NEA-COVID-19 | Welke impact hadden de eerste 3 maanden coronacrisis op het werk?

Door de coronamaatregelen werken we in Nederland sinds maart 2020 grotendeels thuis. Wat was de impact hiervan op het werk?
Welke impact hadden de eerste 3 maanden coronacrisis op het werk? © Shutterstock

TNO en CBS onderzochten tussen eind juni en eind juli 2020 de effecten en gevolgen van de coronamaatregelen op het werk met het NEA-COVID-19-onderzoek. Een aanvullend onderzoek op de Nationale Enquête Arbeidsomstandigheden (NEA) uit 2019. De gegevens van beide enquêtes geven, op basis van zelfrapportage van werknemers, een beeld van de arbeidssituatie over de eerste drie maanden coronacrisis vergeleken met die van 2019.

Hoewel het onderzoek een aantal opvallende positieve resultaten laat zien, kan uit het onderzoek niet worden geconcludeerd dat de werkomstandigheden niet sterk verslechterd zijn en COVID-19 geen gevolgen voor de gezondheid heeft. De resultaten hangen mogelijk samen met het moment van meten vlak na de eerste golf. Het moment, eind juni, waarop werknemers het ‘gewone’ leven weer leken op te pakken. De resultaten van specifieke beroepen, zoals verpleegkundigen die werkten met COVID-19 besmette patiënten, zijn niet nader bekeken.

De impact op werk na drie maanden coronacrisis:

  • In totaal werkt circa 45 procent van de werknemers thuis. 65 procent van hen werkt de hele week thuis.
  • 12 procent van de deelnemers aan het onderzoek uit 2019, heeft hun baan verloren. 1 op de 3 van deze groep heeft te maken met een inkomensdaling. En 1 op de 5 heeft problemen om financieel rond te komen.
  • 8 op de 10 werknemers die naar het werk gingen, geeft aan dat de fysieke en psychosociale arbeidsomstandigheden lijken te zijn verbeterd. De werkdruk van deze groep veranderde niet veel. De autonomie en taakeisen namen wel af. Respectievelijk met 12 en 7 procent ten opzichte van 2019.
  • De werkdruk van thuiswerkers veranderde gemiddeld niet veel. Een stijging van 1 procent ten opzichte van 2019. In sommige sectoren, zoals in de industrie en de ICT, gebeurde dat wel. Werknemers in de zorg en in het onderwijs, ervaren werkdruk hoger dan gemiddeld.
  • De veranderde werkomstandigheden hebben niet veel effect gehad op de werk-privébalans van thuiswerkers. Drie maanden na de start van de crisis gaf ruim 9 procent aan dat er een verstoorde werk-privébalans was. In 2019 gold dat voor iets meer dan 8 procent van deze groep.
  • Thuiswerkers deden 18 procent meer beeldschermwerk. Ze zaten vaker en langer en maakten meer herhalende bewegingen. Een stijging van 17 procent ten opzichte van 2019.

Vervolgonderzoek

Eind oktober is gestart met een tweede meting van het NEA-COVID-19 onderzoek. Het reguliere NEA 2020 wordt in het najaar van 2020 afgenomen. Deze onderzoeken zullen moeten uitwijzen wat de effecten zijn van een toename van besmettingen en nieuwe beperkende maatregelen, zoals in de huidige tweede golf.

Hierbij wordt ook gekeken of er (aanvullende) risicogroepen zijn die aandacht behoeven. Maar ook wat de effecten op lange termijn zijn voor werknemers in Nederland.