SER-verkenning over het combineren van banen: plezier of kopzorgen?

Meer dan 600.000 Nederlanders combineren meerdere banen. Sommigen vanwege de inhoudelijke afwisseling, anderen uit financiële noodzaak of om te sparen voor iets extra’s. De SER belicht in een verkenning deze ‘combineerders’, hun motieven en de hindernissen waartegen ze aanlopen. Twee verhalen uit de praktijk.
Berber Bijma

Een volledige baan bij de brandweer betekent 48 uur per week beschikbaar zijn, in wisselende diensten. Dat weerhoudt Laurens van Putten (39) uit Rijswijk er niet van om óók zelfstandig fotograaf te zijn. ‘Het begon eigenlijk als hobby. Ik maak nu eenmaal graag foto’s. Maar op een gegeven moment bleken ze goed genoeg om geld op te leveren.’ Soms krijgt hij specifieke opdrachten, vaker maakt hij op eigen initiatief foto’s voor de beeldbank van bijvoorbeeld het ANP. Als zijn foto door een krant of tijdschrift wordt aangekocht, krijgt hij betaald. ‘Het levert niet heel veel op, maar tegenover andere beroepsfotografen kan ik het natuurlijk niet maken om de foto’s gratis weg te geven.’

In het fotograferen gaan inmiddels zo’n tien tot twintig uren per week zitten, naast die 48 uur bij de brandweer én een jong gezin. ‘Ik heb het altijd druk’, stelt Van Putten nuchter vast. ‘Ik kan het simpelweg niet laten om foto’s te maken. Na een nachtdienst bij de brandweer ga ik bijvoorbeeld nog even één of twee uurtjes op stap voor een foto van een demonstratie of een Kamerdebat. Ik ga vrijwel altijd op de fiets – hup, alles in het kinderzitje. En onderweg of op de eindbestemming zie ik altijd nog andere dingen die leuk zijn om te fotograferen.’

Van Putten peinst er niet over om zijn werk bij de brandweer op te geven of zelfs maar te minderen. ‘Ik ben in de eerste plaats brandweerman, een fantastische baan. Vooral van het teamgevoel geniet ik. Mijn werk bij de brandweer gaat altijd voor. Ik zal nooit een dienst ruilen voor een foto-opdracht. Maar ik vind het ook heerlijk om als fotograaf in mijn eentje te werken. Mijn tweede baan is puur ontspanning.’

Extra inkomen nodig

Paul van Tuijl (25) uit Giessenburg rolde op een heel andere manier in zijn tweede baan. Hij heeft samen met zijn vader een melkveehouderij. Aanvankelijk binnen de lintbebouwing van het dorp, waardoor uitbreiding moeilijk was. ‘Toen er een groter melkveebedrijf iets buiten het dorp beschikbaar kwam, hebben we dat gekocht en onze oude boerderij te koop gezet. De bedoeling was De een werkt er op maandag, woensdag en vrijdag, de ander op dinsdag, donderdag en zaterdag. De ‘thuisblijver’ runt de boerderij.

Soms moet je weg, terwijl er op het melkveebedrijf werk ligt dat je met z’n tweeën moet doen


Van Tuijl ziet wel voordelen aan de onvoorziene situatie. ‘Het is op zich wel mooi om twee verschillende dingen te doen, in plaats van altijd met mijn vader op de boerderij te werken. Deze combinatie geeft wat afwisseling, en natuurlijk extra inkomen. Aan de andere kant: diep in mijn hart ben ik agrarisch ondernemer. Dat werk doe ik het liefst. We hebben deze constructie nu sinds een jaar of drie. Wat ons betreft gaan we ermee door zolang het nodig en mogelijk is. Mijn vader is nu 56 jaar en op een gegeven moment zal hij het toch wel wat rustiger aan willen doen.’

Vader en zoon zijn blij met hun werk bij MerweTank, maar de combinatie is soms lastig. ‘Soms moet je weg, terwijl er eigenlijk op het melkveebedrijf werk ligt dat je met z’n tweeën moet doen. En als je klaar bent bij MerweTank, moet je meestal thuis nog aan de slag. Dat is soms wel zwaar.’In het voorjaar, als er gras ingekuild moet worden, is er soms écht even geen tijd voor een tweede baan. ‘Gelukkig heeft onze opdrachtgever een agrarische achtergrond. Hij begrijpt dat we in zo’n geval thuis hard nodig zijn en huurt dan een paar weken anderen in.’

Flexibele schil

Wout de Jong, directeur van MerweTank, bevestigt: ‘Je weet dat je met boeren te maken hebt. Bij mooi weer moeten ze “kuilen”, dus daar houd ik rekening mee. Een paar keer per jaar zijn ze er een dag of drie niet.’

De constructie met vader en zoon beurtelings aan het werk bevalt hem prima. ‘Ze doen veel ondersteunende werkzaamheden en zijn een prima aanvulling op onze flexibele schil. De afspraak is dat ze komen werken als het nodig is, maar in de praktijk zijn ze er gewoon altijd op de vaste dagen. Ik zou dus inmiddels wel een nieuwe medewerker in dienst kunnen aannemen, maar daar is ontzettend moeilijk aan te komen. Daarom doe ik het voorlopig met een vrij grote flexibele schil.’


Eén op de drie combineert uit financiële motieven

Twee van de drie mensen die meerdere banen combineren, is daar tevreden over, blijkt uit de SER-verkenning De vele kanten van banen combineren. In de verkenning wordt de stand van zaken rond combinatiebanen in kaart gebracht en is gekeken naar belemmeringen die kunnen worden opgelost. De praktijk van banen combineren blijkt veelzijdig te zijn. Enkele feiten op een rij:

  • Zo’n 600.000 Nederlanders hebben twee of meer banen.
  • Vrouwen combineren relatief vaker dan mannen en mensen met een hogere opleiding vaker dan lageropgeleiden.
  • In de horeca, zakelijke dienstverlening, onderwijs en zorg wordt relatief vaak gecombineerd.
  • Een op de drie combineerders heeft primair financiële motieven voor het combineren; deze groep ervaart vaker de negatieve effecten van het combineren.
  • Tweederde van de combineerders wil blijven combineren, een derde wil liever werken in loondienst of als zelfstandige.
  • Belemmeringen bij een combinatiebaan zitten onder meer in wettelijke regels, cao-bepalingen, het nakomen van de arbeidstijdenwet en het aanvaardbaar houden van gezondheidsrisico’s.

De SER beveelt aan belemmeringen aan te pakken en zo het combineren van banen te vereenvoudigen. Voor de mensen voor wie het combineren van banen echt knelt, moet onderzocht worden hoe zij naar één baan geleid kunnen worden.


‘Met bewustwording is al heel wat gewonnen’

Uit de SER-verkenning blijkt dat er grofweg twee groepen zijn die banen combineren, vertelt kroonlid Louise Gunning-Schepers, hoogleraar Gezondheid en Maatschappij aan de Universiteit van Amsterdam. Gunning is voorzitter van de SER-commissie die de verkenning voorbereidde. ‘Enerzijds de groep voor wie een tweede baan enorme toegevoegde waarde heeft. Anderzijds de mensen die wel móeten combineren, omdat ze niet van één baan kunnen rondkomen. Voor hen is het combineren soms moeilijk, vanwege reistijden, regelwerk, gevraagde beschikbaarheid en dubbele loyaliteit. Belangrijke winst van de SER-verkenning is dat zowel werkgevers als werknemers de aspecten van combinatiebanen herkennen en erkennen.’

Mensen die uit financiële motieven combineren, geven vaak aan dat ze liever één baan willen. Voor werkgevers is dat niet altijd makkelijk te realiseren, bijvoorbeeld vanwege pieken in het werk – denk aan postbezorging of schoonmaak. Gunning: ‘Het zou goed zijn als werkgevers banen in ieder geval niet onnodig opknippen.’

Met bewustwording is volgens haar al veel gewonnen. ‘Het is belangrijk dat een werkgever zich realiseert dat iemand maatschappelijke waarde toevoegt door bijvoorbeeld een baan bij een bedrijf te combineren met docentschap. Die bewustwording kan al genoeg zijn om een beetje inschikkelijkheid bij de werkgever gedaan te krijgen.’