SERmagazine

SER-verkenning over sociale infrastructuur voor kwetsbare groepen: 'Behoud kennis SW-bedrijf'

De SER maakt zich grote zorgen over de allerzwaksten op de arbeidsmarkt. Het aantal beschutte werkplekken schiet zwaar te kort. En veel sociale werkbedrijven dreigen te bezwijken. Kroonlid Romke van der Veen over de jongste SER-verkenning, met een pleidooi voor een goede sociale infrastructuur voor mensen die onder de Participatiewet vallen.
Dorine van Kesteren

Het kabinet wil dat het normaal wordt dat bedrijven mensen met een arbeidsbeperking in dienst nemen. Dat is het idee achter de Participatiewet, die op 1 januari 2015 in werking is getreden. De instroom in de sociale werkvoorziening oude stijl is daarom afgesloten. Mensen die voorheen ‘beschut werk’ kregen, moeten nu een plek bij reguliere werkgevers vinden. Gemeenten hebben de taak om deze plekken te scheppen.

In de praktijk loopt dit echter niet zo soepel. De afgesproken 30.000 beschutte arbeidsplaatsen zijn nog lang niet in zicht. Het is volgens de gemeenten te duur. Ook voor detachering bij reguliere bedrijven, een beproefd recept van SW-bedrijven, komen bij veel gemeenten nog geen faciliteiten van de grond.

De SER maakt zich daar grote zorgen over, meldt kroonlid Romke van der Veen, hoogleraar Sociologie van arbeid en organisatie aan de Erasmus Universiteit Rotterdam en lid van de SER-commissie die de verkenning opstelde (zie kader ‘Hoofdpunten SER-verkenning’). ‘Het is belangrijk dat er een structureel en sluitend vangnet blijft voor de allerzwaksten op de arbeidsmarkt. Een beschutte werkplek is voor hen misschien wel de enige optie.’ Veel SW-bedrijven staan onder druk doordat het aantal werkenden en de budgetten afnemen. ‘Wat gebeurt er met de kwetsbare groepen als de bestaande SW-bedrijven verdwijnen en gemeenten er onvoldoende in slagen nieuwe voorzieningen te realiseren?’

Inhaalslag

Om de inhaalslag te kunnen maken, lijkt de inzet van SW-bedrijven onmisbaar. Van der Veen: ‘SW-bedrijven zijn in staat deze doelgroep met werkgevers en werk te matchen. We moeten voorkomen dat deze kennis, die is opgebouwd met publiek geld en door werkgevers zeer wordt gewaardeerd, onvoldoende wordt gebruikt bij de uitvoering van de Participatiewet. Onze boodschap is: laat de bestaande kennis en expertise over matchen, begeleiden en detacheren niet verloren gaan. Zorg ervoor dat de functies die de SW-bedrijven nu verrichten, ook in de toekomst beschikbaar blijven.’ SW-bedrijven moeten volgens de SER een belangrijke rol krijgen in de arbeidsmarktregio’s. Van der Veen: ‘SW-bedrijven bieden essentiële instrumenten om de kwetsbaarste doelgroep aan het werk te krijgen en te houden en werkgevers goed te ondersteunen. Deze instrumenten moeten integraal op regionaal niveau aanwezig zijn. Daarom is het wenselijk dat de huidige 90 SW-bedrijven zich in de richting van de 35 arbeidsmarktregio’s bewegen. Overigens zonder dat wij pleiten voor grootschalige fusies of meer bestuurlijke drukte.’

Minder vrijblijvend

De SER vindt ook dat de samenwerking tussen gemeenten, UWV en regionale sociale partners in de regionale Werkbedrijven minder vrijblijvend moet worden. ‘In de praktijk wordt in de regionale Werkbedrijven vooral bestuurlijk afgestemd: wie gaat wat doen. Wij pleiten voor een echte gezamenlijke verantwoordelijkheid voor de arbeidsdeelname van mensen met een beperking. De SER roept de centrumgemeenten nadrukkelijk op om hun regierol verder in te vullen.’

Laat de bestaande kennis en expertise over matchen,
begeleiden en detacheren niet verloren gaan


Het bedrijfsleven heeft volgens de SER ook een belangrijke rol in een goede sociale infrastructuur voor de meest kwetsbare groepen op de arbeidsmarkt. Dit geldt in ieder geval voor sociale ondernemingen: nieuwe idealistische organisaties, waarvan een aanzienlijk deel zich inzet voor mensen met een beperking. Van der Veen: ‘Sociale ondernemers vormen een van de schakels in de ketting van ondernemerschap en maatschappelijk initiatief. Zij kunnen een belangrijke en nader te verkennen rol spelen bij het bieden van werk aan de meest kwetsbare groepen op de arbeidsmarkt. Maar het geldt zeker ook voor reguliere bedrijven, want de SER vindt dat maatschappelijk verantwoord ondernemen tot de core business van élke onderneming behoort.’


Hoofdpunten SER-verkenning

De SER-verkenning is vastgesteld in de raadsvergadering van 24 juni. De hoofdvraag in de adviesaanvraag van staatssecretaris Jetta Klijnsma (SZW) luidde: hoe ziet een regionale sociale infrastructuur eruit die de kwetsbare groepen op de arbeidsmarkt zo goed mogelijk ondersteunt? Hieronder de hoofdpunten van het advies.

  • De nieuwe voorziening beschut werk blijft ver achter bij de verwachting, daarmee valt een zeer kwetsbare groep buiten de boot. De achterstand moet worden ingehaald.
  • Het moet snel duidelijk worden of het met de huidige systematiek haalbaar is om 30.000 nieuwe beschutte arbeidsplaatsen te realiseren.
    Financiële belemmeringen voor gemeenten om beschutte arbeidsplaatsen te realiseren moeten worden weggenomen.
  • Er moeten een sluitend vangnet en dekkende regionale infrastructuur voor kwetsbare groepen komen. In iedere arbeidsmarktregio moet een samenhangend geheel van functionaliteiten aanwezig zijn.
  • SW-bedrijven kunnen een rol spelen in de uitvoering van de nieuwe voorziening beschut werk en de Participatiewet.

Marleen Damen, wethouder van Werk en Inkomen in Leiden:

‘Als je het slim organiseert, kan er veel’

‘Leiden kiest ervoor het afgesproken aantal plekken voor beschut werken te realiseren. Als je niet blijft investeren in de groep met de grootste afstand tot de arbeidsmarkt, weet je zeker dat deze mensen nooit de kans krijgen om met een eigen baan een zelfstandig leven op te bouwen. Bovendien: als ze voor een groot deel zelfstandig in hun levensonderhoud kunnen voorzien, hoeven ze een minder groot beroep te doen op een uitkering.

Wij hebben de hele uitvoering van de Participatiewet, inclusief beschut werk, ondergebracht bij SW-bedrijf DZB. Zo nodig schakelt DZB daarbij particuliere reïntegratiebedrijven in. Ik vind het te gemakkelijk om te zeggen dat beschut werken te duur is. Als je het slim organiseert, kan er veel. DZB heeft er alles aan gedaan om zo efficiënt mogelijk te werken en de overhead tot het minimum te beperken. Een beschutte arbeidsplaats kost bij ons niets meer dan het rijksbudget. Verder is DZB is erin geslaagd om allerlei werkgevers aan zich te verbinden, ook sociale ondernemers. Voorbeelden zijn Secrid, een bedrijf dat moderne portemonnees maakt, en Raw Patisserie, een bedrijf dat bonbons maakt. Zulke bedrijven hebben een sociale motivatie en zijn bereid een reële prijs te betalen voor de inzet van medewerkers.’


Egbert Roozen, brancheorganisatie groenvoorzieners en hoveniers (VHG):

‘Zowel qua werk als persoon moet het klikken’

‘De hoveniers- en groenvoorzienersbranche biedt veel werkgelegenheid aan mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt. Het type werk past heel goed bij deze doelgroep. Van de ruim 48.000 medewerkers komen er 17.000 uit de sociale werkvoorziening.

De samenwerking tussen private bedrijven en SW-bedrijven met een afdeling groenvoorziening wordt steeds beter. Het komt bijvoorbeeld vaker voor dat een regulier groenvoorzieningsbedrijf samen met een SW-bedrijf projecten uitvoert voor een opdrachtgever. Maar meestal detacheert het SW-bedrijf mensen bij reguliere groenbedrijven. De bedrijven zorgen zelf voor de vakinhoudelijke begeleiding, het SW-bedrijf zorgt voor de mensgerichte begeleiding en voor de juiste match: de juiste persoon op de juiste plek. Zowel qua type werk als qua persoon moet het klikken.

Wij zien een tendens dat gemeenten het openbare groenbeheer weer zelf gaan doen en mensen uit de doelgroep van de Participatiewet inzetten. Dit gaat ten koste van de private groenvoorzieners en hun SW-medewerkers. Waarom werken ze niet samen met de groenvoorziener en het SW-bedrijf in de gemeente, in plaats van helemaal opnieuw te investeren in bijvoorbeeld management en voertuigen?’