SERmagazine

SEO-directeur Bas ter Weel over de platformeconomie: 'Er is ook een keerzijde'

De kluseconomie, met platformen als Uber, Helpling en Deliveroo, groeit. Dat biedt kansen, maar leidt ook tot arbeidsvraagstukken en maatschappelijke discussie. Onderzoeksbureau SEO bracht de opkomst en omvang van deze economie in Nederland in beeld. Directeur Bas ter Weel licht toe.

Dorine van Kesteren

Behoefte aan een thuisbezorgde maaltijd, een taxi, een schoon huis of een nieuwe badkamer? Via een internetplatform kom je snel en direct in contact met de mensen die daarvoor kunnen zorgen. Aan de andere kant van de lijn vertelt de app de bezorger, chauffeur, schoonmaker of klusser waar en hoe laat hij of zij aan de slag kan. Dat is de kluseconomie, gig economy of platformeconomie in een notendop. ‘Digitale platforms brengen vraag en aanbod van diensten snel, efficiënt en goedkoop bij elkaar. Platformwerk is de afgelopen jaren stevig gegroeid in Nederland. Nog nooit was het zo gemakkelijk om een dienst af te nemen. Dit leidt tot een stijgende vraag van consumenten. Tegelijk groeit het aanbod van werk, omdat de werkers via de app eenvoudig hun beschikbaarheid kunnen aangeven’, zegt Bas ter Weel, directeur van SEO Economisch Onderzoek en kroonlid.

Smalle definitie

Groei of niet, het fenomeen is in ons land nog relatief klein. Volgens SEO gaat het om 34.000 mensen, ofwel 0,4 procent van de beroepsbevolking. Ter Weel benadrukt wel dat zijn bureau een ‘smalle definitie’ hanteert: het onderzoek richt zich alleen op mensen die via een internetplatform fysieke arbeid verrichten in Nederland. Onder meer AirBnB en Clickworker vallen erbuiten. AirBnB omdat het niet om fysiek werk gaat en Clickworker – een platform waarbij je geld kunt verdienen door vanachter een computerscherm data in te voeren – omdat het niet gebonden is aan Nederland. Ter Weel vervolgt: ‘Ongeveer een derde van die 34.000 mensen is actief in de maaltijdbezorging. De meeste werkers werken minder dan 20 uur per week, al bestaan er grote verschillen tussen fulltime taxichauffeurs en parttime schoonmakers en horecapersoneel. Een behoorlijk deel is jong en hoogopgeleid, maar dat is anders in de huishoudelijke dienstverlening. Dé platformwerker bestaat dus niet.’

Platformwerk verlaagt de drempel tot de arbeidsmarkt, aldus de SEO-onderzoekers. Ter Weel: ‘Op de taxibranche na, waar een vergunning nodig is, is het werk zeer toegankelijk. Mensen hoeven alleen maar te snappen hoe de app werkt. Hierdoor neemt de arbeidsparticipatie toe.’ ‘Maar er is ook een keerzijde. Want hoe zit het met de juridische status van de werkers, de verhouding tot wet- en regelgeving en de sociale bescherming?’

SEO werpt de vraag op of de platforms werkgever of alleen maar opdrachtgever zijn.

‘De platforms hebben het liefst dat alle werkenden opdrachtnemer zijn. Het is hun bedrijfsmodel om zo ver mogelijk weg te blijven van werkgeverschap, omdat daar allerlei verplichtingen aan vastzitten waar zij niet op zitten te wachten, en de werkers vaak ook niet. Maar zijn de werkers wel daadwerkelijk opdrachtnemers, in die zin dat ze zelf kunnen bepalen wanneer, waar, hoe en hoeveel ze werken? Uiteindelijk moet de rechter zich daarover buigen. In juli vond de rechtszaak van een maaltijdbezorger tegen Deliveroo plaats. Toen stelde de rechter dat de zzp-constructie van het platform toelaatbaar was. Maar dat is slechts één uitspraak in één specifieke zaak.’

Of de platforms bemiddelaars zijn, is vaak ook niet duidelijk.

‘De mate van bemoeienis verschilt. Zo heeft Werkspot een zeer beperkte rol, dat fungeert enkel als een soort digitaal prikbord voor vraag en aanbod van klusarbeid. Maar er zijn ook platforms die betrokken blijven na het contact tussen werker en afnemer. Uber bijvoorbeeld handelt de betalingen af en bepaalt hoe de chauffeur moet rijden. De vraag is dus of hier sprake is van arbeidsbemiddeling of terbeschikkingstelling van arbeid in de zin van de Wet allocatie arbeid door intermediairs (Waadi). Zo ja, dan moeten de platforms zich houden aan de regels die we daarvoor hebben opgesteld in Nederland. Ook hier zal de rechter zich over moeten uitspreken.’

Kwetsbaar werk

SEO noemt de kwetsbaarheid van de platformwerkers een belangrijk punt van aandacht. Velen van hen bezorgen, rijden, verbouwen of maken schoon als een soort zelfstandige, zonder zekerheid van inkomen, verzekering tegen arbeidsongeschiktheid en pensioen. Ter Weel: ‘De werkers ervaren dit zelf niet altijd als problematisch, omdat ze vaak tijdelijk en voor een klein aantal uren actief zijn. Maar als het werk structureel wordt, in omvang toeneemt en het geen kortstondige bijverdienste meer is, kan er een nieuwe kwetsbare groep ontstaan.’

Hij nuanceert wel: ‘Schoonmaakwerk en ander laagbetaald werk is ook kwetsbaar zonder platform. Sterker nog, uit onze gesprekken met platformwerkers blijkt zelfs dat zij nu soms een groter gevoel van veiligheid ervaren. De afspraken en eventuele discussies met de klant lopen immers via het platform, en niet via henzelf. Bovendien biedt het elektronisch betaalverkeer meer waarborgen tegen zwart werk en meer zekerheid dat de werkers worden betaald.’

Wat is het verschil met de ‘gewone’ zzp-discussie?

‘Die is precies hetzelfde, en de mogelijke oplossingen liggen ook in dezelfde lijn. Verplichte verzekeringen en minimumtarieven kunnen ook platformwerkers een vangnet bieden. En tegen de groep die genoeg verdient, kan je zeggen: jullie moeten zelf een vangnet optuigen.’

Is het een idee om voor platformwerkers een soort tussenvorm te bedenken tussen zelfstandige en werknemer, een werker met alleen basale bescherming? ‘Zo’n derde “smaak” zou een “noodverbandje” zijn, en geen structurele oplossing. In Nederland zijn de kosten om iemand in vaste dienst te nemen, gewoon te hoog. Flexwerk is een toevluchtsoord geworden. Het is tijd voor een grondige revisie van de arbeidsmarkt, waarbij flex minder flex wordt en vast minder vast. De transitievergoeding van de Wet werk en zekerheid is voor veel ondernemers nog steeds een heel hoge ontslagvergoeding. En bij de fiscale instrumenten voor zzp’ers moeten we ons afvragen of de zelfstandigenaftrek in de huidige vorm effectief is. De regeling stimuleert de keuze voor het zzp-schap erg royaal, terwijl 40 procent een laag inkomen heeft en niet of nauwelijks bijdraagt aan het ondernemersklimaat. Zo creëren we dus vooral ondernemers aan de onderkant van de markt, waar de overheid zich zorgen over maakt.’

Volgens de SER kunnen de platforms een rol spelen bij de ontwikkeling van een markt voor persoonlijke dienstverlening.

‘In die markt betekenen de platforms al veel. Denk niet alleen aan de schoonmaak, maar ook aan tuinonderhoud en strijk- en hondenuitlaatservices. Ik verwacht dat dit een vlucht zal nemen. Bijna niemand houdt van dit soort klusjes en bij een acceptabele prijs volstaat een simpele kostenbatenafweging. De vraag is wel of dit buiten de Randstad even kansrijk is. Het platformmodel heeft massa nodig, aan de vraag- én aanbodkant. Kunnen de platforms in minder dichtbevolkt gebieden wel voldoende werkers vinden? Zijn daar ook voldoende afnemers? Is het aanbod voldoende divers en zijn de afstanden – en daardoor de wachttijden – niet te groot?’

Past de platformeconomie ook niet bij de bredere, door de SER gesignaleerde ontwikkeling van ‘hybride werken’?

‘In ons onderzoek zagen we inderdaad dat een flink aantal mensen het platformwerk “erbij doet”. Kanttekening is wel dat dit tot “combinatiestress” kan leiden. Als je op maandag als zelfstandige werkt, op dinsdag en woensdag voor een platform en de rest van de week voor een baas, dan loopt het op een gegeven moment allemaal door elkaar. Iedereen wil wat van je en alle rollen brengen hun eigen verplichtingen met zich mee. Niet iedereen kan dat opbrengen. Natuurlijk is dat anders voor hoogopgeleiden die naast hun vaste baan bijklussen als consultant, dan voor mensen die verschillende taken en banen combineren om voldoende inkomen te vergaren.’

Race to the bottom

SEO deed het onderzoek in opdracht van het ministerie van SZW. Het rapport verscheen in maart. ‘Voorop staat dat op de arbeidsmarkt binnen de wettelijke kaders met werkenden moet worden omgegaan. Het kabinet is bezorgd over een race to the bottom op arbeidsvoorwaarden’, reageerden de betrokken bewindslieden in juni in een brief. Het kabinet maakt de platformeconomie onderdeel van de bredere discussie over de toepasselijkheid van ons arbeidsrecht, de sociale zekerheid en het fiscale recht op de arbeidsmarkt van morgen.

Hoe nu verder?

‘De toekomst van de platforms hangt af van de voortgang in het zzp-dossier. Als het kabinet doorpakt en het regeerakkoord uitvoert, worden zzp’ers die minder dan 15 tot 18 euro per uur verdienen, straks beschouwd als normale werknemers. Uit ons onderzoek blijkt dat platformwerkers gemiddeld 15 euro per uur verdienen. Zij vallen dus in deze categorie. Als zzp’ers normale werknemers worden, vraag ik me af of de platforms blijven bestaan. Op dit moment zijn de meeste al verlieslatend. Stel dat ze dan ook nog eens te maken krijgen met sociale verplichtingen en verzekeringen voor hun werkers, dan kan er een moment komen dat ze concluderen dat het niet meer rendabel is.


De SER en de platformeconomie

In de verkenning Mens en technologie. Samen aan het werk uit 2016 constateert de SER dat platforms allerlei nieuwe transacties, producten en verdienmodellen hebben geïntroduceerd. Dat is welvaartswinst, maar het model staat soms op gespannen voet met de bestaande wettelijke kaders, aldus de SER. Denk aan kwaliteit, veiligheid en arbeidsomstandigheden en -verhoudingen.

In het advies Een werkende combinatie uit 2016 stelt de SER dat de markt van persoonlijke dienstverlening kansen biedt om nieuwe werkgelegenheid en tijdsbesparing te realiseren. Tegelijk zijn er risico’s als het gaat om de kwaliteit van de werkgelegenheid, aldus de SER.

November 2017 vroeg de minister van SZW de SER te onderzoeken of veranderende arbeidsrelaties invloed hebben op gezond en veilig werken. Daarbij wordt aandacht gevraagd voor de gevolgen van platformwerk voor de arbeidsomstandigheden.