Vraag van de maand: Werken in de kou en tocht, wat kan er aan gedaan worden?

Ik werk als automonteur bij een garagebedrijf en daar gaan de roldeuren vaak open, waardoor het regelmatig nogal koud aanvoelt en tocht. Daardoor heb ik het zeker in de wintermaanden vaak koud, vooral wanneer het ook nog eens hard waait. Ik krijg dan last van stijve vingers en ook mijn spieren worden stram. Wat kan mijn werkgever doen aan deze situatie, en wat kan ik zelf doen om dit te voorkomen?
Automonteur aan het werk © Nationale Beeldbank

Hoewel de échte kou nog niet zijn intrede heeft gedaan, is er tijdens de wintermaanden extra alertheid nodig voor gezondheid en veiligheid op de werkvloer.

Tijdens de wintermaanden kunnen werknemers te maken krijgen met gezondheids- en veiligheidsrisico’s door het werken in koude werkomstandigheden. Werken in de kou kan onder andere leiden tot een stijve spieren, vermindert bewustzijn, bevriezing van vingers en tenen en een grotere kans op ongelukken doordat je je handen minder nauwkeurig kan gebruiken. Bij extreme blootstelling aan kou kan onderkoeling zelfs leiden tot de dood.
Gezondheidsklachten kunnen al ontstaan als het kwik buiten niet onder nul te komt. Daarnaast kan het effect van de kou door tocht en wind groter zijn dan de werkelijke temperatuur aangeeft. Dit wordt de gevoelstemperatuur of windchill genoemd.

Werknemers die in omgevingen werken waar altijd lage temperaturen heersen, zoals koel- en vriescellen, moeten het gehele jaar rekening houden met de risico’s van werken in de kou.

Zorgplicht en naleving

Werkgevers zijn wettelijk verplicht werknemers een gezonde en veilige werkomgeving te bieden. Zij dienen dus maatregelen te treffen om gezondheidsschade als gevolg van kou te voorkomen. Behalve het nemen van maatregelen, dient er ook een duidelijke en adequate werkinstructie te zijn, die vervolgens naar behoren wordt nageleefd.
Als werken bij een lage temperatuur, of in een omgeving waar een lage temperatuur is, niet vermeden kan worden, dient een werkgever voldoende maatregelen nemen om gezondheidsproblemen te voorkomen. Maatregelen die werkgevers kunnen treffen zijn bijvoorbeeld:

  • Zorg voor voldoende en goede werkende warmtebronnen op de werkplek
  • Scherm de werkplek af van kou, wind, regen of sneeuw
  • Voorkom tijdens de werkzaamheden waar mogelijk contact met koude materialen
  • de duur van de werkzaamheden verkorten;
  • De werkzaamheden laten afwisselen met werk op een warme plek.
  • Persoonlijke beschermingsmiddelen (PBM’s) beschikbaar stellen;

Daarbij geldt de arbeidshygiënische strategie, de volgorde waarin werkgevers maatregelen moeten toepassen bij het aanpakken van risico’s. Werknemers hebben zelf ook een rol bij het voorkomen van gezondheidsschade. Zij dienen de PBM’s die de werkgever beschikbaar stelt te gebruiken. Daarnaast moeten zij op tijd aan de bel trekken en met hun werkgever overleggen over het werken in de kou.

Een inventarisatie van de risico’s van het werken in de kou en welke maatregelen worden genomen om die risico’s te verkleinen moet worden opgenomen in de risico-inventarisatie en –evaluatie van het bedrijf.

Meer informatie over werken in de kou

Sociale partners en andere organisaties hebben informatiedossiers en instrumenten ontwikkeld waarmee werkgevers en werknemers de risico’s van werken in de kou beter aan kunnen pakken:

Achtergrondinformatie

Heeft u een vraag over gezond en veilig werken?

Bent u arboprofessional en heeft u een vraag? Wij zoeken voor u het antwoord of helpen u op weg.