Je bent OR-lid. Hoe kun je helpen voorkomen dat medewerkers worden blootgesteld aan gevaarlijke stoffen?

De handreiking De ondernemingsraad en gevaarlijke stoffen biedt uitkomst. Hierin staan de belangrijkste rechten en bevoegdheden vanuit de Wet op de ondernemingsraden (WOR), de Arbeidsomstandighedenwet (Arbowet) en het Arbeidsomstandighedenbesluit (Arbobesluit), bij elkaar.
De rol en rechten van de or bij gevaarlijke stoffen © Shutterstock

Download de handreiking (pdf)

De rechten van de or in het kort:

  • Informatierecht (Artikel 31 Wor, Artikel 15a Arbowet), waarmee de OR alle informatie kan opvragen die hij voor zijn taak nodig heeft. Daarbij kun je denken aan het opvragen van een exemplaar van de risico-evaluatie en -inventarisatie (RI&E), of een overzicht van de grenswaarden die in het bedrijf gelden.

    In sommige gevallen heeft de werkgever een informatieplicht, zoals bij:
    • Abnormale blootstelling van werknemers aan kankerverwekkende stoffen;
    • Meldingen aan toezichthouder bij het werken met asbest;
    • Overschrijding van grenswaarde voor blootstelling aan asbest;
    • Ongevallen of incidenten met biologische agentia

  • Instemmingsrecht (Artikel 27 Wor), bij regelingen over arbeidsomstandigheden. Hierbij kun je denken aan het aanwijzen van een preventiemedewerker, het voorlichtingsbeleid over gevaarlijke stoffen of de wijze van uitvoeren van de RI&E.

    De werkgever is niet in alle gevallen verplicht de or om instemming te vragen. Wel kan de or het initiatief nemen om in gesprek te gaan en bijvoorbeeld te kijken of de richtlijnen van de arbeidshygiënische strategie worden gevolgd.

  • Adviesrecht (Artikel 25 Wor): De or heeft het recht advies te geven bij belangrijke investeringen, of bijvoorbeeld bij invoering van nieuwe processen waarbij gevaarlijke stoffen worden gebruikt. Door vooraf mee te denken over risico’s en mogelijke alternatieven, kan de or bijdragen aan een veiliger en gezonder bedrijf. Hiervoor moet een risicobeoordeling in het kader van de RI&E worden uitgevoerd. Zonder zo’n beoordeling kan de or niet goed adviseren.

Overige rechten en bevoegdheden:

  • Bij een aangekondigd bedrijfsbezoek hebben leden van de or het recht om de inspecteur te vergezellen bij een eventuele rondgang. Dit is niet altijd mogelijk bij een onaangekondigd bezoek.
  • Wanneer de or en de werkgever het inhoudelijk niet eens zijn over de juiste maatregelen, is overleg met de eigen arbodienst een eerste stap;
  • De or kan een klacht over ongezonde en onveilige arbeidsomstandigheden indienen bij de Inspectie SZW. De Inspectie reageert altijd op een klacht en de anonimiteit van de indiener wordt zoveel mogelijk beschermd.

Waarom deze handreiking?

In Nederland werken meer dan 100.000 bedrijven met gevaarlijke stoffen. Dat zijn stoffen die kunnen exploderen, die allergische reacties kunnen veroorzaken of kankerverwekkend kunnen zijn.

Bij 25.000 bedrijven gaat het werken met gevaarlijke stoffen niet veilig genoeg (bron: Arbo in bedrijf, 2016)
Het gevolg is gezondheidsschade bij naar schatting bijna een kwart miljoen werknemers die worden blootgesteld aan te hoge concentraties stoffen. Ruim 3.000 van de 20.000 mensen per jaar die hierdoor een beroepsziekte krijgen, overlijden voortijdig, vooral door werkgerelateerde kanker.

Daarom gaat de Inspectie met een speciaal team voor gevaarlijke stoffen de komende jaren meer en strenger controleren. Ook de boetes voor onveilig werken met gevaarlijke stoffen gaan omhoog, tot soms meer dan 5.000 euro.

Door de ondernemingsraad actief te betrekken bij het vooraf meedenken over risico’s en mogelijke alternatieven, kan hij actief bijdragen aan de veiligheid en de gezondheid op de werkvloer.

Wil je weten hoe het zit? Download dan nu de handreiking

Meer informatie:

arbeidshygienische strategie
risico-inventarisatie en -evaluatie

 

Risico-inventarisatie en -evaluatie

Een goede risico-inventarisatie en -evaluatie van stoffen besteedt aandacht aan onder meer de aard, mate en duur van de eventuele blootstelling en toetst die blootstelling aan de geldende grenswaarde (www.ser.nl/grenswaarden). Als er voor een bepaalde stof geen wettelijke grenswaarde bestaat, moet de werkgever zelf de grenswaarde vaststellen.