SERmagazine

Samen werken aan betere skills. OESO brengt rapport uit over Nederlandse ‘skills’

Je blijven ontwikkelen, van kleutertijd tot pensioen. Bij die ideale situatie zijn we in Nederland nog lang niet, blijkt uit een rapport van de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO). Maar er is hoop: tijdens de presentatie van het rapport eind april in Amsterdam, bleken alle partijen heil te zien in een skills-pact.
Berber Bijma

De treinstellen in de Amsterdamse NS TechniekFabriek vormden het decor voor de presentatie van het diagnostic report van de OESO, op 20 april. Een decor dat in meerdere opzichten symbolisch is. Leren en werken gaan hier, op de opleidingslocatie van de NS en ROC Amsterdam, zichtbaar hand in hand. Bovendien staan de treinen voor vooruitgang: de mens die de techniek naar zijn hand zet. En niet in de laatste plaats symboliseren ze de vaart die de aanwezigen willen maken met het ontwikkelen van de skills van alle Nederlanders.

De presentatiebijeenkomst werd georganiseerd door de SER en de ministeries van Onderwijs, Cultuur&Wetenschap, Sociale Zaken en Werkgelegenheid en Financiën. Zij werken samen aan een Nationale Skills Strategie. Onder ‘skills’ verstaat de OESO het geheel van kennis, houding en vaardigheden dat aangeleerd kan worden en dat mensen in staat stelt taken uit te voeren.

Het OESO-rapport, op verzoek van het kabinet gemaakt, levert een belangrijke bouwsteen voor die strategie. Andreas Schleicher, directeur Onderwijs en Skills bij de OESO, overhandigde het rapport aan minister Jet Bussemaker (Onderwijs) en SER-voorzitter Mariëtte Hamer. Hij lichtte uitgebreid toe hoe het ervoor staat  met de skills van de Nederlandse beroepsbevolking, in vergelijking met andere OESO-landen.

Technologisering

Even vooropgesteld: Nederland doet het prima, benadrukt Schleicher enkele malen. ‘Nederland is terug van weggeweest na de crisis. De arbeidsmarkt functioneert goed en inkomensverschillen zijn klein vergeleken met andere landen. Maar we leven in vluchtige, onzekere tijden, die ertoe hebben geleid dat Nederland de afgelopen jaren minder in de doorgaande ontwikkeling van skills is gaan investeren, terwijl die nog nooit zo belangrijk waren als nu. De toegenomen mobiliteit op de arbeidsmarkt werkt averechts op scholing: waarom investeren in werknemers als een ander ze vervolgens toch afpakt?’

Nederland scoort op allerlei OESO-lijstjes nu nog bovengemiddeld, stelt Schleicher vast, ‘maar het gemiddelde is niet het ijkpunt. Nederland wil zich kunnen meten met de beste landen en de eigen ambitie als uitgangspunt nemen.’

Bij een bedrijf met drie werknemers zijn er niet veel mogelijkheden om door te groeien


Om de Nederlandse ambitie te realiseren om tot de top te behoren op het terrein van skills en een leven lang leren en ontwikkelen, moet er nog heel wat gebeuren. Want de doorgaande technologisering en digitalisering hebben enorme invloed. ‘Tijdens de industriële revolutie zagen we de sociale pijn die veroorzaakt werd doordat de technologie vóór kwam te liggen op de mens. Vooral met scholing hebben we ervoor gezorgd dat de mens de baas werd over de techniek; deze opleidingslocatie laat zien hoeveel dat ons heeft gebracht. Nu dreigen we opnieuw ingehaald te worden door de techniek, die macht geeft maar ook macht heeft. Technologisering stelt de een in staat te groeien, maar dreigt de ander te verpletteren.’

Hoogopgeleiden, die abstracte taken kunnen uitvoeren, kunnen wel mee met de technologisering en profiteren ervan, analyseert Schleicher. Maar andere groepen, zoals laagopgeleiden, laaggeletterden en immigranten dreigen achter te blijven op de arbeidsmarkt en in de maatschappij. ‘Voor de economie, en zeker ook voor de sociale cohesie, is het daarom ontzettend belangrijk dat de vaardigheden van juist deze groepen ontwikkeld worden.’

Aanbevelingen

Op basis van het diagnostische rapport komt de OESO met drie ‘hoofdaanbevelingen’ voor Nederland (zie kader). De rode draad is dat er nog heel wat kloven te overbruggen zijn: tussen autochtonen en mensen met een migratie-achtergrond, tussen hoog- en laagopgeleiden, tussen mensen met een vaste baan en flexwerkers en tussen werknemers bij grote en bij kleine bedrijven.

Mensen met relatief weinig skills nemen minder snel deel aan scholing dan mensen die toch al veel vaardigheden hebben, constateert de OESO. ‘Het scholingssysteem in Nederland is heel goed, maar ook heel ingewikkeld. Voor mensen met weinig vaardigheden soms té ingewikkeld om er gebruik van te maken. De mensen die achterblijven, dreigen zo tussen wal en schip te vallen.’

Ook flexwerkers profiteren te weinig van scholingsen ontwikkelmogelijkheden. Nederland heeft het laagste percentage ‘overstappers’ van een flexibele naar een vaste aanstelling. ‘Flexwerk is voor veel Nederlanders een soort vaste baan geworden. In onze onderzoeken zien we echter dat die groep veel minder bezig is met het ontwikkelen van vaardigheden.’

Een opvallende uitkomst van het OESO-onderzoek is dat er in Nederland een grote kloof is tussen de vaardigheden die mensen hebben en de vaardigheden die ze daadwerkelijk gebruiken op de werkvloer. Schleicher: ‘Die kloof is in Nederland het grootst van alle OESO-landen. In andere landen worden skills veel intensiever gebruikt. Er gaat dus veel waardevols verloren, met name in kleinere bedrijven.’

Leercultuur

Nederlandse volwassenen blijken veel minder ‘leerbereid’ te zijn dan volwassenen in andere landen, constateert de OESO. Zorgwekkend, vindt Schleicher. ‘Leren en werken blijven gescheiden werelden. Veel laag- of middelbaar geschoolden dreigen hun baan te verliezen door technologisering, maar zijn toch niet geneigd om te beginnen met formele of informele scholing. Bovendien is het percentage mensen dat zegt dagelijks bezig te zijn met informeel leren slecht 25 procent, veel lager dan in de meeste andere OESO-landen.’

Het bevorderen van een cultuur waarin je blijven ontwikkelen de normaalste zaak is, is daarom volgens hem van groot belang. ‘Maar tegelijk lastig, want een leercultuur kun je niet bij wet regelen.’

Om Nederland te laten opklimmen naar een toppositie, is het van belang dat alle betrokken partijen samen werk maken van blijvende scholing en ontwikkeling: overheid, werkgevers, werknemers en onderwijs. Schleicher pleit daarom voor een nationaal skills-pact, waarin visie, concrete actie en maatregelen worden vastgelegd. ‘De Nederlandse dijken zijn ooit ook door collectieve actie ontstaan. Nu is het tijd om een stevig fundament te bouwen voor de hele beroepsbevolking. Anders gaan mensen verlangen naar een muur die hen beschermt, maar die hen tegelijk ook scheidt van anderen.’

‘Code rood’

Minister Bussemaker noemde het OESO-rapport een ‘doorwrochte, scherpe analyse die op het juiste moment komt’. Ze toonde zich zonder meer voorstander
van een skills-pact. ‘Wij proberen met het demissionaire kabinet de voorbereidingen te treffen. Alles ligt klaar voor mijn opvolger en die zou ik dan ook graag willen meegeven: smeed dat pact.’

Technologisering stelt de een in staat te groeien, maar dreigt de ander te verpletteren


Zes betrokkenen uit onderwijs, bedrijfsleven en vakbonden toonden zich ook eensgezind voorstander van een gezamenlijke aanpak. In een forumdiscussie onder leiding van SER-voorzitter Mariëtte Hamer sprak Ton Heerts, voorzitter van de MBO Raad, over ‘code rood’. ‘Als we niet oppassen komen we in de middenmoot van OESO-landen te zitten. Met de technologisering in het vooruitzicht, kunnen we ons dat niet permitteren.’

Heerts toonde zich met name aangesproken door de OESO-aanbeveling om een leercultuur te bevorderen. ‘Om dat te bereiken, moeten we leren om mensen te verleiden: kom naar de bieb, volg die cursus. Dat moeten we niet allemaal alleen van de werkgever verwachten. Het zou mooi zijn als we mensen kunnen verleiden om ook in hun vrije tijd te leren. Vanaf de basisschool moet een lerende houding gewoon worden: hé, daar wil ik meer van weten.’

Hobbels

Annette de Groot, manager van de Beleidsadviesgroep bij vakcentrale FNV, wees erop dat werknemers vaak nog ‘te veel hobbels’ ervaren om met scholing aan de slag te gaan. ‘Dat geldt zeker voor flexwerkers. Zij hebben weinig mogelijkheden, maar het schort ook vaak aan betrokkenheid en motivatie.’ Oplossingen zitten volgens haar onder meer in meer vaste banen en laagdrempelige mogelijkheden voor scholing op de werkvloer.

Michaël van Straalen, voorzitter van MKB Nederland, erkende de problemen die de OESO signaleert rond scholing bij kleine bedrijven. ‘Bij kleine bedrijven komen mensen vaak binnen op hun eindfunctie. Bij een bedrijf met drie werknemers zijn er nu eenmaal niet veel mogelijkheden om door te groeien. Hoe je daarmee om moet gaan, is heel ingewikkeld. Daar is een bredere context voor nodig.’

Directeur Merel Heimens Visser van de Stichting Lezen en Schrijven vestigde de aandacht op de bijna 2 miljoen mensen die moeite hebben met lezen, schrijven, rekenen en digitale technieken. ‘Wij zitten hier als veelal witte en hoogopgeleide mensen bij elkaar. We zijn het helemaal eens over de analyse en het denkwerk hebben we goed voor elkaar. Maar bij het bedenken van oplossingen moeten we niet vergeten om ons in te leven in anderen. Mensen met de minste bagage doen het minste mee. Zij melden zich niet even met hun DigiD of via een appje aan voor scholingsmogelijkheden. Voor hen is het enorm belangrijk dat er oplossingen dichtbij huis zijn, bijvoorbeeld in de plaatselijke bibliotheek of het wijkcentrum.’
Tijdens het middagprogramma werd in workshops gebouwd aan bouwstenen voor een skills-agenda. SER-voorzitter Hamer riep de aanwezigen in het slotwoord op om ook na de bijeenkomst betrokken te blijven bij de totstandkoming van die agenda.

OESO-diagnose

In het Skills Strategy Diagnostic Report komt de OESO met analyses en aanbevelingen om het Nederlandse skills-systeem te versterken. De drie topprioriteiten zijn:

  • Bevorder meer evenwichtige skills-resultaten, met name met het oog op mensen die relatief weinig vaardigheden hebben en minder kansen hebben om deze te ontwikkelen.
  • Stimuleer het ontwikkelen en benutten van vaardigheden op de werkvloer, onder andere door ‘skills-intensieve’ werkplekken waar ruimte is voor innovatie en teamwerk en waar werknemers veel vertrouwen van managers krijgen.
  • Bevorder met alle betrokken partijen samen een sterke leercultuur bij individuen, bedrijven en onderwijsinstellingen.

Het volledige OESO-rapport en een Nederlandse samenvatting zijn te vinden op www.ser.nl