Kamerleden onder de indruk van taalambassadeurs

Kamerleden Kirsten van den Hul (PvdA), Lisa Westerveld (Groen Links), Dennis Wiersma (VVD), Peter Kwint (SP), Paul van Meenen (D66) en Anne Kuik (CDA) waren het eens: ongelooflijk dapper dat twee taalambassadeurs, Liesbeth de Wit en Hans Kasser, uit eigen ervaring kwamen vertellen wat het betekent om laaggeletterd te zijn.
Kamerleden onder de indruk van taalambassadeurs © Dirk Hol

Het advies “Samen werken aan taal” over laaggeletterdheid werd op 6 juni besproken met de vaste Kamercommissie voor OCW. Eerder al werd het aangeboden aan minister Van Engelshoven. De commissie zal het op 13 juni met de minister bespreken, maar het gesprek zal vooral gaan over de verhalen van Hans en Liesbeth.

Schaamte verbergen

Hans en Liesbeth vertelden hoe laaggeletterden allerlei uitvluchten bedenken om hun schaamte te verbergen. Een ingezwachtelde hand: “ik ben geblesseerd, dus kan niet schrijven” of “ik heb mijn bril niet bij mij, wilt u even zeggen wat hier staat?”. Het sociaal drama van hun laaggeletterdheid bleek uit het niet kunnen voorlezen aan eigen kinderen, en failliet gaan omdat de rekeningen ongeopend blijven. Dat zij toch aan cursussen lezen en schrijven waren begonnen, was te danken aan mensen uit hun omgeving die hen wezen op laagdrempelige cursussen bij bibliotheken en het gebruik van een taalmeter (een online testje) bij een gemeenteloket. De stap over die drempel opende vervolgens een totaal nieuwe wereld, vertelde Liesbeth trots.

Maatwerk en landelijke regie

Het bracht de Kamerleden en de SER-delegatie onder leiding van Mariëtte Hamer op een gesprek over de inzet van artsen, baliemedewerkers bij gemeenten en vakbondsmedewerkers die belastingformulieren helpen invullen. Dat zijn mensen die kunnen helpen om laaggeletterdheid te signaleren en het gesprek daarover kunnen aangaan. Maatwerk is vervolgens nodig om niet alleen taal, rekenen en digitale vaardigheden te leren, maar ook hulp te krijgen bij bijvoorbeeld schuldenproblematiek of slechte gezondheid. De uitvoering hiervan ligt bij gemeenten, maar landelijke regie blijft nodig omdat de regelingen vaak per gemeente verschillen. Een landelijk kenniscentrum zou daarbij kunnen helpen. Daarnaast is kwaliteitsborging nodig bij het doorverwijzen voor cursussen en hulp. En tenslotte, natuurlijk, ook grotere budgetten dan nu beschikbaar zijn. Het belooft een interessant gesprek te worden met de minister.