Kindvoorzieningen en cultuur in Raad

In de Raadsvergadering van 22 januari zijn het advies Kindvoorzieningen en de verkenning van de arbeidsmarkt in de cultuursector besproken.
Arbeidsmarktverkenning cultuur in de raadsvergadering van de SER. Jeroen Bartelse, directeur Raad voor Cultuur, lichtte toe dat drie jaar geleden voor het eerst signalen naar voren kwamen dat de inkomens in de cultuursector sterk onder druk staan.

Kindvoorzieningen

Voorzitter Mariëtte Hamer introduceerde het advies ‘Gelijk van start’ als een belanghebbend advies waaruit blijkt dat het investeren in deze kindvoorzieningen loont. Zij gaf aan dat kinderopvang niet alleen een belangrijk arbeidsmarktinstrument is, maar ook bijdraagt aan de ontwikkeling van kinderen, het verminderen van achterstanden en het bevorderen van gelijke kansen.

De belangrijkste aanbeveling is dat kinderen met een achterstand in aanmerking komen voor extra stimuleringsprogramma’s voor 16 uur per week. Daarnaast adviseert de SER voor alle kinderen van 2 tot 4 jaar een aanbod van 16 uur per week met een eigen bijdrage van ouders, ongeacht of zij werken. Verder gaf mevrouw Hamer aan dat een vereenvoudiging van de financieringsstromen en een verbetering van de kwaliteit nodig zijn, stabiliteit en bestendigheid van het stelsel is heel belangrijk en een verdeling van de kosten dient verder doordacht te worden. Tot slot benadrukte zij dat de opvang niet verplicht wordt.

In een panelgesprek met de geledingen van de raad kwamen belangrijke punten naar voren.

MKB Nederland voorzitter Michael van Straalen gaf aan blij te zijn met het unanieme advies. Voorschoolse opvang kan achterstand van kinderen voorkomen. De bekostiging zullen we moeten oplossen, zo stelde hij, maar hij toonde zich overtuigd dat het een ontzettende stap voorwaarts is.

FNV-bestuurder Catelene Passchier stelde dat professionalisering niet alleen met het opleidingsniveau te maken heeft, maar ook met het investeren in mensen die in de kinderopvang werken. Voor haar is belangrijk dat alle kinderen kunnen deelnemen en er diversiteit ontstaat. Tenslotte sprak zij haar hoop uit dat het kabinet met het advies aan de slag gaat.

Volgens Kroonlid Louise Gunning laat dit advies zien hoe belangrijk kinderopvang voor de motorische en sociaal-emotionele ontwikkeling is van kinderen. Zij maakte de kanttekening dat opvang alleen toegevoegde waarde heeft als het kwalitatief goede opvang is. Een doorgaande leerlijn van 0 tot 12 jaar met een aansluiting tussen kinderopvang en de basisschool, vond zij het meest belangrijk.

Volgens Bas ter Weel van het CBP is het een evenwichtig advies en zijn de kosten helder. Uit evaluatie moet blijken wat de baten zullen zijn; uit buitenlandse studies blijkt dat deze baten daar wel aangetoond zijn. We weten bijvoorbeeld niet of de ouders van de kinderen die dit het meeste nodig hebben van het aanbod gebruik zullen maken.

Tijdens de Raadsvergadering is een video getoond waarin de reacties van Boink en de branchevereniging Kinderopvang op het advies zijn opgenomen.

Arbeidsmarktverkenning cultuur

Het tweede agendapunt van de Raadsvergadering was een verkenning van de arbeidsmarkt in de cultuursector. Deze is door de SER en de Raad voor Cultuur gezamenlijk uitgevoerd. Een conclusie uit deze verkenning is dat de positie van werknemers en zzp’ers in de cultuursector vaak zwak is.

Commissievoorzitter en Kroonlid Evert Verhulp schetste een beeld van de bevindingen van de commissie. De speciaal voor deze gelegenheid uitgenodigde gast Jasper Schweppe – bariton - zanger in ondermeer het Nederlands Kamerkoor, lichtte zijn situatie toe. Zoals ongeveer 40% van de werkenden in de sector is Schweppe zzp’er. In zijn geval noodgedwongen, vanwege de sterk teruggelopen subsidie van zijn voormalige werkgever, door wie hij nu nog als zelfstandige wordt ingehuurd voor hetzelfde werk. Echter tegen een aanzienlijk lagere beloning en zonder de vroeger aanwezige zekerheden van doorbetaling bij ziekte en arbeidsongeschiktheid en zonder pensioenopbouw.

Schweppe: “Eigenlijk heb ik geen antwoord op de vraag wat nu het perspectief is voor jonge musici die vandaag starten aan het conservatorium. Vroeger was het alternatief voor een uitvoerend musicus in loondienst les te gaan geven aan bijvoorbeeld een muziekschool, maar die mogelijkheid is sterk verminderd. Er is weinig perspectief. Wie toch kiest voor een beroep in de culturele sector, doet dat vanuit grote passie”.

Jeroen Bartelse, directeur Raad voor Cultuur, lichtte toe dat drie jaar geleden voor het eerst signalen naar voren kwamen dat de inkomens in de cultuursector sterk onder druk staan. Bartelse: “De Raad voor Cultuur is blij dat er nu een verkenning ligt. Hiermee is een duidelijk beeld ontstaan waaruit blijkt dat de bezuinigingen in de sector vooral worden geabsorbeerd door de kunstenaars, de makers en de medewerkers. Ik wil graag voorkomen dat er een beeld ontstaat van een ‘zielige sector’. Dat is niet zo. Ook nu kiezen mensen bewust voor een opleiding aan een academie”.

Vertegenwoordigers vanuit de vakbeweging Maurice Limmen en Mariëtte Patijn zijn bezorgd dat de ontwikkelingen in de cultuursector een voorbode zijn van ontwikkelingen in andere sectoren van de arbeidsmarkt. 

VNO-NCW voorzitter Hans de Boer wijst er op dat er voor gewaakt moet worden dit zorgelijke beeld uit te vergroten en zondermeer toe te passen op andere sectoren in de economie.

Albert-Jan Maat (LTO) merkte op dat ook in andere sectoren sterk is bezuinigd en vroeg zich af wat de visie is van de cultuursector om in de toekomst te excelleren.

Voorzitter Mariëtte Hamer benadrukte dat de status van dit rapport een ‘verkenning’ is. Gekeken is naar de huidige situatie in de cultuursector, zonder er oplossingsrichtingen aan toe te voegen en zonder vergelijkingen te maken met andere sectoren. Vastgesteld wordt dat de Raad zich achter deze verkenning stelt. De voorzitter dankt de Raad voor Cultuur tot slot voor de goede samenwerking.