klimaatakkoord & industrie: Klimaat- en arbeidsmarktbeleid hand-in-hand

Het klimaatakkoord is er. De uitvoering kan beginnen. Een aantal dossiers waren zware dobbers voor het kabinet. Eentje daarvan was de industrie. Een SERadvies hierover droeg een steentje bij aan de oplossing.

Jeroen Windt

Het is een hele mond vol zoals het in de brief staat waarmee het kabinet het Klimaatakkoord naar de Tweede Kamer stuurde: Een samenhangende inzet van beleidsinstrumenten is nodig om de CO2-reductiedoelstelling voor de industrie te realiseren en tegelijkertijd Nederland aantrekkelijk te houden om te investeren in CO2-reductie en circulaire productie.

De formulering kwam niet zomaar uit de lucht vallen. Even terug in de tijd. In maart maakt het Planbureau voor de Leefomgeving duidelijk dat de voorstellen van de klimaattafel industrie onvoldoende CO2-reductie opleveren. Het publieke en politieke debat lijkt zich te versmallen tot een nationale CO2-heffing voor de industrie.

Het kabinet kondigt een ‘verstandige’ heffing aan. Maar de invulling daarvan kost flink wat overlegzweet. Want hoe zwaar kan de industrie belast worden? Bedrijven moeten geprikkeld worden tot verduurzaming zonder dat de productie en de banen verhuizen naar landen waar uitstoten goedkoper is. ‘Nederland armer, de aarde warmer’, aldus critici van een nationale heffing.

SER-denkmachine

Binnenskamers zet dit de SER-denkwerkmachine in de hoogste versnelling. Met de sociale partners werd al langer nagedacht over de arbeidsmarkt in relatie tot de energietransitie. De energietransitie gaat toch om meer dan alleen een CO2-heffing? Het gaat toch om een duurzame economische ontwikkeling? Om een economie waarin zoveel mogelijk mensen aan het werk zijn en waarbij lasten en lusten ook redelijk verdeeld zijn?

Industriële wereldtop

Het denkwerk biedt aanknopingspunten om de CO2-discussie in breder en rustiger vaarwater te krijgen en mondt uit in het SER-advies Nationale klimaataanpak voor regionale industriële koplopers. Centraal staat dat de Nederlandse industrie zich de komende jaren ontwikkelt tot de wereldtop in de energietransitie.

Het is een advies waarin klimaatbeleid hand-in-hand gaat met arbeidsmarkttransitie, met innovatie om de Nederlandse industrie concurrerend te houden en met een eerlijke verdeling van de lusten en lasten.

In de aanpak staan vier pijlers centraal:

  • versterking van de regionale aanpak,
  • versterking van arbeidsmarkt- en scholingsbeleid,
  • bevorderen van innovatie en investeringen in nieuwe technologieën,
  • het beprijzen van vermijdbare CO2-uitstoot om vernieuwing te versnellen.

De aanpak richt zich vooral op de vijf grote regionale energieintensieve industriële clusters. Die zitten rond Delfzijl, het Noordzeekanaalgebied, Rotterdam/ Moerdijk, Zeeland en Chemelot in Limburg. Hier zitten de twaalf grote bedrijven die goed zijn voor 75 procent van de industriële CO2-uitstoot. Deze twaalf hebben een spilfunctie in de regionale keten van bedrijven. Als zij de transitie vaart geven, krijgt het hele cluster vaart. Om echt tempo te maken heb je intensieve samenwerking nodig. Ook op het gebied van de arbeidsmarkt. Scholing moet aansluiten bij de nieuwe ontwikkelingen in de clusters. Mensen moeten in staat zijn de verandering van hun werk mee te maken.

Vermijdbare CO2

Om de industrie te prikkelen pleit de SER in het advies voor een CO2-heffing over het vermijdbare deel van de uitstoot. Europees gezien worden bedrijven wat uitstoot betreft vergeleken, de zogenoemd benchmark. Bedrijven die het minder goed doen dan de koplopers in die benchmark krijgen de extra heffing. Die komt bovenop de bestaande Europese heffing op uitstoot terug te dringen.

Subsidie

De verduurzaming vraagt om veel doorbraken in technologie. Vaak zijn die nu nog onrendabel. Daarom is er ook subsidie nodig om die doorbraken te realiseren. Elk regionaal cluster innoveert en investeert op de manier die past bij de sterke kanten in het cluster. Daar zal de subsidie bij aansluiten.

Centraal staat dat de Nederlandse industrie zich de komende jaren ontwikkelt tot de wereldtop in de energietransitie

Het SER-advies over de industrie kreeg een stevige plek in het Klimaatakkoord dat het kabinet op 28 juni presenteerde. Het kabinet verwacht dat Nederland met dit Klimaatakkoord de welvaart kan laten groeien en tegelijk de uitstoot van broeikasgassen kan verlagen.


Actieve steun nodig

Het industrieadvies van de SER is een van de vele bouwstenen van het klimaatakkoord. Meer dan honderd organisaties werden het eind vorig jaar eens over een ontwerpakkoord. Dat kwam – onder begeleiding van de SER – tot stand aan vijf tafels: elektriciteit, industrie, mobiliteit, gebouwde omgeving en landbouw & landgebruik.

De komende maanden bepalen zij hun steun aan het finale akkoord dat het kabinet presenteerde. De financiële sector, samen goed voor 3.000 miljard euro, heeft op 10 juli getekend. De sector gaat de carbon footprint actief verminderen in al hun relevante leningen en beleggingen. Organisaties als de NVDE (Vereniging Duurzame Energie) en Techniek Nederland spraken ook al hun steun uit. Werkgeverskoepels VNO-NCW, MKB-Nederland en LTO geven aan de plannen eerst grondig te toetsen op de uitwerking in de praktijk. Een aantal brancheorganisaties in de industrie vreest dat het akkoord duurzame investeringen onder druk zet.

De milieubeweging geeft uiteenlopende signalen af. Greenpeace en Milieudefensie vinden dat Nederland aan de rand van een doorbraak staat, maar vinden het nog niet goed genoeg. MVO-Nederland geeft het een zes min. Natuur en Milieu heeft nog wensen, maar zegt dat het tijd wordt aan slag te gaan.

Ook hebben tal van organisaties een formeel instemmingstraject met hun achterban. Zo legt de vakbond FNV het bijvoorbeeld in september voor aan zijn ledenparlement, net als de VNG.

Voorzitter Ed Nijpels van het Klimaatberaad geeft aan dat krachtenbundeling nodig blijft om de doelen ook daadwerkelijk te bereiken. Hij vraagt aan alle partijen om het akkoord met een positief advies aan hun achterbannen voor te leggen en formeel te bevestigen dat ze:

  • Onderkennen dat het klimaatprobleem urgent is en bereid zijn dat actief uit te dragen.
  • Zich samen met de eigen achterban inzetten om 49 procent CO2-emissiereductie te realiseren.
  • Zich committeren aan de uitvoering van afspraken waarbij de organisatie betrokken is.

Lees- en luistertips