SERmagazine

Chronisch ziek en toch aan de slag. Kroonlid Louise Gunning over SER-advies werkenden met chronische ziekte

Het aantal mensen met chronische ziekten in Nederland stijgt. In 2030 zijn het er naar verwachting 7 miljoen. Gelet op de vergrijzing is iedereen die kan werken straks hard nodig op de arbeidsmarkt. De SER presenteerde in maart zijn advies over hoe mensen met een chronische ziekte aan het werk kunnen blijven of komen. Een gesprek met commissievoorzitter Louise Gunning.
Corien Lambregtse

Het is een van de positiefste SER-adviezen die ze heeft meegemaakt. Dat wil Louise Gunning, kroonlid van de SER en voorzitter van de commissie die het SER-advies Werk: van belang voor iedereen schreef, benadrukken. ‘Met de meeste mensen met een chronische ziekte gaat het goed, een klein deel ervaart problemen bij het aan het werk blijven of komen. Daar ligt een uitdaging, maar in het licht van het totaal valt dat mee.’

7 miljoen chronisch zieken in 2030. Vindt u dat niet verbijsterend?

‘Ik vind het juist een bewijs van de kracht van onze geneeskunde en gezondheidszorg. Dat zoveel mensen goed met een chronische ziekte kunnen leven en werken, is heel goed nieuws. We zijn in staat om chronische aandoeningen eerder te diagnosticeren en te behandelen, waardoor mensen er heel oud mee kunnen worden. Er kunnen zich acute fases voordoen in de ziekte, waardoor de situatie tijdelijk ernstiger wordt, maar over het algemeen gaat het goed met veel mensen met een chronische ziekte.’

Het beeld is dat werkenden met een chronische ziekte vaker ziek zijn dan anderen.

‘Dat beeld kan worden bijgesteld. Zij zijn niet vaker ziek dan anderen. Alleen: als ze ziek worden, duurt het over het algemeen langer voor ze weer aan het werk kunnen.’

Is er eigenlijk wel een probleem?

‘Er zijn dingen die beter kunnen. Aan de ene kant kunnen we meer doen om te voorkomen dat mensen door hun chronische ziekte belemmeringen gaan ervaren in het werk en daardoor uitvallen. Want na uitval, is het moeilijk om weer aan werk te komen. Daarom zetten we in het advies in op meer preventie. Aan de andere kant moeten we meer doen om mensen die niet meer of nog niet aan het werk zijn, ook aan het werk te krijgen. Dat geldt zeker voor jongeren met een chronische ziekte die een start willen maken op de arbeidsmarkt. Die hebben vaak een steuntje in de rug nodig bij het vinden van een baan.’

Hoe makkelijk is het om op de werkvloer over je chronische ziekte te beginnen?

‘Op dat punt is zeker ook verbetering mogelijk. Mensen zijn soms huiverig om het te vertellen, omdat ze bang zijn voor het effect op hun loopbaan. Krijgen ze nog wel de promotie die ze willen? Bij sollicitaties speelt het ook: als je zegt dat je een chronische ziekte hebt, krijg je die baan dan nog wel?En toch is het belangrijk dat de werkgever het weet, want werkgever en werkende moeten er samen voor zorgen dat de werkende het werk aankan, ook op de langere termijn. Misschien kan de werkomgeving worden aangepast, misschien helpt het om de hulp van een coach in te roepen, ook kan de werkgever een beroep doen op een no-riskpolis. Dat soort regelingen zijn allemaal beschikbaar, maar worden te weinig gebruikt. Daardoor staan er toch nog veel mensen onnodig aan de zijlijn, terwijl zij heel graag mee zouden willen doen.’

Het belangrijkste is misschien wel 
dat er een sfeer ontstaat waarin
mensen over hun ziekte en mogelijke
beperkingen kunnen praten

 

Die no-risk polis is er toch nog niet voor jongeren met een chronische ziekte die de arbeidsmarkt opkomen?

‘Een van onze aanbevelingen aan het kabinet is om dat te onderzoeken. De werkgever die zo’n jongere een kans wil geven, wordt dan niet gestraft als iemand toch ziek wordt. Voor kleine bedrijven maakt dat een heel verschil.’

De SER pleit vooral ook voor meer openheid en acceptatie.

‘Als er in 2030 7 miljoen mensen met een chronische ziekte zijn, moeten we een manier vinden om daar ‘gewoon’ mee om te gaan. We hebben iedereen nodig, we moeten ervoor zorgen dat mensen met een chronische ziekte zo lang mogelijk hun bijdrage kunnen leveren. Daarom roepen wij alle betrokken partijen op om met elkaar in gesprek te gaan over wat er nodig is om mensen aan het werk te houden of te krijgen.


Daar ligt overigens ook een taak voor de overheid. De overheid moet ervoor zorgen dat er betere informatie komt over chronische ziekten en over regelingen die er zijn om te bevorderen dat mensen aan het werk blijven of werk krijgen. Die regelingen worden nu onderbenut. Ook kunnen de arbeidsgerelateerde zorg en reguliere zorg beter gaan samenwerken. De reguliere zorg moet meer oog hebben voor de factor arbeid, want werk kan bijdragen aan revalidatie en re-integratie na uitval.

Maar het belangrijkste is misschien wel dat er in een bedrijf of organisatie een sfeer ontstaat waarin mensen over hun ziekte en mogelijke beperkingen kunnen praten. Want de dialoog biedt de gelegenheid om vroegtijdig tot aanpassingen te komen. Taken, werktijden en -omstandigheden kunnen wellicht worden aangepast, misschien kunnen mensen meer thuis werken. Openheid daarover voorkomt scheve ogen, want iedereen begrijpt dan waarom het werk voor die ene collega is aangepast. Mensen hebben best begrip voor een collega, als ze maar weten wat er aan de hand is.’

Zijn voor elke functie aanpassingen mogelijk?

‘In bijna elk bedrijf is het mogelijk om aanpassingen te doen, bijvoorbeeld door het ene soort werk af te wisselen met andere werkzaamheden. Als er geen goede aanpassingen mogelijk zijn, moet een externe oplossing worden gezocht. Voor iemand met schilderseczeem kan het beter zijn om in een ander bedrijf te gaan werken. Het helpt als bedrijven netwerken vormen waarin de ene werkgever de andere kan helpen. Iemand die in het ene bedrijf niet goed meer functioneert, past ergens anders wellicht beter. Op die manier houden we mensen aan het werk.’


Wie is Louise Gunning?

Louise Gunning (Amsterdam, 1951) is sinds medio 2013 kroonlid bij de SER, hoogleraar gezondheid en maatschappij aan de Universiteit van Amsterdam (UvA) en president-commissaris van Schiphol Group. Van 2012 tot 2015 was ze bestuursvoorzitter van de UvA en de Hogeschool van Amsterdam (HvA). Daarvoor was ze twee jaar voorzitter van de Gezondheidsraad. Van 2001 tot 2010 gaf ze leiding aan het Academisch Medisch Centrum (AMC) in Amsterdam.


Aanbevelingen SER-advies ‘Werk: van belang voor iedereen

Het advies bevat vijf centrale aanbevelingen aan kabinet, werkgevers, werkenden, zorgverleners, uitvoerende instellingen en experts.

1 Vergroot kennis en bewustwording
Veel onbegrip op de werkvloer heeft te maken met een gebrek aan kennis over chronische ziekten. Voor bedrijfsartsen, kennis- en expertisecentra en patiëntenorganisaties ligt hier een belangrijke taak: zorg dat er meer kennis komt over chronische ziekten en de gevolgen ervan voor werk. De SER adviseert het kabinet hierover afspraken te maken en de inrichting van een centraal informatiepunt mogelijk te maken. Werkgevers en werkenden hebben vaak te weinig kennis van de arbowetgeving en van subsidieregelingen voor bijvoorbeeld werkplekaanpassingen. Daardoor worden deze regelingen onderbenut. De SER vraagt het kabinet te onderzoeken wat er nodig is om dit te veranderen.

2 Verbeter dialoog en communicatie op de werkvloer
Cruciaal is dat werkgever en werkende bij ziekte of (dreigende) uitval snel een goed beeld krijgen van de beperkingen en mogelijkheden van de werkende, zodat werk en werkomgeving tijdig kunnen worden aangepast. Dit vraagt een voortdurende dialoog tussen werkgever en werkende. Het is belangrijk dat zij hierin worden getraind. De bedrijfsarts is volgens de SER de aangewezen persoon om bij te dragen aan een veilig klimaat en de dialoog in goede banen te leiden.

3 Veranker preventie op de werkvloer
Duurzame gezondheidsbevordering en een gezonde levensstijl hebben positieve impact op ieders werkvermogen. Daarnaast kunnen preventieve maatregelen toegespitst op werkenden met een chronische ziekte voorkomen dat ziekten leiden tot belemmeringen. Met instrumenten zoals de Work Ability Index (WAI) kan de belastbaarheid van mensen met een chronische ziekte nauwgezet en over een langere periode worden gemeten. Dit kan worden opgenomen in onderzoeken naar arbeidsrisico’s en gezondheid die in veel bedrijven al gangbaar zijn.

4 Bied ondersteuning vanuit de zorg
Mensen met een chronische ziekte gaan bij klachten eerder naar de huisarts dan naar de bedrijfsarts. De SER raadt bedrijfsartsen aan om de drempel te verlagen, bijvoorbeeld door een open spreekuur in te stellen. Ook adviseert de SER aan het kabinet om te onderzoeken of het meerwaarde heeft om de adviesfunctie van bedrijfsartsen over preventie in de Arbowet op te nemen, zonder dat dit tot extra werkgeversverplichtingen leidt. Daarnaast kan de samenwerking tussen arbeidsgerelateerde zorg en reguliere zorg worden verbeterd. Een huisarts of medisch specialist moet meer aandacht besteden aan de factor arbeid, juist omdat passend werk kan bijdragen aan herstel of verbetering van de gezondheidssituatie.

5 Bevorder instroom en re-integratie
Als mensen na ziekte of uitval proberen te revalideren en terug te keren in de maatschappij, hoort daar ook bij dat ze opnieuw aan het werk gaan. Zorgprofessionals en re-integratiespecialisten werken echter vaak langs elkaar heen. De SER vraagt het kabinet na te gaan hoe de afstemming verbeterd kan worden. Daarnaast adviseert de SER het UWV en gemeenten om vaker gespecialiseerde intermediairs in te schakelen bij het maken van een match tussen een werkgever en een kandidaat met een chronische ziekte. Voor jongeren met een chronische ziekte kan mogelijk een no-riskpolis worden ingezet om te bevorderen dat werkgevers ook deze groep een kans bieden.