Toelichting SER Pensioenverkenning aan Tweede Kamer

De Sociaal-Economische Raad lichtte vandaag de SER-verkenning ‘Persoonlijk pensioenvermogen met collectieve risicodeling’ toe aan de Vaste Kamercommissie van SZW. Deze verkenning is vastgesteld door de Raad in mei. Aanwezig waren Tweede Kamerleden Brigitte van der Burg (VVD, voorzitter), Helma Lodders (VVD), Paul Ulenbelt (SP), Henk Krol (50PLUS), Carola Schouten (CU), Steven van Weyenberg (D66) en Roos Vermeij (PvdA). SER voorzitter Mariëtte Hamer presenteerde de verkenning samen met commissie-voorzitter Kees Goudswaard.
Overhandiging SER Pensioenverkenning aan Tweede Kamerlid Brigitte van der Burg (VVD, voorzitter) door SER-voorzitter Mariëtte Hamer.

Bekende en interessante variant

Mariëtte Hamer schetste het proces voorafgaand aan de verkenning. Eerder heeft de SER een advies uitgebracht over de toekomst van het pensioenstelsel waarin vier varianten om ons pensioenstelsel te ontwikkelen en te versterken werden onderzocht. De raad stelde toen vast dat de variant persoonlijk pensioenvermogen met collectieve risicodeling een interessante, maar nog onbekende variant kan zijn voor de toekomst. Vervolgens heeft de SER uit eigen beweging deze variant nader onderzocht en deze bleek nog steeds interessant.

De SER pakt nu de dialoog opnieuw op om de verkenning met verschillende partijen te bespreken.

Collectiviteit behouden, persoonlijk pensioen toevoegen

Commissie-voorzitter Kees Goudswaard ging in op de onderzochte variant Persoonlijk Pensioenvermogen met collectieve risicodeling. Hij gaf aan dat de variant de sterke punten van het huidige stelsel behoudt zoals collectiviteit en het delen van risico’s. Dit wordt gecombineerd met een persoonlijk pensioen dat beter aansluit op de maatschappelijke ontwikkelingen.

De collectieve buffer maakt het pensioenresultaat stabieler: in goede tijden wordt de buffer gevuld en als de beleggingsrendementen laag zijn kan het persoonlijk pensioenvermogen worden aangevuld vanuit de buffer. Het grote voordeel ten opzichte van de andere varianten is dat de kans op daling van de koopkracht van het pensioen en op pensioenkorting het kleinst is. De resultaten verschillen wel per leeftijdsgroep.

Daarnaast is het systeem transparanter, zijn er meer mogelijkheden tot maatwerk en is het opgebouwde vermogen gemakkelijker mee te nemen naar een andere baan. Tot slot ging Kees Goudswaard in op de vraag hoe een eventuele overgang kan plaatsvinden. Door de afschaffing van de doorsneesystematiek te combineren met een nieuw contract, valt een deel van de transitiekosten weg. Wel is er nog gerichte compensatie nodig.

Collectieve buffer

Vervolgens kwamen vragen van de Tweede Kamerleden aan de orde. In de gedachtewisseling ging het onder meer over welke partijen bij de dialoog worden betrokken, de waarde van de buffer, eigendomsrechten, de vraag of er een verplicht pensioen voor ZZP-ers moet komen en wettelijke en fiscale kaders. 

Mariëtte Hamer sloot af met de opmerking dat de bevindingen van de dialoog zullen worden opgenomen in een brief van bevindingen aan staatssecretaris Klijnsma in het najaar.

Toelichting SER Pensioenverkenning aan Tweede Kamer.