Drie randvoorwaarden Inspectie SZW voor gebruik mondneusmaskers op de werkplek

Het gebruik van mondneusmaskers is een van de maatregelen om de verspreiding van het coronavirus zoveel mogelijk te beperken.

Afbeeldingen van diverse mondmakers © Shutterstock

De Inspectie SWZ geeft een aantal voorwaarden voor het gebruik van mondneusmaskers op de werkplek:

  1. De keuze voor het toepassen van een mondneusmasker voor werknemers (en derden) is door de werkgever onderbouwd in de RI&E. In situaties waarbij gekozen wordt voor een persoonlijk ademhalingsbeschermingsmiddel in de zin van de Arbowet, zoals de FFP-maskers moet de keuze hiervoor eveneens onderbouwd worden in de RI&E
  2. De mondneusmaskers zijn van voldoende kwaliteit, zodat ze doen waarvoor ze bedoeld zijn, namelijk het tegenhouden van spatten en druppels vanuit de drager. Hieronder volgt meer uitleg over ‘voldoende kwaliteit’.
  3. Voor een goed effect is het nodig dat alle mensen op de werkplek een dergelijk mondneusmasker dragen.

Bovengenoemde voorwaarden gelden niet voor die situaties waarbij blootstelling aan het virus een direct gevolg is van de aard van de werkzaamheden, zoals in de zorg.

Lees het artikel van de Inspectie SZW

Criteria voor goede kwaliteit mondneusmaskers

Mondneusmaskers zijn van voldoende kwaliteit als ze aan één van deze criteria voldoen:

  • Een ‘niet-medisch’ mondneusmasker voor consumenten dat tenminste voldoet aan de WHO richtlijnen.
  • Een mondneusmasker met een NEN-spec keurmerk: NEN-spec 1-2:2020-11-09 met minimale filterefficiency 90%.
  • Een CE-gemarkeerd medisch gezichtsmasker type I, II of IIR die voldoet aan de geharmoniseerde norm: EN14683:2019+C1:2019).

Een FFP-masker beschermt pas vanaf type FFP2 de drager tegen inademing van het coronavirus, mits goed toegepast. Ook hebben de maskers een CE-markering; zijn getoetst op basis van de norm NEN-EN 149 +A1 en voldoen aan de Europese Verordening Persoonlijke beschermingsmiddelen (EC 2016/425).


Waar en wanneer gebruik je een mondneusmasker?

Mondneusmaskers kunnen worden gebruikt om besmetting met het coronavirus op de werkvloer te beperken. Met name daar waar geen of niet voldoende afstand kan worden gehouden. Voorbeelden hiervan zijn werksituaties in distributiecentra, kantoren, vleesverwerkende industrie, etc.
Dat geldt ook bij andere werkgerelateerde activiteiten, zoals bij het gebruik van kantines, kleedkamers, contacten met klanten, leveranciers,

Wat zegt de wet?

De wet schrijft voor dat werkgevers voor een veilige werkomgeving moeten zorgen. Dit betekent ook dat een werkgever moet zorgen voor voldoende persoonlijke beschermingsmiddelen wanneer werknemers aan (mogelijk) gevaar blootstaan of kunnen staan.
Zie ook Artikel 8.3 van het Arbeidsomstandighedenbesluit.


Mondneusmaskers en RI&E

Volgens de Arbowet moet iedere werkgever een Risico-Inventarisatie & Evaluatie (RI&E) opstellen. Daarin wordt beschreven wat de belangrijkste gezondheids- en veiligheidsrisico’s van het werk zijn. Ook in tijden van de coronapandemie. De RI&E moet aangepast zijn op de risico’s van het coronavirus. De maatregelen om besmetting op de werkvloer te voorkomen, moeten in het plan van aanpak worden opgenomen. Dat geldt ook voor maatregelen rondom het gebruik van mondneusmaskers.
Wil je meer informatie over de RI&E? Zoek je tools om zelf een RI&E te maken? Ga naar het dossier RI&E

SER-publicaties

Externe links en publicaties

  • Rijksoverheid.nl | Informatie over verschillende soorten mondneusmaskers of –kapjes
  • RIVM | Richtlijnen COVID-19
  • GGD | Vind een GDD in jouw regio

Meer weten over arbo, de toepassing van de Arbowet en goede arbeidsomstandigheden?

Dit staat er in de Arbowet en zo pas je ‘m toe.