Een nieuw en duurzaam evenwicht tussen democratie, participatie en filantropie

Speech van SER-voorzitter Mariëtte Hamer bij 'Rethinking the Netherlands', gehouden ter gelegenheid van de oprichting van de Nederlandse Academie voor Filantropie.

De gesproken tekst geldt.

11 september 2017

Dank u dat ik hier mag spreken bij de start van dit filantropisch initiatief. Filantropie, waarin juist privé-initiatieven de mores bepalen? Versus de polder waar overheid en bedrijfsleven spreken, gaat dat wel samen? Het antwoord is een overtuigend: ja.
Juist voor de Sociaal-Economische Raad is filantropie een passend onderwerp vanuit de drie centrale doelstellingen van de SER. De SER streeft naar een evenwichtige duurzame economische groei, een zo groot mogelijke arbeidsparticipatie en een redelijke inkomensverdeling. Deze doelen zie je terug komen in veel filantropische initiatieven, bijvoorbeeld duurzaamheid en een inclusieve en open samenleving waarin iedereen kan meedoen.

Liefde voor de mensheid
De overeenkomst van filantropie en waar wij dagelijks mee bezig zijn ligt opgesloten in de letterlijke betekenis van het woord filantropie: liefde voor de mensheid. Deze basishouding verenigt ons en sterkt mij in mijn betrokkenheid bij de maatschappelijke alliantie. Het is me daarom een genoegen om u hier toe te mogen spreken.

Mij is gevraagd om een korte bespiegeling te geven op de ontwikkeling van de moderne verzorgingsstaat. Ik zal daarvoor ingaan op de sociaal-economische ontwikkelingen en de rol van de Sociaal-Economische Raad. Daarna wil ik reflecteren op de positie van de overheid, de maatschappelijke solidariteit en de rol van de filantropische organisaties. Ik eindig mijn verhaal met een beschouwing op het democratische fundament van onze verzorgingsstaat.

Vorige week hebben de sociaal partners volop in de schijnwerpers gestaan, althans de hobbel in het overleg dat zij over de sociaal-economische ontwikkelingen voeren, was in het nieuws. De partijen die onderhandelen, willen het op dit moment niet met elkaar eens worden. Dat is lastig en energierovend. Maar ik verwacht dat deze hobbel in de sociale verhoudingen – in het licht van de lange termijn – een kleine hobbel zal blijken. Ik ben ervan overtuigd dat het fundament van onze overlegeconomie zo solide is, dat we deze hobbel zullen nemen.

Verandering van sociaal-economische patronen
Ik neem u mee naar de sociaal-economische ontwikkelingen. We zien dat onze vertrouwde patronen minder goed passen bij technologische voortgang en toenemende dynamiek op de arbeidsmarkt. Er zijn veranderingen in de persoonlijke levens van mensen waardoor patronen anders lopen: leren, werken, zorgen, samenleven en ontspannen krijgen allemaal een plek. Grenzen tussen activiteiten vervagen en zorgtaken variëren per levensfasen. Denk aan kinderopvang in de gezinsfase en mantelzorg op oudere leeftijd. Vanzelfsprekendheden van weleer zijn er niet meer. Niet meer je hele werkzame leven bij één baas, niet meer per sé een gezin met man-vrouw-kind en zeker niet meer de man aan het werk en de vrouw thuis voor de kinderen.

Dynamiek op de arbeidsmarkt
Ook de autonomie van mensen wordt steeds groter. Ik denk dan niet alleen aan de keuze voor de ziektekostenverzekering en energieleverancier, maar juist meer in het werkende leven. We werken in deeltijd, nemen een tijdelijk project aan of combineren meerdere banen tegelijk.

Die dynamiek op de arbeidsmarkt zorgt ook voor onzekerheid. Niet alleen omdat vaste banen meer en meer plek maken voor flexibel werk, maar ook omdat de kennis continu verandert. Alleen al om in je eigen baan bij te blijven, wordt doorlopende scholing van je verwacht. Laat staan als je je verder wilt ontwikkelen.
Deze onzekerheid is niet voorbehouden aan mensen die lastig op onze arbeidsmarkt een plek weten te vinden. Ook de middenklasse voelt zich in toenemende mate onzeker, zo blijkt uit een rapport dat de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) begin deze zomer uitbracht. Het rapport gaat over onzekerheid als gevolg van de daling van de middeninkomens en de herverdeling van de verzorgingsstaat. Mensen met een middeninkomen moeten meer moeite doen om hun levenstandaard te behouden. Ze moeten voortdurend alert zijn, van baan veranderen, twee inkomens inzetten en zich bijscholen. Volgens de WRR heeft de middenklasse het gevoel dat ze er alleen voor staat. Dat de overheid de zorg van de verzorgingsstaat beperkt tot de lagere inkomensgroepen. Dit leidt bij deze groep mensen tot een toenemende kritische houding tegen de open economie en het beeld van de ‘immigratiesamenleving’.

Ik vind dat een zorgelijke ontwikkeling, maar ik zie ook een paar belangrijke lichtpunten.

Blijven leren en ontwikkelen
Het valt mij op dat de bewustwording groeit om te blijven leren en ontwikkelen. Wie bijblijft, ziet de voortdurende veranderingen niet langer als een bedreiging, maar als een kans. Steeds meer bedrijven en organisaties doen er moeite voor om zichzelf en hun personeelsbestand voor te bereiden op de toekomst. Het gaat nog niet hard genoeg, zoals we ook in ons advies Leren en ontwikkelen tijdens de loopbaan hebben aangegeven. Maar het besef om het scholingsniveau van de beroepsbevolking op peil te houden, wordt door steeds meer mensen gedeeld. Dat is één lichtpunt.

Solidariteit
Een ander lichtpunt is dat solidariteit weer belangrijker wordt gevonden. Niet alleen gaan voor je eigen gewin, maar ook andere mensen welvaart en welzijn gunnen. Ook als dat ‘ten koste’ gaat van een stukje eigen welvaart. Die versterkte solidariteit zie ik bijvoorbeeld in een gedeeltelijke terugkeer naar vangnetten. Vangnetten in een nieuw jasje uiteraard. Denk aan de discussie over de positie van flexwerkers, het gesprek over de pensioenvarianten, de reparaties in de ouderenzorg en kinderopvang en de toenemende zorgen over de decentralisatie van zorgtaken naar de gemeenten. We zijn er nog niet uit, maar er wordt wel met grote zorgvuldigheid over gesproken en over nagedacht.

Er wordt een nieuw evenwicht gezocht voor de mate waarin de verzorgingsstaat verzorgt. Ik zie ons niet terugkeren naar het verwachtingspatroon uit de jaren ’60 en ’70 en geloof ook niet dat dat wenselijk is. Maar ik zie ook dat er afstand wordt genomen van de kille houding van de achter ons liggende jaren.

Een nieuwe balans
De SER heeft een belangrijke rol te spelen in deze zoektocht naar een nieuw evenwicht, een nieuwe balans. Welke voorzieningen zijn basis en welke zien wij als extra? Bijvoorbeeld de zorg voor ouderen. We hebben daar met elkaar meer belastinggeld voor over dan wat er de afgelopen jaren is besteed. Een smartphone voor scholieren leidt nog tot een maatschappelijke discussie.

De actuele sociaal-economische thema’s vinden we terug in de adviezen en het programma van de SER. Zo vindt de SER het een brede maatschappelijke opdracht dat we de skills van de Nederlandse beroepsbevolking blijven ontwikkelen. De OESO bepleit dit ook in de ‘skills strategy’ voor Nederland. De SER heeft de handschoen opgepakt om alle betrokken partijen te binden aan een gezamenlijke aanpak. We gaan aan de slag met onderwijsinstellingen, overheden, werkgevers en werknemers en andere betrokken organisaties om te komen tot gerichte acties. Als voorbeeld houden wij het Energieakkoord voor ogen, dat in 2013 onder leiding van de SER tot stand is gekomen.

Filantropische sector en SER-adviezen
In onze adviezen van dit jaar speelt de filantropische sector veelal een rol. Zo hebben we advies uitgebracht om de zwakke positie van mensen op de arbeidsmarkt in de culturele en creatieve sector te verbeteren. We monitoren hoe vluchtelingen met een verblijfsvergunning beter kunnen integreren op de arbeidsmarkt. En we hebben advies uitgebracht hoe armoede onder kinderen structureel aan te pakken. Hier heeft de SER onder meer gekeken naar hulp in natura. De SER staat achter de lokale initiatieven die ontplooid worden om kinderen te ondersteunen. Maar we vinden het daarnaast belangrijk dat er beleidsmatig stappen worden genomen om armoede in gezinnen structureel aan te pakken. Kern is dat de overheid die verantwoordelijkheid neemt.

Het past bij de dynamiek van deze tijd en het getuigt van een gezonde situatie van de samenleving dat we met elkaar het gesprek voeren over wie de verantwoordelijkheid neemt voor de basisvoorzieningen en wie voor de extra’s. Ik vind het belangrijk dat de overheid, de samenleving en filantropische organisaties elkaar weten te vinden. En met elkaar afspraken maken over welke samenleving we willen zijn. Afspraken waarin een goed en respectvol evenwicht wordt gevonden van wat mensen nodig hebben en wat de samenleving aan steun kan en moet bieden.

Ook vind ik het belangrijk dat we op zoek gaan naar nieuwe vormen en een nieuw evenwicht daarin. Rien van Gendt zal daar straks op in gaan hoe de wetenschap daarin een rol in kan spelen.

Het is daarom een geweldig initiatief van de maatschappelijke alliantie om de wetenschappelijke basis van filantropie naar een hoger peil te brengen. De Nederlandse Academie van Filantropie zal vanuit wetenschappelijke perspectief bijdragen aan een voortdurende scan van dit evenwicht in onze samenleving. Ik doe de oproep om naast het wetenschappelijk perspectief de samenhang en verbinding met samenleving en overheid vooral niet uit het oog te verliezen.

Een inclusieve samenleving
Ik kom tot een afronding en neem u nog even terug naar de letterlijke betekenis van het woord filantropie: de liefde voor de mensheid. Ook voor de SER is de ‘liefde voor de mensheid’ een belangrijke drijfveer. Een van de doelstellingen van de SER is het streven naar de inclusieve samenleving. Een samenleving waarin plaats is voor alle mensen en waarin iedereen volwaardig mee kan doen. Voor de sociale partners en de kroonleden is dat een belangrijke motivatie voor de samenwerking in de raad. Het streven van de raad naar inclusiviteit is gericht op duurzaamheid. Niet alleen duurzaamheid in termen van milieu en klimaat, maar ook in termen van menswaardigheid, maatschappelijke relaties en economisch rendement. Een stabiele betrouwbare samenleving is voor iedereen goed.

In mijn inleiding heb ik aangegeven dat onze vertrouwde patronen niet meer passen in de huidige tijd en dat heeft ook gevolgen voor onze verzorgingsstaat. Solidariteit is het fundament van onze samenleving, en zodanig sterk verankerd dat we erop kunnen bouwen. Wie welke verantwoordelijkheid draagt in deze solidariteit – overheid of niet-gouvernementele organisaties – is in onze verzorgingsstaat een dynamisch gegeven. Het is belangrijk dat overheid, samenleving en filantropische organisaties elkaar daarbij weten te vinden. Het initiatief om te komen tot een nederlandse academie voor filantropie zal daar zeker aan bijdragen.

Mariëtte Hamer
Voorzitter - Mariëtte Hamer