Home | Actueel | Nieuwsberichten | 2000-2009 | 2007 | Bestuurskamer SER positief over Code Goed Bestuur

Bestuurskamer SER positief over Code Goed Bestuur product- en bedrijfschappen

3 april 2007

De Bestuurskamer van de SER spreekt een positief oordeel uit over de Code Goed Bestuur die de product- en bedrijfschappen recent hebben vastgesteld. In haar brief van 30 maart 2007 aan minister Donner van Sociale Zaken en Werkgelegenheid schrijft de Bestuurskamer de Code Goed Bestuur voor het schappenstelsel te beschouwen “als een substantiële stap voorwaarts in het proces van modernisering”. Het komt er nu op aan dat de schappen op hun eigen niveau invulling en uitwerking geven aan de code, aldus de Bestuurskamer.

In de brief aan minister Donner geeft de Bestuurskamer ook aan dat zij waardering heeft voor de wijze en de snelheid waarmee de code tot stand gekomen is. De werkgroep die de code opstelde, begon haar werkzaamheden in augustus 2006 en betrok daarbij vanaf het begin de individuele bestuursleden van de schappen. Deze aanpak heeft daarmee bijgedragen aan een bewustwordingsproces, wat een goede naleving van de code ten goede komt.
Het belang van de code ziet de Bestuurskamer vooral in het feit dat de product- en bedrijfschappen hiermee expliciet hebben gemaakt op welke bestuurlijke principes zij kunnen worden aangesproken en hoe zij hierover publiekelijk verantwoording afleggen. Daarbij gaat het vooral om gedragslijnen die in aanvulling op bestaande praktijken of wettelijke voorschriften zijn geformuleerd. Belangrijke onderdelen van de code hebben betrekking op de invloed van individuele ondernemers op het beleid van een schap en op transparantie en verantwoording. De bestuurskamer verwacht dat hiermee het zelfcontrolerend en zelfcorrigerend vermogen van de schappen zal toenemen.

De Bestuurskamer acht van belang dat de code niet een statisch document is. De code zal per 1 juli 2007 ingevoerd worden. Twee jaar daarna zal een inventarisatie van de getroffen maatregelen plaatsvinden, gevolgd door een evaluatie. Daardoor kunnen bijstellingen en aanvullingen plaatsvinden op grond van ervaringen met de code en nieuwe inzichten op het terrein van het openbaar bestuur.

Met haar brief reageert de Bestuurskamer op een eerder verzoek van de minister om vóór 1 april het oordeel van de SER te vernemen over de inmiddels door alle schappen vastgestelde code. Ook plaatst de Bestuurskamer enkele kanttekeningen bij een aantal onderdelen van het kabinetsstandpunt uit mei 2006 over de toekomst van het stelsel van product- en bedrijfschappen.