree opleidingen en bij de uitvallers die nog geen startkwalificatie op zak hebben. Dit is een maatschappelijk vraagstuk, waarvoor het MBO niet alleen moet staan. Een gezamenlijke aanpak is nodig, waarin bijvoorbeeld ook de gemeenten een rol te vervullen hebben.

Minder jongeren, meer ouderen

  • Naast de ontwikkelingen op de arbeidsmarkt is voor de toekomst van het MBO ook van belang hoe de bevolking zich ontwikkelt. En daar is echt wel wat aan de hand.
  • In heel Nederland is sprake van een vergrijzende beroepsbevolking, die gepaard gaat met een ontgroening. In sommige provincies – zoals in het noorden, in Zuid-Limburg en Zeeland - is sprake van een krimpende beroepsbevolking.
  • In het MBO merkt men dat ook heel goed:
    • In de eerste plaats is sprake van een afnemende instroom van studenten in de initiële opleidingen: de prognose tot 2030 is dat het totaal aantal mbo-studenten landelijk gezien met 12 procent zal afnemen. Regionaal zijn er grote verschillen: in krimpgebieden kan de afname wel oplopen tot 20 procent, terwijl in de regio Amsterdam een kleine groei te zien zal zijn.
    • In de tweede plaats is sprake van een toenemende uitstroom van docenten en medewerkers doordat de sector relatief veel oudere medewerkers telt die nu de pensioengerechtigde leeftijd bereiken.
  • Het MBO krijgt dus te maken met minder jongeren in de opleidingen. Maar door het toenemend belang van een leven lang leren zullen volwassenen zich steeds vaker melden bij de poorten om zich verder te scholen na een aantal jaren op de arbeidsmarkt.
  • Voor het MBO betekent dit dat hard gewerkt zal moeten worden aan een flexibel en bij de verschillende doelgroepen passend aanbod. Dat zijn zowel diplomagerichte trajecten voor initiële en postinitiële studenten, als korte cursussen en trainingen. Voor volwassen deelnemers is heel belangrijk dat het aanbod goed aansluit op alles wat ze al kennen en kunnen, dat hun reeds opgedane ervaring op een goede manier wordt gecertificeerd.
  • Al die flexibiliteit voor de studenten betekent voor de instellingen en de docenten een enorm complexe opgave.

Halt aan de avo-isering

  • De afnemende studentenaantallen in het MBO zijn niet alleen demografisch van aard. Ook de doorstroom van vmbo naar mbo neemt af. Binnen het vmbo is helaas nog steeds een trend van toenemende avo-isering: leerlingen kiezen – mede onder invloed van hun ouders - vaker voor vmbo-tl en minder vaak voor beroepsgerichte opleidingen. Dat is enorm betreurenswaardig!
  • We danken onze welvaart in hoge mate aan al die mensen die met hart en ziel hun vak beoefenen. Van loodgieter tot CAD-tekenaar, van etaleur tot hovenier. Veel van wat we om ons heen zien is door mensenhanden gemaakt.
    • Wie een vak beheerst, kan trots zijn op zichzelf. Maar helaas is die trots nog lang niet altijd vanzelfsprekend voor jongeren in het beroepsonderwijs en ook niet voor de vakmensen op de arbeidsmarkt.
    • In het SER advies Toekomstgericht beroepsonderwijs (deel 1) dat ongeveer een jaar geleden uitkwam, breekt de raad een lans om de dalende instroom in de bbl een halt toe te roepen. Deze leerweg is zo motiverend voor studenten en de arbeidsmarktkansen zijn zo goed, dat we echt alles uit de kast moeten halen om de bbl beter te promoten en de mogelijkheden van de bbl verder te vergroten. Bijvoorbeeld door meer doorlopende leerlijnen naar hogere niveaus te ontwikkelen en samen met bedrijven meer bbl routes te maken. En via LOB en studiekeuzebegeleiding meer reclame te maken voor deze leerweg. Daar wordt overigens ook al hard aan gewerkt, door oa de SBB.
  • Praktijkleren en hybride leervormen staan sterk in de belangstelling, en terecht.

Wat betekent het voor de docenten?

  • Dit alles vraagt heel veel van de docenten, dat hoef ik u niet te vertellen! Ik wil er hier een paar punten uitlichten die vermoedelijk ook van belang zijn voor uw werk in de ondernemingsraad.
  • Hoe blijft u zelf up to date? De snelle veranderingen in de beroepspraktijk betekenen ook dat u meer moet doen om goed op de hoogte te blijven van uw vakgebied en de ontwikkelingen daarin.
    • Daarvoor is van belang dat er goede en intensieve contacten zijn met de bedrijven en instellingen in uw werkveld. Ook voor de praktijkbegeleiders is het heel belangrijk om goed aangesloten te zijn op nieuwe inzichten in de opleidingen. Die wederzijdse samenwerking en uitwisseling zou meer geïntensiveerd kunnen worden. Dat komt niet alleen de eigen ontwikkeling en daarmee het onderwijs ten goede maar het stimuleert ook het denken over de aansluiting van de opleidingen bij de beroepspraktijk. Door de snelle veranderingen is er meer continue afstemming nodig tussen afnemend veld en opleiding.
    • Teams zijn ontzettend belangrijk in het MBO, dus het versterken en stimuleren van teamontwikkeling zou ook hoog op uw agenda moeten staan. Het van en met elkaar leren is stimulerend en het versterkt de professionalisering van uw vak. Intercollegiale consultatie kan hiervoor een goed middel zijn.
    • Uitwisseling met andere opleidingen en zelfs met andere scholen kan ook erg verrijkend zijn om het blikveld te verruimen en te leren van elkaar. Kenniskringen op specifieke onderwerpen bieden daarvoor mogelijkheden.
  • Hoe kan de organisatie u ondersteunen? Voor de instelling ligt er ook een taak om zich verder te ontwikkelen als lerende organisatie met een sterke leercultuur. Als lid van de ondernemingsraad heeft u mogelijkheden om het gesprek hierover aan te gaan met uw bestuur. En nu u recent ook instemmingsrecht heeft gekregen over de hoofdlijnen van de begroting staat u zeker niet met lege handen. Wat is er nodig?
    • In ieder geval is het zaak dat bestaande en dreigende personeelstekorten tijdig worden onderkend en pro actief opgepakt. Als ondernemingsraad kunt u hierover meedenken en proberen tot een creatieve aanpak te komen om tijdig nieuwe mensen aan te trekken voor uw opleiding.
    • Verder is van belang het gesprek aan te gaan over hoe u samen tot een lerende organisatie komt, of als dat pad al ingeslagen is, hoe dat nog beter uit de verf kan komen. Is het HR-instrumentarium op orde? Zijn er loopbaangesprekken en persoonlijke ontwikkelingsbudgetten en plannen? Hoe wordt met werkdruk omgegaan en wat betekent dat voor de ruimte om uzelf te ontwikkelen? Hoe zit het met ziekteverzuim en de oorzaken die daaraan ten grondslag liggen?
  • En tot slot, hoe kan de SER u helpen? Om als ondernemingsraad het goede gesprek aan te gaan met elkaar en met het bestuur, is een hele opgave. Daarom hebben de SER en het adviesbureau De Koers samen een ‘spel’ ontwikkeld voor ondernemingsraden om hun doelen en knelpunten meer helder te krijgen. Het spel heet Koerskaart Medezeggenschap en het helpt ondernemingsraden om hun prioriteiten en strategie te bepalen en na te denken over scholing die zij nodig hebben om effectiever te worden. Ik kan dit spel van harte aanbevelen en ik hoop dat jullie het allemaal gaan opvragen via onze website. De Koerskaart Medezeggenschap is overigens gratis.

Blijven ontwikkelen en investeren in jezelf

Om van vakmanschap meesterschap te maken, vraagt bereidheid je te blijven ontwikkelen en in jezelf te investeren. Daarvoor is oefening nodig, geduld en doorzettingsvermogen. Praktijkleren biedt die gelegenheid als geen ander en daarmee hebben jullie in het MBO goud in handen. Voor docenten en (leer)bedrijven ligt hier de lastige maar prachtige uitdaging om de jongeren van nu te helpen hun weg te vinden in de maatschappij en op de dynamische arbeidsmarkt van de toekomst. En tegelijkertijd ligt er de uitdaging om zelf ook iedere dag opnieuw open te staan voor nieuwe ervaringen en ontwikkelingen om van te leren. Vandaag en morgen gaat dat alvast helemaal goed komen als ik de indrukwekkende serie workshops zie waarmee u straks aan de gang gaat. Ik wens u daarbij veel wijsheid, inspiratie en plezier!

Mariëtte Hamer
Voorzitter - Mariëtte Hamer

Alles over het thema

Alles over het thema