Wiljan van den Berge en Laura van Geest van CPB: Er is werk genoeg

Verdringing op de arbeidsmarkt? Daar is nauwelijks sprake van. Waarom voelen velen dat dan wel zo? CPB-directeur Laura van Geest en onderzoeker Wiljan van den Berge over het verschil tussen feiten en beleving.

Corien Lambregtse

Hoewel het vaak gedacht wordt, er is nauwelijks sprake van verdringing op de arbeidsmarkt. Op basis van nu bekende cijfers en onderzoeken, ook internationaal, zijn er geen bewijzen gevonden dat hoogopgeleiden de banen van lager opgeleiden inpikken. Ook duwen arbeidsmigranten mensen die er altijd al wonen niet uit de markt en worden ouderen niet verdrongen door jongeren. Dat blijkt uit het gezamenlijke rapport Verdringing op de arbeidsmarkt, beschrijving en beleving van CPB en SCP. Alleen aan de onderkant van de arbeidsmarkt en in slechte economische tijden komt het wel eens voor dat hoger opgeleiden of arbeidsmigranten de arbeidsplaatsen van lager opgeleiden innemen. Activerend arbeidsmarktbeleid kan ook een verdringend effect hebben. Maar dat is dan met opzet: een bepaalde groep mensen krijgt steun om haar positie op de arbeidsmarkt te versterken, en dat kan ten koste gaan van de groep die deze steun niet krijgt.

Feitelijk is er dus geen reden om voor verdringing te vrezen. Maar in de werkelijkheid beleven mensen dat anders. ‘Feiten en beleving, daar kan een grote kloof tussen zitten. Daarom hebben we dit onderzoek ook samen met het SCP gedaan’, lichten Laura van Geest en Wiljan van den Berge van CPB samen toe. ‘Het CPB heeft de relaties en cijfers onderzocht, het SCP heeft mensen in een enquête en persoonlijk gevraagd hoe zij tegen verdringing aankijken. Daar bleek dus een groot verschil in te zitten. Een vijfde van alle werkenden zegt negatieve gevolgen te ervaren als gevolg van extra instroom op de arbeidsmarkt.’

Hoe verklaren jullie die angst?

Van den Berge: ‘Veel mensen zijn bang dat als er nieuwe groepen toetreden op de arbeidsmarkt, dit ten koste gaat van hún banen. Alsof er een vaststaande hoeveelheid werk is. Maar de arbeidsmarkt is niet een koek die in steeds kleinere stukjes verdeeld wordt als er meer mensen mee doen. De koek wordt juist steeds groter als er meer mensen meedoen.’

Van Geest, tevens kroonlid: ‘Kijk bijvoorbeeld naar alle vrouwen die de laatste decennia op de arbeidsmarkt zijn gekomen. Je kunt toch niet zeggen dat die de mannen van de arbeidsmarkt hebben verdrongen? Of moet je zeggen dat vrouwen al die jaren daarvoor door mannen van de arbeidsmarkt zijn geduwd? De angst voor verdringing heeft vaak te maken met angst voor baanverlies. De zekerheid van een vaste baan begint steeds meer te verdwijnen. Het is altijd spannend: een periode van werkloosheid of verandering van werk. Maar de geruststellende boodschap is: werk is er genoeg, ook als er nieuwe groepen toetreden. In een tijd van economische crisis kan het wat lastiger zijn om na ontslag werk te vinden, maar op langere termijn komt het meestal goed.’

Zinloos beleid

Voor het ministerie van SZW, de opdrachtgever van dit onderzoek, betekent het dat er geen beleid nodig is om arbeidsmarktverdringing tegen te gaan. Integendeel: beleid uit het verleden, zoals de VUT-regeling waarbij ouderen met vervroegd pensioen mochten om ruimte te maken voor jongeren, heeft achteraf gezien totaal geen zin gehad.

Van Geest: ‘Een van de doelen van het onderzoek was om te achterhalen of beleid nuttig is en zo ja, hoe dat beleid eruit moet zien. In dit geval is er geen beleid nodig om de verdringing tegen te gaan, maar het is duidelijk dat een deel van de arbeidsmarkt zich wel verdrongen vóelt. Mensen hebben het gevoel dat ze continu “de strijd” met anderen moeten aangaan en dat als ze hun baan verliezen, het heel moeilijk wordt een vergelijkbare baan met dezelfde arbeidsvoorwaarden te vinden.’

Van den Berge: ‘Het beleid zal dus meer gericht moeten zijn op het verminderen van de onzekerheid die mensen ervaren dan op het tegengaan van verdringing.

Het verminderen van de onzekerheid die mensen ervaren moet in beleid centraal staan

De toestroom van nieuwe arbeiders heeft kennelijk geen nadelige invloed op bestaande groepen. Maar wat zijn de effecten op de samenleving als geheel?

Van den Berge: ‘Die vraag stelde Frank Kalshoven in zijn column in de Volkskrant inderdaad ook. Hij vroeg zich af of de toestroom van arbeidsmigranten er niet toe heeft geleid dat het totale aantal mensen dat in de bijstand of WW zit, is gestegen. Want werk in de tuinbouwsector wordt nu bijvoorbeeld uitgevoerd door Oost-Europeanen, en niet door werkloze Nederlanders. Toch speelt daar een ander probleem. Niet zozeer aan de vraagkant, maar aan de aanbodkant. Er is veel vraag naar arbeiders in de tuinbouwsector, maar bijvoorbeeld ook in de schoonmaak en de zorg. Kennelijk zijn er redenen waarom mensen die nu een uitkering krijgen niet in die vacatures passen of er niet op solliciteren. Dat heeft niets met verdringing te maken, maar vermoedelijk met persoonlijke omstandigheden en soms ook met multi-problematiek, zoals we uit Rotterdamse experimenten weten. Het tegenhouden van arbeidsmigranten is dus niet de oplossing voor dat probleem.’

Gaat het lukken om met dit rapport misverstanden over arbeidsmarktverdringing weg te nemen?

Van Geest: ‘De timing van het rapport is goed, want nu gaat het economisch goed, maar het kan zo maar omslaan. Mocht de werkloosheid gaan toenemen, dan kunnen we meteen zeggen dat het zinloos is om ouderen vervroegd met pensioen te sturen. Ook kan de toestroom van immigranten niet als oorzaak worden aangewezen voor de werkloosheid. Dat geeft in ieder geval helderheid.’

Van den Berge: ‘Zoals het meestal gaat met een rapport, zullen we deze boodschap nog wel eens moeten herhalen. Zeker omdat dit onderzoek ingaat tegen wat veel niet-economen denken.’


Verdringing op de arbeidsmarkt, beschrijving en beleving

Het CPB-/SCP-rapport Verdringing op de arbeidsmarkt, beschrijving en beleving, dat op 31 oktober 2018 verscheen, is te vinden op de websites van het CPB en het SCP. Wiljan van den Berge, projectleider van dit onderzoek, was in 2014 genomineerd voor de SER-scriptieprijs.

Samenleving: gezin of stam?

Het is voor het eerst dat een rapport van het CPB en SCP vergezeld gaat van een persoonlijke, voor het publiek geschreven samenvatting. In die samenvatting legt filosoof Bas Haring het rapport in eigen woorden uit. Ook vertelt hij hoe het zit met de lump of labor fallacy: de misvatting dat er een vaststaande hoeveelheid werk is.

‘Het is niet ongebruikelijk om je de complexe samenleving voor te stellen als een groot gezin: meerdere generaties leven met elkaar; doen verschillende dingen, werken, gaan naar school, etc.

Stelt u zich een gezin voor, met twee ouders en twee kinderen; ergens in een dorp. Het oudste kind heeft een krantenwijk; de enige krantenwijk die er in het dorp is. Op een zekere dag neemt het gezin een pleegkind op – om wat voor reden dan ook. Dan gaan die twee andere kinderen dat merken. Het kan zijn dat de oudste haar krantenwijk aan het pleegkind verliest, en in ieder geval neemt de kans van de jongste op de krantenwijk af. Wellicht voelen ze zich verdrongen door de nieuwkomer.

Heel anders wordt het wanneer je je de samenleving voorstelt als een stam: een groep mensen die ergens ver weg, in een oerwoud of zo, met elkaar samenleeft en dingen doet. Of een modernere variant: de club mensen die samenleeft in het tv-programma Utopia. Stelt u zich nu eens voor wat er gebeurt als er plots extra mensen zich bij de stam aanmelden – of bij Utopia. Het werk dat er is, wordt uitgevoerd in de stam en niet daarbuiten. En meer mensen betekent ook meer werk. Meer monden die gevoed moeten worden; extra woonruimte die moet worden gebouwd. De hoeveelheid werk die erbij komt zal om en nabij in balans zijn met de hoeveelheid werk die de nieuwkomers kunnen verrichten. En het is niet op voorhand evident dat mensen zullen worden verdrongen uit hun werk.’