Home | Actueel | Congressen | 2015 | Tweede verkenningssessie leren in de toekomst: leven lang leren

Tweede verkenningssessie leren in de toekomst: leven lang leren

30 maart 2015, SER-gebouw, Den Haag

Hoe zorg je ervoor dat werknemers een leven lang blijven leren, zodat ze ook kunnen voldoen aan de eisen die de toekomstige arbeidsmarkt stelt? Die vraag staat centraal tijdens een bijeenkomst bij de SER op maandagmiddag 30 maart. Het is de tweede in een serie van drie verkenningssessies over onderwijs en arbeidsmarkt voor de verkenning Leren in de toekomst die de SER Commissie Arbeidsmarkt- en onderwijsvraagstukken voorbereidt.  

Zo’n 60 onderwijsprofessionals en vertegenwoordigers van bedrijven, sociale partners en overheid bespreken het thema aan zeven dialoogtafels. Het SER-secretariaat heeft een discussiepaper geschreven dat vooraf aan de deelnemers is toegestuurd. Een van de thema’s daarin: Is er een probleem met leven lang leren?

Op die vraag gaat ook de eerste plenaire spreker, Bart Golsteyn van de Universiteit Maastricht, in. Volgens hem klopt het gangbare beeld: dat leren lang leven al decennia op de agenda staat, maar niet echt van de grond komt, niet. Dit blijkt ook uit de analyse die hij in 2012 maakte van de effecten van vier in de jaren daarvoor verschenen adviezen erover. Punt is volgens hem dat leven lang leren een breed concept is, dat vaak te smal wordt opgevat. Volgens Golsteyn gebeurt bovendien maar liefst 94 procent van het leren informeel, tegenover 6 procent formeel. Informeel leren is ‘learning by doing’, tijdens het werk.

Hoe kan informeel leren bevorderd worden? is ook een discussiethema. Bauke Zeilstra van de Belastingsdienst Academie gaat in op manieren om informeel leren op de werkvloer te stimuleren en effectiever te maken. Werkgevers moeten volgens hem niet zozeer denken aan trainingen maar aan leren op de werkplek. Leren ziet hij als een middel om de prestatie te verhogen, niet als doel op zich.

Het derde discussiethema is: Wat kunnen we doen om te voorkomen dat groepen achterblijven? Uit onderzoek blijkt dat ouderen, laagopgeleiden en flexwerkers de minste scholing ontvangen. Maar ook de middengroep met administratieve beroepen zoals secretaresses wordt vanuit de zaal genoemd als een groep die zeker bijscholing nodig heeft.

Erik Yperlaan, directeur van OOM, Stichting Opleidings- en Ontwikkelingsfonds voor de metaalbewerking, noemt in zijn presentatie enkele manieren waarop OOM werknemers prikkelt tot blijven leren. Zo zijn er jaarlijks ongeveer twintig ‘kennisavonden’: regionale bijeenkomsten over innovaties in de metaalbewerking. Ook zijn er workshops voor 45-plussers, om ze meer zicht te geven op hun waarde, kennis en ontwikkelingsmogelijkheden.

Na afloop van elke discussieronde kan iedereen op ‘ophaalkaarten’ belangrijke aandachtspunten noteren. Die worden verzameld door de commissie die de verkenning voorbereidt. Enkele conclusies klinken al na afloop: Werken en leren blijken steeds moeilijker te onderscheiden. En: Het gesprek tussen werkgever en werknemer vormt het beginpunt en daarbij moet het gaan om het vinden van gedeelde belangen.

Op dinsdagmiddag 12 mei vindt de derde en laatste verkenningssessie over leren in de toekomst plaats. Thema: de samenwerking tussen onderwijs en bedrijfsleven.

Tweede verkenningssessie leren in de toekomst: leven lang leren
Fotoverslag
Fotoverslag: Tweede verkenningssessie leren in de toekomst: leven lang leren
(PDF, 2268 kB)
Alles over het thema