Oost-Europese arbeidsmigrant heeft het moeilijk op de arbeidsmarkt

Uit het promotieonderzoek van Anita Strockmeijer blijkt dat Oost-Europese arbeidsmigranten een kwetsbare positie op de arbeidsmarkt hebben die nauwelijks verbetert als ze langer in Nederland zijn.
Heftruck aan het werk in distributiecentrum © Shutterstock

Anita Strockmeijer heeft onderzoek gedaan naar werk en uitkeringsgebruik van Oost-Europese arbeidsmigranten in Nederland. Zij heeft daarbij gekeken naar de positie op de arbeidsmarkt, het werkverleden en de mate van gebruik van een werkloosheidsuitkering.
Oost-Europeanen hebben vaker een tijdelijk dienstverband t.o.v. de Nederlanders. Ook werken ze in sectoren met lage lonen en een grotere kans op werkloosheid. Eenmaal in de WW vinden deze migranten ongeveer even snel nieuw werk als andere migrantengroepen, zoals Turkse en Marokkaanse Nederlanders.

De combinatie van hun hogere instroom, kortere verblijfsduur en lagere uitkering, leidt tot de conclusie dat het totale beroep op de WW-uitkering door Oost-Europese arbeidsmigranten niet sterk afwijkt van dat van Nederlandse werknemers.

Meer informatie over het proefschrift ‘De arbeidsmarktpositie verklaart : werk en uitkeringsgebruik van Oost-Europese arbeidsmigranten in Nederland‘ is terug te vinden op de website van de Universiteit van Amsterdam.
Download de samenvatting (pdf)

Symposium

Op 13 februari 2020 vindt bij het Sociaal Cultureel Planbureau het symposium ‘De positie van Oost-Europese arbeidsmigranten’ plaats. Het onderzoek van Strockmeijer maar ook andere onderzoeken zijn op dit symposium de gespreksonderwerpen.