De aanpak van het veelkoppige monster van kansenongelijkheid

Op woensdag 10 november vond een rondetafelgesprek plaats met de leden van de vaste Kamercommissie voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW) van de Tweede Kamer over kansenongelijkheid, onderwijsachterstanden en segregatie. Het SER-advies over kansenongelijkheid, "Gelijke kansen in het onderwijs: Structureel investeren in kansengelijkheid voor iedereen", was een van de documenten dat hierin centraal stond.

Hoorzitting OCW © Dirk Hol

SER-voorzitter Mariëtte Hamer duidde voor de aanwezige Kamerleden het “veelkoppige monster” van kansenongelijkheid, waar het SER-advies een samenhangend pakket van aanbevelingen voor aanreikt. “Kansenongelijkheid moeten we in een brede context bezien en bestrijden.” “Het maakt nog steeds uit wie je bent en waar je vandaan komt voor de kansen die je in je leven krijgt. Dat is door de coronacrisis nog duidelijker geworden. Het ontstaan van kansenongelijkheid heeft te maken met de omstandigheden waarin kinderen en jongeren worden geboren en opgroeien, maar ook met de manier waarop ons onderwijs, de arbeidsmarkt en onze samenleving zich hebben gevormd. Op allerlei sleutelmomenten in een mensenleven - bij de zwangerschap en vanaf de geboorte, in de eerste levensjaren, op school, bij de stap naar een vervolgopleiding en naar de arbeidsmarkt - zien we kansenongelijkheid ontstaan en vergroot worden. De voorschoolse opvang en het onderwijs kunnen hier een tegenwicht aan bieden. Want hoe eerder je begint met spelenderwijs leren, hoe beter het voor kinderen is.”