Home | Actueel | Nieuwsberichten | 2000-2009 | 2008 | Draagvlakonderzoek schappen niet in wet

Bestuurskamer aan Tweede Kamer: Draagvlakonderzoek schappen niet in wet

3 juni 2008

De Bestuurskamer van de SER heeft de Tweede Kamer laten weten twijfels te hebben over een wettelijke regeling van het draagvlakonderzoek. Nu de Code Goed Bestuur van de product- en bedrijfschappen een vergelijkbare bepaling over het draagvlakonderzoek bevat, moet worden afgezien van een wettelijke regeling van het draagvlakonderzoek. Aan de Tweede Kamer ligt momenteel het wetsvoorstel tot wijziging van de Wet op de bedrijfsorganisatie voor.

Bepaling in Code Goed Bestuur voldoet
Uit proefonderzoek is gebleken dat veel vragen en onduidelijkheden bestaan, die niet allemaal kunnen worden opgelost in een nadere regeling. Ook vindt de Bestuurskamer het onjuist om iedere ondernemer, ongeacht zijn grootte, in het onderzoek gelijk gewicht toe te kennen. Het gebruik van een kwantitatief scherp criterium (60% van de ondernemers moet vóór handhaving van het schap zijn) kan het effect hebben van een besluitvormend referendum. Dat daar nog een bestuurlijke afweging naast moet worden gezet, stelt evenwel eisen aan de uitkomsten van het onderzoek, in de zin van betrouwbaarheid en realiteitsgehalte. Nu de Code Goed Bestuur van de product- en bedrijfschappen een vergelijkbare bepaling over het draagvlakonderzoek bevat, vindt de Bestuurskamer dat moet worden afgezien van een wettelijke regeling van het draagvlakonderzoek.
Ook de regeling van het draagvlakonderzoek dat moet plaatsvinden voordat een nieuw schap wordt ingesteld, roept naar de mening van de Bestuurskamer nog veel vragen op.

Motivering beperking Schilthuisaftrek onvoldoende
In haar brief aan de Tweede Kamer gaat de Bestuurskamer ook in op enkele andere onderwerpen. Zo vindt zij de motivering onder de beperking van de Schilthuisaftrek tot algemene heffingen “ondeugdelijk”. Vanuit de basisgedachte achter de aftrek – het stimuleren van de organisatiegraad van ondernemers – ligt het immers niet voor de hand om onderscheid te maken naar het type heffing. De beperking is daarnaast problematisch voor de bedrijfschappen, en staat haaks op het streven (ook van het kabinet) om het aantal algemene heffingen te verminderen ten gunste van specifieke heffingen.

Instemming ministers botst met onafhankelijk toezicht
Verder vindt de Bestuurskamer dat de benodigde instemming van de ministers voor een jaarlijks door de SER op te stellen toezichtplan afbreuk doet aan het streven naar onafhankelijk toezicht. Ook is de instemming niet nodig om een dialoog tussen ministeries en SER te ‘waarborgen’, zoals het kabinet wil. Ten slotte zal deze wettelijke bepaling niet leiden tot de gewenste vermindering van het toezicht, aldus de Bestuurskamer.

Briefadvies
De bovenstaande zorgen en twijfels heeft de Bestuurskamer geuit in een brief van 2 juni 2008 aan de Tweede Kamer.


Noot voor de redactie
Voor verdere informatie: Jolanda Maas, afdeling Communicatie, 070-3499578