‘In Denemarken geen sprake van kloof tussen vast en flexibel dienstverband’

Vorige week bracht een Deense delegatie, onder leiding van de minister van Werkgelegenheid Jørn Neergaard Larsen, een bezoek aan de SER. De Denen waren benieuwd naar de functie van de SER omdat ze zelf geen SER kennen. Tijdens het bezoek spraken vertegenwoordigers van de SER met hen over het functioneren van de arbeidsmarkt en het sociaal stelsel. De minister gaf onder andere aan dat er in Denemarken geen sprake is van een kloof tussen mensen met een vast en mensen met een flexibel dienstverband.
Deense delegatie op bezoek bij de SER.

Vergelijkbare contracten

De wettelijke bescherming van mensen met een vast en mensen met een flexibel dienstverband is in Denemarken hetzelfde. Beide type contracten zijn vergelijkbaar. Zowel bij vast als bij flex is sprake van goede en van minder goede banen. Ook de arbeidsmobiliteit is vergelijkbaar tussen beide type contracten.
De Deense arbeidsmarkt is zeer dynamisch: één op de drie werkenden verandert in een jaar van baan. Vraag en aanbod zijn goed op elkaar afgestemd zodat deze transities snel en eenvoudig kunnen plaatsvinden. Ontslagbescherming is minder vergaand dan in Nederland en er is sterke nadruk op activering. Dit maakt het makkelijker om een werknemer te ontslaan maar ook om een nieuwe baan te vinden.

Kenmerken arbeidsmarkt

De Deense arbeidsmarkt werd door minister Neergaard Larsen gekenmerkt als ‘internationaal’. Er zijn veel arbeidsmigranten uit landen als Polen, Roemenië en Tsjechië.
De langdurige werkloosheid is in Denemarken minder groot dan in Nederland. Deze is in de afgelopen periode ook aanzienlijk gedaald, met dank aan diverse maatregelen en hervormingen die zijn gericht op het sneller aan het werk krijgen van mensen.
Wel is er een groot verschil tussen de ‘mannelijke’ private sector en de publieke sector waar vooral vrouwelijke beroepskrachten werken. Dit heeft volgens de minister onder meer te maken met de aard van de beroepen (zoals de zorg) in de verschillende sectoren.

Verschillen en overeenkomsten rol sociale partners

In Denemarken is geen sociaal-economische raad zoals wij die kennen. Wel is er een aantal raden waarin sociale partners meer specifieke onderwerpen behandelen, bijvoorbeeld over de arbeidsmarkt en over het onderwijs.
De minister beschreef verder een orgaan dat voor Nederland vergelijkbaar is met het CPB dat zelf ook onderzoek doet en plannen presenteert. Het ‘politieke proces’ komt daarna en vindt dus niet binnen datzelfde orgaan plaats.
De SER onderscheidt zich dus door de focus op de fase van analyse (en daaraan voorafgaand geen eigen onderzoek maar het samenbrengen van onderzoek van anderen) en daarna het onderhandelen.
Sociale partners worden door de minister omschreven als ‘front runners’, met een belangrijke invloed op de politieke agenda. De onderhandelingen met sociale partners staan wel onder druk door het dalend aantal leden van vakbonden en veranderingen in bepaalde regelgeving. Dat maakt het soms moeilijk om tot overeenstemming te komen.