SERmagazine

De RAI geeft flexwerkers een rol in medezeggenschap: ‘Fijn om gehoord te worden’

Flexwerkers worden vaak niet betrokken bij de medezeggenschap van een bedrijf; ze ‘vliegen’ immers in en uit. RAI Amsterdam denkt daar anders over: de grote flexibele schil van het bedrijf praat mee via een ‘flexcommissie’ en in de OR.

Berber Bijma

De behoefte aan personeel wisselt enorm bij congrescentrum Amsterdam RAI. Tijdens een beurs zijn in korte tijd tientallen of soms honderden extra medewerkers nodig, bijvoorbeeld voor de horeca en de garderobe. Vandaar dat het bedrijf naast de ruim vierhonderd vaste medewerkers ieder jaar maar liefst drieduizend tijdelijke medewerkers inschakelt. Sommigen van hen werken meerdere keren per jaar korte tijd in de RAI; bij anderen blijft het bij één keer.

De betrokkenheid van flexmedewerkers is belangrijk voor de RAI. Betrokkenheid vergroot de kans dat ze terugkomen – in een krappe arbeidsmarkt essentieel – én zorgt voor tevreden bezoekers en klanten. Zes jaar geleden richtte de ondernemingsraad van de RAI daarom een flexcommissie op met gemiddeld zeven leden, deels ORleden en deels flexwerkers.

De flexwerkers die in de commissie zitten, zijn door de ondernemingsraad gevraagd deel te nemen. De commissie gaat regelmatig in gesprek met de operationeel directeur. Bovendien hebben de flexwerkers sinds een jaar of vijf een zetel in de ondernemingsraad. Hiervoor vinden verkiezingen plaats. Daarnaast is er de regelmatige bijeenkomst RAI meets flex, waarbij álle flexwerkers welkom zijn.

Cynthia Morlog (links) en Maaike Meijer van de flexcommissie van de RAI.
© Jeroen Poortvliet

Tof

Maaike Meijer was zo’n twee jaar flexwerker bij de frontoffice van de RAI toen ze twee jaar geleden werd gevraagd als lid van de flexcommissie. ‘Ik wist niet dat die commissie bestond, maar ik vond het echt tof om gevraagd te worden. Er was genoeg waarvan ik dacht: fijn dat ik kan vertellen hoe flexwerkers dat ervaren. Dat de ‘bijbabbelborrel’ – waar onder meer wordt verteld over de strategie van de RAI en recente ontwikkelingen – alleen toegankelijk was voor vaste medewerkers, vonden flexwerkers bijvoorbeeld jammer. Veel flexwerkers werken hier min of meer vast: ze komen bij iedere beurs terug. Ze werken echt niet minder hard. Dan is het toch raar dat zij niet bij zo’n borrel mogen zijn? Inmiddels zijn zij gelukkig ook welkom.’

Meijer heeft sinds kort een vast contract bij de RAI. Dat betekent dat haar lidmaatschap van de flexcommissie waarschijnlijk binnenkort afloopt, na een ‘natuurlijke overgangsperiode’ waarbij haar opvolger de tijd krijgt om zich in te werken. Wat ze bereikt heeft? ‘Ik heb het gevoel dat ik heb kunnen vertellen wat er leeft onder flexwerkers. Het is fijn om gehoord te worden. Toen we overgingen op een ander uitzendbureau bleken de uitbetalingen bijvoorbeeld niet altijd te kloppen met de gewerkte uren. Dat heeft de directeur operations van de RAI bij het nieuwe uitzendbureau aangekaart. Via de flexcommissie komt zoiets eerder boven water.’

Huiskamer

Cynthia Morlog is net toegetreden tot de flexcommissie. Zij werkt sinds 2,5 jaar als flexwerker in het Hospitality Crew Center (HCC) van de RAI. Dit is de plek waar alle flexwerkers zich melden voor hun dienst, onder meer om de juiste werkkleding en toegangspas in ontvangst te nemen. Morlog spreekt daardoor dagelijks veel collega-flexwerkers. ‘Het HCC is een beetje de huiskamer van de flexwerkers. 

Net als bij Meijer is haar motivatie om lid te worden van de flexcommissie dat er nog veel verbeterd kan worden. ‘Er wordt best veel geklaagd onder flexwerkers, maar die klachten bereiken lang niet altijd het juiste adres. Met name de communicatie kan een stuk beter.’ Een van de dingen die ze graag wil verbeteren, is de communicatie rond vacatures. ‘Flexwerkers weten niet altijd welke vacatures er zijn voor vaste medewerkers, terwijl zij mogelijk wel goede kandidaten zijn. Vacatures staan bijvoorbeeld op ons intranet’, vertelt Morlog. ‘Maar er zijn flexwerkers die nauwelijks met een beeldscherm werken en nooit op ons intranet kijken. Voor hen moeten er dus ook andere kanalen zijn.’

Niet alle flexwerkers willen overigens evenveel betrokken worden bij het bedrijf, stelt Morlog nuchter vast. ‘Ongeveer de helft van de flexwerkers wil juist wél betrokken worden.’

Brede blik

Morlog vond onderwerpen op het gebied van medezeggenschap altijd al interessant. ‘OR-verslagen lees ik altijd graag, dat deed ik ook bij eerdere werkgevers. Die verslagen geven een bredere blik op een bedrijf: je leest ook eens iets over andere afdelingen. Daarom kwam ik hier bij de RAI ook al snel naar de flexmeetings.’

De grenzen tussen vaste medewerkers
en flexkrachten zijn echt vervaagd

In haar functie als commissielid wil ze ook graag bekend maken wat al goed gaat. ‘Er is al zoveel bereikt vergeleken met een paar jaar geleden. De grenzen tussen vaste medewerkers en flexkrachten zijn echt vervaagd. Daar zou ik graag meer aandacht aan geven. Hopelijk komt dat het vertrouwen dat flexkrachten in de RAI hebben, ten goede.’


Best practices

Leren van anderen is een belangrijke succesfactor bij het slagen van projecten. Daarom deze serie over best practices op het gebied van samenwerking, arbeid, diversiteit en de energietransitie. Deze keer: medezeggenschap voor flexwerkers bij de RAI in Amsterdam.


Drietrapsraket

Je kunt flexwerkers op verschillende manieren betrekken bij de medezeggenschap van de organisatie. De SER gebruikt hiervoor het beeld van een drietrapsraket. Onderaan staat dat de ondernemingsraad oog heeft voor de belangen van flexwerkers. De OR is zich bewust van de belangen van flexwerkers en vertegenwoordigt deze zonder dat flexwerkers actief betrokken zijn. Een trapje hoger staat het actief betrekken van flexwerkers bij medezeggenschap, bijvoorbeeld via een enquête, deelname aan klankbordgroep of themagroep. En bovenaan staat deelname van flexwerkers. Dat kan door hen stemrecht te geven, zitting te laten nemen in een onderdeelcommissie of de OR, eventueel via een geoormerkte zetel.

Op ser.nl onder het thema ‘OR en medezeggenschap’ staat meer informatie over medezeggenschap en flexwerkers.


Tips voor bedrijven die flexwerkers inspraak willen geven

Meijer en Morlog delen hun belangrijkste tips:

1. Neem de tijd om een goede vorm te vinden voor medezeggenschap: via de ondernemingsraad of in een aparte commissie. Experimenteer, evalueer met alle betrokkenen en wees niet bang eerdere besluiten bij te stellen.
2. Investeer veel en voortdurend in het contact tussen de flexvertegenwoordiger en zijn of haar achterban. Juist bij flexwerkers is dat contact niet vanzelfsprekend, omdat het (deels) steeds om nieuwe mensen gaat.