SER Jongerenplatform denkt mee over pensioen: wat gebeurt er met mijn geld?

Hoe moet ons pensioenstelsel eruitzien? De SER denkt daar op verzoek van het kabinet met veel belanghebbenden intensief over na. Ook het SER Jongerenplatform werd erbij betrokken. Eind september kwamen de jongeren bij de SER bij elkaar: ‘Voor jongeren moet het gewoon gemakkelijk zijn. Ik wil weten wat er met mijn geld gebeurt.’
Felix de Fijter

Een aantal leden van het SER Jongerenplatform is nog wat onbekend met de complexe wereld van pensioenen, blijkt bij de ontmoeting met SER-voorzitter Mariëtte Hamer op 29 september. Maar daar is aan gedacht. Een filmpje vertelt het verhaal in een notendop. ‘De meeste mensen in Nederland wacht na afloop van hun werkzame leven een goed pensioen’, zegt een voice-over. ‘Toch moet het stelsel worden aangepast. De vergrijzing zorgt verhoudingsgewijs voor meer gepensioneerden, renteopbrengsten zijn ongewis door schommelingen op de financiële markten en we hebben te maken met een snel veranderende arbeidsmarkt.’

Het huidige stelsel is daarop niet berekend. Bijvoorbeeld: hoewel er steeds sneller en vaker van baan gewisseld wordt, is het ingewikkeld om je pensioenpotje mee te nemen van de ene naar de andere werkgever. En omdat een aantal pensioenfondsen de afgelopen jaren in moeilijkheden is gekomen, is het vertrouwen in het stelsel afgenomen. ‘Mensen verlangen meer duidelijkheid: Waar kan ik op rekenen? Waar liggen de risico’s?’

Persoonlijk pensioenvermogen

De SER is al langere tijd met het onderwerp bezig. In februari 2015 bracht de SER het advies Toekomst pensioenstelsel uit. Daarin werden vier varianten verkend. Een daarvan bleek onbekend, maar wel interessant: persoonlijk pensioenvermogen met collectieve risicodeling. Die variant werd vervolgens uitgebreid verkend. In mei dit jaar werden de uitkomsten van de verkenning gepresenteerd.

Deze variant gaat uit van een persoonlijk pensioenvermogen met collectieve risicodeling. Elke deelnemer heeft een persoonlijke pensioenrekening, waarop hij kan zien hoe hoog het persoonlijke pensioenvermogen is, hoeveel premie erbij komt, welk rendement wordt bijgeschreven en welke kosten er vanaf gaan. Daarnaast is er een collectieve buffer om de risico’s van krimpende of verdwijnende sectoren of schommelende financiële markten te delen. In goede tijden gaat er geld in, in magere tijden zorgt de buffer ervoor dat de uitkeringen stabiel blijven. En over die variant wordt nu met vele belanghebbenden doorgesproken.

Risico’s

‘Wat leuk dat zoveel jongeren geïnteresseerd zijn in pensioenen’, zegt SER-beleidsmedewerker Tinka den Arend. Voordat de vertegenwoordigers van de jongerenorganisaties aan de hand van stellingen met elkaar in gesprek gaan, geeft zij een meer diepgravende introductie op de onderzochte variant. En dat zorgt voor discussie. Bijvoorbeeld als Den Arend toelicht dat risico’s in de loop van de tijd steeds meer bij de deelnemers zijn komen te liggen. Zij noemt als voorbeeld dat mede door de lage rente de verplichtingen van pensioenfondsen in zes jaar tijd zijn verdubbeld, van 600 naar 1200 miljard. Dit kan niet worden gecompenseerd met een hogere premie. ‘Pas las ik in de krant dat ongunstige beleggingsresultaten miljarden hebben gekost. Waarom hebben de fondsen eigenlijk zulke grote risico’s gelopen?’, vraagt iemand van de jongerenvakbonden zich af. ‘Vergis je niet’, zegt een ander, ‘die berichten geven écht een eenzijdig beeld. Er wordt over de hele linie een enorm rendement gemaakt.’

SER-voorzitter Hamer haakt in: ‘Het is ook verwarrend voor mensen dat er gekort wordt op de uitkeringen en je hoort tegelijkertijd dat er winst is op de beleggingen.’

Den Arend licht toe: ‘Als je één euro premie afdraagt, is het de bedoeling dat je er in je pensioenperiode drie of liever vier euro voor terugkrijgt. Zouden fondsen risicoloos gaan beleggen, in staatsobligaties bijvoorbeeld, dan is dat rendement veel lager en worden pensioenen veel duurder. In het huidige model werk je al één dag per week om je pensioen te kunnen opbouwen.’

Dure appels

In drie groepen gaan de jongeren vervolgens uiteen. Elk groepje krijgt een stelling mee. In een hoek zit een groepje van zes jongeren: vertegenwoordigers van vakbonden, werkgevers en studenten. De stelling luidt: ‘Ik wil weten hoeveel geld er in mijn persoonlijke pensioenvermogen voor mij is gereserveerd’.

‘Kijk’, zegt iemand, ‘Voor jongeren moet het gewoon gemakkelijk zijn. Ik wil weten wat er met mijn geld gebeurt.’ ‘Maar dat is nu toch ook wel een beetje zo?, vraagt een groepsgenoot zich af. ‘Je hebt toch mijnpensioenoverzicht. nl?’ ‘Ja, maar daarmee krijgen veel mensen toch niet een eerlijk verhaal. Neem de ouderen van vandaag, die hebben ooit te horen gekregen dat ze een x-bedrag tegemoet kunnen zien. Dat valt nu ineens lager uit, mensen worden gekort. Pensioenfondsen zouden een bepaalde bandbreedte moeten weergeven: we denken dat je dit gaat krijgen, maar het zou ook lager of hoger kunnen uitvallen.’

Een ander vindt dat niet realistisch. ‘Voordat wij met pensioen gaan, zijn we vijftig jaar verder. Wie kan er nu vijftig jaar in de toekomst kijken? Hoeveel ons geld dan waard is, dat weet toch niemand? Misschien kost een appel dan wel 5 euro. Of misschien breekt er wel oorlog uit.’

Terug naar de stelling. Willen de jongerenbestuurders weten hoeveel geld ze later kunnen verwachten? ‘Overzicht is leuk’ , zegt één van hen. ‘Maar ik wil vooral weten wat ik er dan mee kan en – als het even kan – wil ik dat ook kunnen beïnvloeden. Meer bijstorten als dat mogelijk is, om hoger rendement te halen.’ ‘Dat wil jij misschien’, zegt z’n buurvrouw, ‘maar veel mensen hebben daar echt geen zin in of ze hebben er totaal geen verstand van. Veel jongeren die ik spreek zijn al blij dat ze een baantje hebben en eens wat geld overhouden. Ze willen niet nadenken over hun oude dag.’ ‘En er is ook niemand die ze daarbij te hulp schiet’, zegt een ander. ‘Zowel werknemers als werkgevers hebben weinig kennis van zaken en de post die van pensioenfondsen komt is ingewikkeld.’

Pech en geluk

Terug aan de grote tafel haalt voorzitter Hamer de resultaten van de groepsbesprekingen op. ‘Eén groep heeft gesproken over de vraag of een pensioenstelsel pech- en geluksgeneraties moet voorkomen. Dat lijkt een open deur. Uiteraard wil je een eerlijk stelsel, dat niemand benadeelt. Tegelijkertijd willen we wel dat de risico’s gedeeld worden.’

De laatste groep dacht na over de ‘subsidiëring’ van de oudere generatie door de jongere. Omdat oudere en jongere medewerkers in het huidige stelsel een gelijke premie betalen, bouwen ze eenzelfde stukje pensioen op. De premie van jongere werknemers kan echter langer belegd worden, en is dus eigenlijk meer waard. Mag die subsidiëring terugkomen in een nieuw stelsel? ‘Dat is best lastig. Het is ontzettend complexe thematiek, de beeldvorming hierover is al gauw eenzijdig of onvolledig.’ Er kan namelijk ook sprake zijn van ‘subsidie’ door mannen aan vrouwen, of door laagopgeleiden aan hoogopgeleiden, omdat vrouwen langer leven dan mannen en hoogopgeleiden langer dan laagopgeleiden. De ‘kortstlevenden’ betalen mee om de pensioenuitkering van de ‘langstlevenden’ mogelijk te maken. ‘Transparantie en goede communicatie kunnen op dat vlak veel verbeteren.’

Na twee uur praten is één ding duidelijk: de tijd is veel te kort om het vraagstuk écht te kunnen beantwoorden. Maar er is perspectief: op 13 oktober houdt de SER opnieuw een bijeenkomst waarbij een veel grotere groep van stakeholders over de pensioenen in gesprek gaat. Het jongerenplatform zal dan zeker niet ontbreken.


Vervolg

De SER gaat de komende maanden verder met de pensioendialoog. De raad wil graag weten hoe gedacht wordt over de pensioenvariant die hij het afgelopen jaar heeft verkend: persoonlijk pensioenvermogen met collectieve risicodeling. Over de opbrengst van die dialoog publiceert de SER dit najaar een brief van bevindingen. Er vindt daarnaast een verkenning plaats naar zzp’ers en pensioen. Naar verwachting zal het kabinet dat aantreedt na de Tweede Kamerverkiezingen van maart 2017, een besluit nemen over een nieuw pensioenstelsel.