Gecombineerde aanpak voor energietransitie en arbeidsmarkt: Groningen grijpt kansen

De provincie Groningen heeft naast een aardbevingsprobleem ook een fors arbeidsmarktprobleem. Jouke van Dijk, voorzitter van de SER Noord-Nederland, legt uit waarom en hoe de energietransitie en de problemen op de arbeidsmarkt tegelijk opgepakt moeten worden.

Corien Lambregtse

SER-voorzitter Jouke van Dijk schetst de twee belangrijkste problemen voor Noord-Nederland. ‘Het eerste probleem is dat het aanbod van arbeid niet helemaal past bij de vraag. Dat probleem zal de komende jaren alleen maar groter worden. Door de energietransitie verdwijnen aan de ene kant banen in de fossiele energievoorziening. Aan de andere kant ontstaan er juist banen bij bedrijven die zich op duurzame energie richten. Maar de mensen die hun baan zien verdwijnen, zijn niet automatisch in staat om die nieuwe banen in te vullen.’

Het tweede probleem is dat er in Groningen een grote groep mensen is met een te lage opleiding of een arbeidsbeperking. ‘We zien dat die groep ondanks de groeiende economie niet aan het werk komt en al veel te lang aan de kant staat.’ De problemen op de arbeidsmarkt worden nog eens verergerd door de Groningse aardbevingsproblematiek, zegt hij. ‘De komende jaren moeten duizenden woningen aardbevingsbestendig worden gemaakt, maar er zijn niet genoeg mensen om dat uit te voeren. Dat betekent dat er de komende jaren heel veel vakmensen moeten worden opgeleid of omgeschoold.’

De SER Noord-Nederland vindt het tijd om deze combinatie van vraagstukken samen met de provincie en gemeenten, sociale partners, onderwijspartijen en andere stakeholders aan te pakken. Van Dijk, in het dagelijks leven hoogleraar regionale arbeidsmarktanalyse aan de Rijksuniversiteit Groningen: ‘We zitten nu in een periode van economische groei. Laten we de kansen benutten.’

Twee adviezen

De SER Noord-Nederland bracht de afgelopen jaren twee adviezen uit over een specifiek noordelijke aanpak van het arbeidsmarktprobleem: Het werkend alternatief voor Noord-Nederland en het vervolg erop. Die adviezen zijn nu uitgewerkt in twee nieuwe publicaties: de Actieagenda Impact ondernemen in Groningen en een Routekaart Leven Lang Ontwikkelen in Groningen. In de publicaties worden verschillende regionale vraagstukken tegelijk aangepakt.

Leven Lang Ontwikkelen

Met de Routekaart Leven Lang Ontwikkelen in Groningen sluit de SER Noord-Nederland aan bij de actieagenda van de nationale SER voor een Leven Lang Ontwikkelen (LLO). Op verzoek van de ministers van SZW en OCW is de nationale SER aanjager van initiatieven om een positieve en sterke leercultuur tot stand te brengen in Nederland. De Groningse routekaart is een voorbeeld van zo’n initiatief.

Dit jaar gaat er een eerste pilot van start, gericht op de energietransitie en de arbeidsmarkt, aansluitend bij het Klimaatakkoord. Doel is om samen met sociale partners, overheden, UWV en kennisinstellingen tot een samenwerkingsverband te komen. Daarbij is het de bedoeling dat partners structureel samenwerken op het gebied van LLO/arbeidsmarkt en ook duidelijk afspraken maken over taken en verantwoordelijkheden. Op die manier wordt een regiemodel ontwikkeld dat opschaalbaar is naar de rest van Nederland én ook te verbreden is naar andere sectoren.

Van Dijk: ‘We gaan met deze pilot al doende leren. We gebruiken de ervaringen om de pilot te verbreden naar andere sectoren, zoals de installatiesector en de bouw. Daarbij koppelen we de aanpak van de energietransitie aan de versterkings- en herstelopgave in het aardbevingsgebied. Dat is voor ons heel belangrijk. Want die koppeling geeft hier de sense of urgency om het arbeidsmarktvraagstuk met vereende krachten aan te pakken.’

Sectoroverschrijdend

Een van de doelen van de noordelijke arbeidsaanpak is om de mobiliteit tussen sectoren op gang te brengen. Van Dijk: ‘We zien dat er veel werkloosheid is onder mensen in de administratieve en financiële sector. Die mensen moeten niet eerst een 3- of 4-jarige opleiding hoeven doen om een baan in de technische sector te kunnen krijgen. Ze hebben een gerichte scholing nodig, zodat ze snel inzetbaar zijn.’

Om dit te bereiken, moet er volgens hem veel meer sector-overschrijdend worden gedacht. ‘Laten we de waterscheidingen tussen de sectorale O&O-fondsen opheffen. Zo kunnen we mensen scholen om van de ene naar de andere sector over te stappen, afhankelijk van wat er in hun regio nodig is. Dat is de enige manier om het arbeidsvraagstuk in Groningen op te lossen. Deze oplossing kan ook in andere provincies en regio’s helpen. In de kern gaat het erom dat mensen door scholing en ontwikkeling in staat worden gesteld om zich aan te passen aan continu veranderende eisen en omstandigheden op de arbeidsmarkt. Door automatisering en robotisering zullen vele banen verdwijnen, maar dankzij de energietransitie zullen juist veel nieuwe banen ontstaan.’

Laten we mensen scholen om van de ene naar de andere sector over te stappen

Impact ondernemen

Met het advies Impact ondernemen in Groningen wil de SER Noord-Nederland het probleem oplossen dat te veel mensen te lang aan de kant staan. Van Dijk: ‘We zien steeds meer bedrijven die naast het streven naar winst ook andere doelen hebben, zoals maatschappelijk nut en welzijnsgroei. Dat sociaal ondernemerschap willen wij graag ondersteunen. Wij noemen dat impact ondernemen. We richten ons niet alleen op bedrijven die speciaal zijn opgericht om een maatschappelijk probleem op te lossen, maar op alle bedrijven. We roepen ondernemers op om in hun bedrijf plaats te maken voor medewerkers met een afstand tot de arbeidsmarkt.’

De SER Noord-Nederland wil dat het stimuleren van impact ondernemerschap standaard in het economisch beleid van provincie en gemeenten wordt opgenomen. De eerste aanbeveling uit de actieagenda is om het probleem van financiering op te lossen. Van Dijk: ‘Wij willen dat de provincie in het Nationaal Programma Groningen geld vrijmaakt voor ondersteuning van impact ondernemerschap. Ook moet er op provinciaal niveau een coördinator komen die als ambassadeur, initiator en stimulator voor impact ondernemen optreedt. Daarnaast willen we dat er arbeidspools worden opgericht waarin deelnemers worden begeleid in scholing en ontwikkeling. Dat ligt dan ook weer helemaal in de lijn van het idee van een Leven Lang Ontwikkelen.’

Van Dijk hoopt dat steeds meer mbk-bedrijven inzien dat impact ondernemerschap veel oplevert, ook voor henzelf. ‘Als je een meubelfabriek hebt met goed opgeleide vakmensen, wil je dat die mensen hun tijd en energie zoveel mogelijk besteden aan het maken van meubels. Wellicht kun je hun productiviteit verhogen door de ondersteunende werkzaamheden en opruimwerkzaamheden te laten uitvoeren door werknemers met een afstand tot de arbeidsmarkt. Een paar Wajongers bijvoorbeeld. Dat is bedrijfseconomisch gezien een prima oplossing. En het is bovendien goed voor de sfeer en bedrijfscultuur als een bedrijf zich op die manier inzet voor een maatschappelijk vraagstuk.’


Van energietransitie naar industrietransitie

De SER Noord-Nederland krijgt bij de aanpak van het Groningse arbeidsmarktvraagstuk ondersteuning van de nationale SER. De beoogde aanpak bestaat uit een gecoördineerde samenwerking tussen provinciale en gemeentelijke overheden, sociale partners, onderwijspartijen en andere stakeholders. Doel is om de kansen en uitdagingen van de energietransitie gezamenlijk tegemoet te treden en werkenden daarbij voldoende ondersteuning te bieden. Daardoor zal de energietransitie uiteindelijk een brede industrietransitie op gang brengen.

De SER Noord-Nederland wil dat er een mobiliteitsfonds wordt opgezet om deze aanpak mogelijk te maken. Dit fonds kan (deels) worden gefinancierd uit het Nationaal Programma Groningen. Een programma met als doel om de economie in Groningen te stimuleren, als compensatie voor de schade die is ontstaan door de gaswinning. Daarnaast zou het fonds gekoppeld moeten worden aan de sectorale O&Ofondsen en aan de Europese structuurfondsen voor regionale ontwikkeling.