Tien aanbevelingen van het SER Jongerenplatform: Vergeet de jongeren niet!

Onderwijs en arbeidsmarkt zijn voor jongeren in Nederland relatief goed toegankelijk. Tegelijkertijd lijden steeds meer jongeren onder prestatiedruk en psychische klachten. De aanbevelingen in een SER-verkenning: doe onderzoek naar de oorzaken, zorg voor meer geschikte woningen en vergeet bij nieuwe beleidsvorming de jongeren niet.

Felix de Fijter

Ze zijn alle drie nog maar net bij het SER Jongerenplatform betrokken. Alex Tess Rutten (25) van de Landelijke Studenten Vakbond (LSVB), Alwin Snel (27) van de Delftse kring van Jong Management en Bas van Weegberg (22) van FNV Jong. Maar de urgentie van de verkenning, die grotendeels door hun voorgangers is uitgevoerd, voelen de leden van het SER Jongerenplatform tot in hun tenen. Alle jongeren moeten het maximale uit zichzelf kunnen halen.

In het jongerenplatform, opgericht door SER-voorzitter Mariëtte Hamer, komen vertegenwoordigers van jongerenorganisaties samen om mee te denken over beleidsvragen. Het platform maakt zich al jaren zorgen over (gelijke) kansen voor jongeren. Immers, op het gebied van leren, werken en samenleven kan niet iedereen even goed meedoen. Die zorgen uitte het platform in 2017 in een manifest, dat in juli 2018 leidde tot een verkenningsaanvraag van minister Koolmees van SZW aan het SER Jongerenplatform. De centrale vraag van de minister: In hoeverre zijn jongeren voldoende toegerust om zich te kunnen ontplooien en om een zelfstandig bestaan op te bouwen?

‘Nou’, zeggen de drie, ‘de meeste jongeren in Nederland zijn gelukkig en optimistisch over de toekomst. Verreweg de meesten weten iets van hun leven te maken. Maar dat neemt niet weg dat jongeren een “giftige cocktail” geserveerd krijgen.’ Het sociaal leenstelsel legt een zwaar juk op de nog prille loopbanen van jongeren. De woningmarkt is een onneembare vesting voor starters. En op de arbeidsmarkt is zekerheid een schaars goed geworden. ‘Kortom: hoge druk, hoge kosten en weinig financiële zekerheid,’ aldus Snel.

En die factoren versterken elkaar bovendien. Want met het oog op de toch al hoge huizenprijzen, werpt een stevige studieschuld een hogere drempel op bij het vinden van een eerste woning. Huren dan maar? Ook moeilijk, omdat er een gebrek aan huurwoningen is en jongeren al gauw te veel verdienen voor een sociale huurwoning. Bovendien kunnen ze ook zeker niet zomaar voldoen aan de inkomenseisen die bij particuliere huur vaak worden gesteld.
Relatief veel jongeren kampen met stress en psychische klachten. Is die stapeling van factoren daar de oorzaak van?

Rutten: ‘Zeker, maar het is ook de mentaliteit die jongeren wordt opgedrongen. We krijgen de boodschap dat je moet investeren in jezelf. En dat is prima. Maar het voelt heel bodemloos. Als het een jaartje misgaat – je moet bijvoorbeeld plotseling mantelzorg verlenen – is het heel onduidelijk wat er daarna gebeurt. Dan sta je er ineens alleen voor.’

Van Weegberg: ‘We onderkennen heus wel dat het met Nederlandse jongeren best goed gaat. Maar de punten waarbij het niet goed gaat, zijn wel cruciaal voor de lange termijn. Hoe richten we de arbeidsmarkt in? Hoe stomen we jongeren klaar voor hun loopbaan? Als het daar fout gaat, kun je niet zomaar opnieuw beginnen. En dat veroorzaakt veel onzekerheid.’

Alex Tess Rutten
‘Alleen als het op alle terreinen in je leven goed gaat, dan kun je het hoofd boven water houden’

Vanwege die onzekerheid stellen jongeren grote beslissingen uit, schrijft het jongerenplatform. Jongeren gaan later op zichzelf wonen, kopen later een huis, vinden later een vaste baan, gaan later samenwonen of trouwen, en beginnen later met het stichten van een gezin.

Hoe kan het dat jongeren op al die verschillende terreinen tegen problemen aan lopen?

Rutten: ‘Er heerst op allerlei plekken nog steeds een crisismentaliteit in Nederland. Het is bijvoorbeeld prima om naast een groot percentage vaste contracten een kleine flexibele schil te hebben, maar die flexibele schil wordt in allerlei organisaties bijna dominant. Terwijl de economie daar vandaag de dag geen aanleiding meer toe geeft.’

Van Weegberg: ‘Hetzelfde zie je bij werkervaringplekken, waar je tegen vergoeding van hoogstens een paar honderd euro in de maand bijna volwaardig meedraait op de werkvloer.’

Snel: ‘Ik ben er bang voor dat het steeds moeilijker wordt voor de wetgever om de veranderingen in de maatschappij bij te benen. Daar ligt de uitdaging. Hoe ga je het proces zo veranderen dat je directer en sneller invloed hebt?’

In de verkenning schrijven jullie dat de druk op de jongere generatie de afstand tot de arbeidsmarkt voor sommige bevolkingsgroepen kan vergroten. Hoe zit dat?

Van Weegberg: ‘Mijn vader is buschauffeur, mijn moeder werkt in de zorg. Met andere woorden: mijn ouders hadden niet zomaar de middelen ter beschikking om mijn studiekosten te betalen. Toen ik ging studeren, behoorde ik tot de eerste lichting studenten die te maken kreeg met het sociaal leenstelsel en dat was echt heel pittig. De kloof die er is in de samenleving wordt groter. Wat dat betreft geeft onze verkenning een dubbel beeld: in vergelijking met andere landen gaat het goed – ook wat de toegankelijkheid van het onderwijs betreft – maar als je inzoomt, zijn er grote verschillen.’

Alwin Snel:
‘Via een generatietoets kun je voorkomen dat een “stapeling van beleid” mensen onevenredig treft’

Bas van Weegberg:
‘Mijn ouders hadden niet zomaar de middelen ter beschikking om mijn studiekosten te betalen’

Rutten: ‘Alleen als het op alle terreinen in je leven goed gaat, dan kun je het hoofd boven water houden. Zit het ergens tegen, dan ga je al gauw kopje onder.’

Onderzoek

De genoemde knelpunten kwamen de afgelopen jaren in het vizier, al voordat het SER Jongerenplatform de verkenning uitvoerde. ‘Maar met de resultaten van de verkenning’, zeggen Snel, Rutten en Van Weegberg, ‘heeft die hypothese een sterker fundament gekregen’. Tegelijkertijd blijkt dat echt onderzoek op bepaalde gebieden nog ontbreekt. Wat is nu precies de financiële positie van jongeren? Welke impact heeft het sociaal leenstelsel nu echt? Hoe zit het met de mentale druk bij jongeren? Welke gevolgen heeft de flexibilisering van de arbeidsmarkt voor jongeren? Om de antwoorden op dat soort vragen helder te krijgen, is vervolgonderzoek nodig.

Jullie stellen daarnaast concrete maatregelen voor: een generatietoets bijvoorbeeld?

Snel: ‘De overheid voert soms maatregelen in die op zichzelf uit te leggen zijn, maar die bij elkaar opgeteld nadelig zijn voor jongeren of andere generaties. Zo kunnen jongeren bijvoorbeeld “dubbel getroffen” worden door de invoering van het sociaal leenstelsel in combinatie met aangescherpte hypotheekregels. Om te voorkomen dat die “stapeling van beleid” mensen onevenredig treft, moet vooraf duidelijk zijn wat het effect van (nieuwe) maatregelen is op de huidige en toekomstige generaties. Het SER Jongerenplatform roept het kabinet daarom op onderzoek te doen naar de invoering van een “generatietoets”. Die toets kan gebruikt worden bij de invoering van nieuwe wetten en bij het sluiten van politieke en sociale akkoorden.’

Jullie hameren ook op een betere aansluiting van onderwijs op de arbeidsmarkt?

Snel: ‘Ik merk in mijn eigen bedrijf hoe belangrijk dat is. Starters die bij ons komen werken hebben vaak geen idee van wat er zich op de arbeidsmarkt afspeelt. Veel te vaak sluiten opleidingen niet of weinig aan bij de praktijk van de werkvloer.’ De SER pleit dan ook voor goede samenwerking tussen onderwijsinstellingen en het bedrijfsleven. Ook zou het onderwijs de groeiende groep jonge starters beter kunnen begeleiden bij het opzetten van hun onderneming. Gerichte stages en andere vormen van werkervaring kunnen de stap naar de (eerste) baan makkelijker maken.

Op welke verandering, hopen jullie in de toekomst?

Rutten: ‘Ik hoop dat men het er in de politiek snel over eens wordt dat het met het leenstelsel wel klaar is. Dat er betere alternatieven zijn om jongeren een goed begin van hun loopbaan te geven.

Van Weegberg: ‘Het is belangrijk dat het besef over de urgentie van deze problematiek indaalt in Den Haag. Ook bij de sociale partners: bij werkgevers, bij vakbonden.’

Snel: ‘Het zou onwijs mooi zijn als de zoektocht die jongeren afleggen naar de perfecte studie, perfecte baan en een perfect leven niet langer een zoektocht in het donker is. Maar dat onderwijs en arbeidsmarkt er gezamenlijk alles aan doen om ze een beetje bij te schijnen. Door goede stages, goede begeleiding en vooral een goede aansluiting van onderwijs op arbeidsmarkt.’


Tien aanbevelingen

  1. Generatietoets
    De overheid voert soms maatregelen in die op zichzelf uit te leggen zijn, maar die bij elkaar opgeteld nadelig zijn voor jongeren. Een ‘generatietoets’ kan dit voorkomen. Het kabinet moet onderzoek doen naar invoering van zo'n toets.
     
  2. Sociaal leenstelsel
    Het SER Jongerenplatform vindt dat in kaart moet worden gebracht wat de gevolgen van het sociaal leenstelsel zijn voor jongeren op hun financiële positie en vervolgstappen in hun leven.
     
  3. Prestatiedruk en stress
    Jongeren hebben aanzienlijk last van prestatiedruk en psychische klachten. In de discussie over veranderingen op de arbeidsmarkt moet daarom specifieke aandacht zijn voor de positie van jongeren.
     
  4. Nadelen van flex
    Flexibele arbeidscontracten voorzien voor veel jongeren in een behoefte, maar flexwerk zorgt ook voor, bijvoorbeeld, uitstelgedrag. Voor deze en andere nadelen moet aandacht komen.
     
  5. Discriminatie van jongeren op de arbeidsmarkt
    Jongeren met een niet-westerse immigratieachtergrond of jongeren met een beperking ervaren met name uitsluiting, vaak door vooroordelen of discriminatie. Het SER Jongerenplatform roept werkgevers en de samenleving op deze jongeren meer te betrekken.
     
  6. Ondernemerschap onder jongeren
    De gemiddelde leeftijd waarop mensen starten als zzp'er daalt, ondernemerschap is populair onder jongeren. Jonge ondernemers stoppen hun bedrijvigheid echter vaker en eerder. Het SER Jongerenplatform wil graag meer inzicht in dit onderwerp.
     
  7. Onderwijs en arbeidsmarkt
    Opleidingen sluiten in veel gevallen te weinig aan bij de praktijk van de werkvloer. Er moet (meer) samenwerking tussen onderwijsinstellingen en het bedrijfsleven komen.
     
  8. Woningmarkt
    Er moeten meer geschikte en betaalbare woningen voor jongeren komen.
     
  9. Kinderopvang
    Structurele, flexibele en betaalbare kinderopvang is cruciaal voor de arbeidsparticipatie van (jonge) vrouwen.
     
  10. Inzicht in financiële positie
    De overheid moet beter inzicht krijgen in de financiële positie en de koopkracht van jongeren.