Staatssecretaris Wiersma neemt verkenning Werken zonder armoede in ontvangst

Op donderdag 4 november nam demissionair staatssecretaris Dennis Wiersma van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid de verkenning Werken zonder armoede in ontvangst.

Overhandiging verkenning Werken zonder armoede © Dirk Hol

“220.000 mensen die in armoede leven ondanks dat ze werken, dat zijn al heel veel mensen. Maar denk ook aan wie net boven de armoedegrens zit, en aan hun gezinnen. Corona en de stijgende energie- en woonkosten maken dit allemaal nog erger”. Staatssecretaris Dennis Wiersma wist duidelijk goed hoe de vork in de steel zit als het gaat over armoede. Hij was uitgenodigd om de verkenning Werken zonder armoede bij de SER in ontvangst te nemen, in aanwezigheid van de commissie Werk en armoede, vertegenwoordigers van gemeenten, NIBUD, Divosa, Stichting Leergeld en brancheorganisaties, en twee ervaringsdeskundigen.

Sectoroverstijgende aanpak nodig
Dat er een sectoroverstijgende aanpak nodig is, bleek al uit de verkenning. Kroonlid Romke van der Veen lichtte toe dat armoede hardnekkig is, ondanks de gestegen arbeidsparticipatie. De aanwezigen onderschreven dat. Werkgevers uit de schoonmaaksector vertelden dat zij maatregelen nemen zoals het afschaffen van nulurencontracten in de cao en minstens 120% van het wettelijk minimumloon betalen. Werknemersorganisaties zijn daar blij mee maar benadrukken ook de noodzaak om het vertrouwen in de publieke dienstverlening te vergroten, waar de managementcultuur zich vaak slecht verhoudt tot de menselijke maat. Gemeentes en uitvoeringsorganisaties zoeken naar manieren om werkenden met geldzorgen beter te kunnen adviseren en ondersteunen, en de schaamte over armoede weg te nemen. De aanwezigheid van ervaringsdeskundigen blijkt hier heel goed in te werken.

Samenwerking noodzakelijk
Voorzitter Mariëtte Hamer zocht in het gesprek naar het verbinden van verschillende partijen, want de problematiek van werkenden met geldzorgen vraagt om samenwerking tussen rijk, gemeenten, werkgevers, werknemers, het maatschappelijk middenveld en anderen. Samen met hen zal de SER verdere opvolging geven aan de verkenning.