Diagnostic workshop bij SER geeft verdieping aan skills strategie OESO

Op donderdag 12 mei organiseerde de OESO samen met de rijksoverheid en de SER een tweede bijeenkomst in het kader van de nationale skills strategie. Tijdens deze tweede ‘diagnostic workshop’ werden persona’s gebruikt om verdieping te geven aan de uitdagingen die uit de eerste workshop op 21 maart jl. zijn voortgekomen.
SER-voorzitter Mariëtte Hamer in gesprek met minister Lodewijk Asscher op het Diagnostic workshop: verdieping van belangrijkste uitdagingen op skills gebied in Nederland.

Aftrap door minister Asscher

Minister Asscher verzorgde de keynote speech, waarin hij het belang van blijven leren en ontwikkelen benadrukte, gelet op de snelle technologische ontwikkelingen. Om de arbeidsmarkt bij te benen, zullen mensen zelf moeten versnellen. Het aanleren van vaardigheden is geen eenmalige exercitie die je uitvoert voordat je begint met werken, maar een voortdurend, flexibel proces. Ons werkethos (niet lullen maar poetsen) moet daarom worden aangevuld met een leerethos (niet lullen maar leren, liefst ook tijdens het poetsen). Meer dan 90% van wat we leren gebeurt terwijl we aan het werk zijn. Werkgevers en werknemers hebben ook alle reden om te investeren in leren; het levert werkgevers betrokkenheid en productiviteit en werknemers een hoger loon. De minister benadrukte dat er kwetsbare groepen dreigen te ontstaan met minder kansen om te leren – zowel formeel als informeel – en noemde laagopgeleiden, ouderen, flexwerkers en zzp’ers. Als we hier niets aan doen, ontstaat een last voor later. Hij vroeg de aanwezigen om ideeën hoe we mensen kunnen motiveren om werk te maken van leren. Lees de hele speech van minister Asscher hier.

Opdrachten aan ronde tafels

De dag stond in teken van het uitvoeren van diverse ‘exercises’ aan ronde tafels met deelnemers uit bijvoorbeeld onderwijs, bedrijfsleven, sociale partners en (lokale) overheden. Aan de hand van een aantal ‘persona’s’ verdiepten de deelnemers de uitdagingen voor het postinitieel leren. Zo bespraken zij hoe Sjoerd, opgegroeid in een tulpenbedrijf in West-Friesland, zich beter zou kunnen toerusten om goed te zijn voorbereid op de overname van het familiebedrijf als zijn ouders met pensioen gaan. Is zijn mbo opleiding toereikend, welke vaardigheden zou hij moeten hebben, niet alleen vakmatig maar ook op sociaal en communicatief vlak en hoe zou hij zich die vaardigheden het beste eigen kunnen maken? Op deze manier werkten deelnemers aan de verdieping van een aantal uitdagingen voor het ontwikkelen, activeren en effectief benutten van vaardigheden.

Nationale skills strategie

Nederland is één van de tot nu toe negen landen die deelneemt aan een traject van de OESO, waarin gezamenlijk met stakeholders een nationale skills strategie wordt opgezet om beter te zijn voorbereid op de toekomst. Deze skills strategie geeft aan welke vaardigheden nodig zijn, maar ook hoe we kunnen organiseren en stimuleren dat iedereen zich gedurende zijn of haar loopbaan blijft ontwikkelen. Samen met de belangrijkste stakeholders, zoals onderwijsinstellingen, werkgevers en werknemers, (lokale) overheden werken de OESO, de ministeries van OCW, SZW, Economische Zaken en Financiën en de SER aan een skills strategie voor Nederland. Dit traject is gestart met een eerste bijeenkomst op 21 maart. Op 8 september vindt de derde en laatste workshop plaats, waarin onder meer aandacht is voor goede voorbeelden uit de praktijk om de uitdagingen op skills gebied aan te pakken. Naar verwachting presenteert de OESO begin 2017 een nationale skills strategie voor Nederland.