SER-advies optimalisering verlofregelingen: maak werken aantrekkelijk

In 2019 breidt het kabinet het partnerverlof rond de geboorte uit. Een mooie eerste stap, vindt de SER. In een advies legt de raad uit wat er nog méér moet gebeuren. Vereenvoudiging van de regels, een eerlijkere financiering en betaald ouderschapsverlof, bijvoorbeeld.
Berber Bijma

Partners krijgen vanaf volgend jaar rond de geboorte van hun kind geen twee, maar vijf dagen wettelijk betaald kraamverlof. In 2020 worden daar nog eens vijf weken gedeeltelijk betaald partnerverlof aan toegevoegd. Dat heeft het kabinet afgelopen najaar in het regeerakkoord aangekondigd.

De SER is blij dat het kabinet het verlof – dat in ons land vergeleken met andere Europese landen erg kort is – uitbreidt. Het is een mooie eerste stap om te bouwen aan een toekomstbestendig stelsel, vindt de SER. In het SER-advies dat medio februari bij minister Koolmees van Sociale Zaken en Werkgelegenheid op de mat viel, staat uitgelegd wat verder nodig is. Zo moet er naast meer verlof voor de partner snel een vereenvoudiging van de lappendeken aan regelingen komen. Bovendien moet de financiering evenwichtiger worden. Het advies is de uitwerking van een onderdeel uit het eerdere SER-advies Een werkende combinatie (2016).

Deeltijdverlof

De SER vindt ook dat aan de huidige regelingen voor verlof rond de geboorte van een kind het een ander schort. De verlofregelingen zijn bijvoorbeeld erg ingewikkeld: verschillende regelingen bestaan naast elkaar, met elk hun eigen duur, hoogte en financieringsvorm. Ook benadrukt de SER dat het gebruik van de verlofregelingen na geboorte laag is. Meer vrouwen dan mannen nemen het verlof op en vaak in deeltijd: voor maar een paar uur per week.

Verlof rond de geboorte zou moeten bijdragen aan arbeidsparticipatie van vrouwen


De keuzes die partners kort na de geboorte van hun kind maken, bepalen vaak voor langere tijd de taakverdeling tussen ouders. Dat zorgt ervoor dat het huidige onbetaalde ouderschapsverlof de arbeidsparticipatie van vrouwen niet bepaald stimuleert. Het verstevigt op lange termijn eerder de bekende ‘deeltijdklem’ die veel vrouwen ervaren.

Eerste jaar

Verlof rond de geboorte zou moeten bijdragen aan de arbeidsparticipatie van vrouwen. En ouders zouden het moeten gebruiken waarvoor het bedoeld is: de zorg aan een heel jong kind. Ook voor het kind zelf kan dat goed zijn, bleek al uit het SER-advies Een werkende combinatie. Daarnaast kan vereenvoudiging van de bestaande regels bijdragen aan een beter gebruik ervan. In het advies doet de raad meerdere voorstellen voor die optimalisering.

Zo vindt de SER het wenselijk om het verlof voor zowel vaders als moeders te concentreren in het eerste jaar na de geboorte van een kind. Nu schrijft de wet voor dat ouders het verlof moeten opnemen voor het kind acht jaar oud is. Door ouders te stimuleren het verlof sneller na de geboorte op te nemen, is de kans groter dat moeders – voor evenveel uren – terugkomen op de arbeidsmarkt. Bovendien stimuleert dit partners al vanaf het begin meer zorgtaken op zich te nemen.

Goede betaling

Een tweede ‘succesfactor’ voor de arbeidsparticipatie van moeders is een goede betaling van hun ouderschapsverlof – aansluitend aan het zwangerschaps- en bevallingsverlof. Het positieve effect van betaald verlof blijkt onder meer in Duitsland. In 2007 kortte men daar de duur van het verlof in van drie naar één jaar. Tegelijk werd de betaling flink verbeterd. Dat heeft geleid tot meer arbeidsparticipatie van vrouwen; vooral het effect op de participatie van vrouwen met een grote deeltijdbaan was positief.

De SER pleit in zijn advies voor een betaald ouderschapsverlof van maximaal zes weken, zowel voor vaders als voor moeders.
Die duur van zes weken is wat hen betreft een eerste stap. Op lange termijn moet worden bekeken of die termijn verder moet worden uitgebreid. De Europese Commissie is voorstander van een betaald ouderschapsverlof van zestien weken.

Financiering

Om breed draagvlak te krijgen en te houden voor een langer verlof, moet het ouderschapsverlof anders worden gefinancierd. De financiering die het kabinet in het regeerakkoord voorstelt, leidt tot ‘eenzijdige lastenverzwaring voor werkgevers en daarmee tot een afbreuk van draagvlak van de boogde regeling’, staat in het advies. De SER pleit voor een financieringsregeling vanuit de algemene middelen. Een grotere arbeidsparticipatie van vrouwen dient immers het algemeen belang. De extra uitgaven kunnen deels worden gecompenseerd doordat meer vrouwen gaan werken. Daarnaast vindt compensatie plaats doordat kinderen in hun eerste levensjaar wellicht minder uren naar de betaalde opvang hoeven.


‘Weer fulltime werken is een grote overgang’

Suzanne van de Graaf (32) beviel vorig jaar oktober van haar zoon Maxim. In januari pakte ze haar fulltime baan als senior woordvoerder bij de Politie weer op. ‘Na mijn zwangerschapsverlof ben ik, net als daarvoor, weer vier keer negen uur gaan werken. Dat is bij ons een fulltime aanstelling. Ik zou dertien weken betaald ouderschapsverlof kunnen opnemen en daarna nog dertien weken onbetaald. Daar heb ik in eerste instantie niet voor gekozen, omdat ik werken altijd heel leuk heb gevonden. Mijn functie is ook lastig in deeltijd te doen. Ik wilde dus eerst maar eens kijken of het lukt, weer fulltime werken. Mijn man is zelfstandig ondernemer met personeel. Voor hem is het op dit moment niet haalbaar om minder te werken. We hebben de zorg goed geregeld, met een gastouder, mijn moeder en mijn schoonmoeder.

Nu, na een paar weken, merk ik dat de overgang toch best groot is. Dat komt niet zozeer door de combinatie van werk en zorg, maar vooral doordat ik ineens veel minder tijd met mijn zoontje door kan brengen. Ik overweeg daarom toch ouderschapsverlof op te nemen en de ene week drie en de andere week vier dagen te gaan werken.

Een iets langer fulltime verlof – bijvoorbeeld een maand extra – zou ik wel fijn vinden. Een jaar zou voor mij zeker te lang zijn. Na een paar maanden thuis had ik echt wel zin om ook weer in die andere wereld mee te draaien.’


‘We maken onderlinge afspraken over verlof’

Hugo de Pagter (43) werd in november vader van Lena, zijn tweede kind. Hij is mede-eigenaar van een grafisch ontwerpbureau en werkt sinds de geboorte van zijn eerste kind vier dagen per week. Zijn vriendin werkt in het onderwijs en neemt fulltime ouderschapsverlof op tot april. ‘Ik ben eigen baas en heb dus geen vastgestelde verlofregeling vanuit een werkgever. We hebben met z’n drieën als eigenaars van het bureau onderlinge afspraken gemaakt over hoe we dat oplossen. Na de geboorte van mijn dochter ben ik eerst een paar dagen volledig thuis geweest en daarna een paar weken op donderdag en vrijdag. Nu werk ik weer vier dagen. Mijn vriendin gaat in april weer vier dagen werken en als de kinderen naar school zijn, gaan we waarschijnlijk beiden weer vijf dagen werken.

Eigen baas zijn geeft enerzijds de vrijheid om je eigen tijd in te delen. Aan de andere kant: het werk moet wel gebeuren. Sinds ik vier dagen werk, merk ik dat ik mijn werk zo efficiënt mogelijk doe en eigenlijk in vier dagen doe wat ik anders in vijf dagen deed. Op vrijdag werk ik in principe niet, maar er moet best nog weleens een telefoontje gepleegd worden.

Een regeling voor betaald verlof voor zelfstandige ondernemers klinkt aantrekkelijk, maar het is nogal wat om er als zelfstandige fulltime tussenuit te stappen. Al het werk komt bij de anderen te liggen. Ik weet niet of ik van zo’n regeling gebruik zou maken.’