SERmagazine

‘Olie en gas zijn ronduit ouderwets’

De transitie naar een duurzame economie gaat volgens Anna Gimbrère lang niet snel genoeg. Tegelijk heeft ze begrip voor de menselijke angst voor verandering. Zelf ziet ze vooral de positieve kanten – en die boodschap moet de overheid ook meer uitdragen. Vijf vragen.

Dorine van Kesteren

Een lichtend voorbeeld wil ze zichzelf niet noemen, ben je gek. Maar wetenschapsjournalist Anna Gimbrère (34) probeert wel zo duurzaam mogelijk te leven. Zo woont ze in een ‘ecowijk’ in Amsterdam, waar auto’s verboden zijn. Vliegen en vlees eten doet ze zo min mogelijk en ze draagt voornamelijk duurzame en tweedehands kleding. “Maar ik ben geen extremist. Gisteravond heb ik nog een paar hapjes vlees geproefd. Een auto heb ik niet nodig en de trein vind ik eigenlijk een prettiger vervoermiddel dan het vliegtuig. Het wordt lastig als ik met mijn beslissingen ook andere mensen raak. Als niet vliegen bijvoorbeeld betekent dat ik vrienden in het buitenland niet kan zien, ben ik geneigd een uitzondering te maken.”

Het onderwerp raakt je persoonlijk. Hoe komt dat?

“Belangstelling voor de toestand van onze planeet had ik als kind al. Tijdens mijn studie theoretische natuurkunde heb ik geleerd om vragen te stellen en complexe problemen te analyseren. In de wetenschap wordt geleerd van eerder gemaakte fouten. Soms kan een theorie of model veel kennis opleveren, maar als er een beter model gevonden wordt, laat je het oude varen. Eigenlijk moet de politiek nu dezelfde benadering kiezen. Olie, gas en steenkool hebben ons veel gebracht, in financieel en economisch opzicht, maar met de kennis van nu is dit systeem niet meer houdbaar. Het is eigenlijk ronduit ouderwets. Hoog tijd om naar de lange termijn en het grotere geheel te kijken.”


Meer lezen? SERmagazine verschijnt ook 5 keer per jaar als papieren tijdschrift.


Gaat de transitie naar een duurzame en circulaire economie snel genoeg?

“Nee, maar ik begrijp de maatschappelijke weerstand wel. Bij alle grote maatschappelijke en technologische veranderingen, zeker als ze van bovenaf opgelegd lijken te worden, verzetten mensen zich. In een land als Nederland, dat er financieel goed voor staat, zijn mensen bang om zekerheden te verliezen. Daarbij komt dat het politieke debat beladen en gepolariseerd is geraakt. Het is een feit dat de aarde opwarmt. In mijn werk als wetenschapsjournalist ben ik niet één wetenschapper tegengekomen die ontkent dat de CO2-uitstoot van de mens daaraan bijdraagt. Maar er zijn nog meer redenen om van fossiele brandstoffen af te willen. Ze maken ons afhankelijk van instabiele landen als Rusland en Saoedi-Arabië en zijn de oorzaak van een aantal verschrikkelijke oorlogen. En de winning leidt tot aantasting van beschermde natuurgebieden en onderdrukking van de inwoners van die gebieden.”

Wat verwacht je van de overheid?

“Het kabinet moet laten zien dat het een langetermijnvisie heeft en weet wat het moet doen om daar te komen. Dat duurzame energie nog niet rendabel is, is geen argument om er niet in te investeren. In de winning van olie en gas hebben we ooit ook miljarden geïnvesteerd! Er is zoveel mogelijk. Laten we de laatste stap in de deelrevolutie zetten en ook energie onderling gaan verdelen. Geen centrale opwekking en levering meer, maar lokale energiemarkten op wijkniveau, met huizen met slimme apparatuur die de zelf opgewekte energie uitwisselen. Verder moeten we binnen Europa meer samenwerken. Een goed en betaalbaar treinnetwerk aanleggen, zodat vliegen minder interessant wordt. En samen met de andere lidstaten energie en elektriciteit opwekken en verdelen. Waterstof biedt daarbij enorme kansen. Het fungeert als drager van zonne- en windenergie en is daarmee hét transport- en opslagmiddel. Bovendien kan het aardgas vervangen in de industrie en huishoudens. Dit kan Nederland veel economisch voordeel opleveren.”

En het bedrijfsleven?

“Als de overheid de kaders en de doelen stelt, een eenduidig (subsidie)beleid voert en zelfvertrouwen en vooruitgangsgeloof uitstraalt, dan springen er automatisch ondernemers en investeerders op de kar. Denk aan start-ups op het gebied van batterijen, waterstof, slim gebruik van data… De technologische ontwikkelingen gaan zo snel en ik heb een hoge dunk van de kennis, innovatie, creativiteit en onder-nemingsdrang in Nederland. Zet een paar knappe koppen en ondernemers bij elkaar, en dan moet jij eens opletten.”

Anna Grimbrère

Dan het draagvlak nog.

“De crux is een positieve boodschap uit te dragen. Nu wordt de energietransitie vaak toegespitst op kosten, offers en aanpassingen van levensstijl. Maar dat is tijdelijk en relatief. Het is dus verstandiger om de economische en maatschappelijke kansen van een duurzaam energiesysteem te benadrukken. Vertel, kortom, een positief en aantrekkelijk verhaal. Belangrijk is ook om niemand te veroordelen. Als de toon is ‘jij doet het verkeerd’ en ‘je mag niet meer zus of zo’, dan schieten mensen in de verdediging en verdwijnt iedere bereidheid tot verandering. De laatste bouwsteen is goede feitelijke informatie. En dan moeten we hopen dat mensen gaan inzien dat een betere wereld in het verschiet ligt en dat zij daar zelf ook een bijdrage aan kunnen leveren.”

CV Anna Gimbrère:

Anna Gimbrère (1986) studeerde theoretische natuurkunde. Ze was redacteur en deskundige bij onder andere De Nationale Wetenschapsquiz (2015), Galileo (2016) en Experimensen (2019). En presenteerde onder meer Oranje Boven, Down Under (2017) en De wilde ruimte over de toekomst van ruimtevaart (2019).

Het Klimaatakkoord en de SER

In het Klimaatakkoord zetten Nederlandse organisaties en bedrijven hun handtekening voor een CO2-reductie van 49% in 2030. De uitvoering startte in de zomer van 2019, in de zogeheten uitvoeringsoverleggen: gebouwde omgeving, mobiliteit, landbouw en landgebruik, en elektriciteit en industrie. Voor de onderwerpen die voor meer sectoren van belang zijn, zijn er ook overleggen: innovatie, regionale energiestrategieën, arbeidsmarkt en scholing, financiering en de circulaire economie. SER-voorzitter Mariëtte Hamer leidt het overleg over de arbeidsmarkt.

Het overkoepelende voortgangsoverleg bewaakt de samenhang. Naast voorzitter Ed Nijpels en een hoge ambtenaar zitten hierin de tien voorzitters van de verschillende overleggen.

Als tweede taak ontwikkelt het Voortgangsoverleg een platform. Dat heeft als doel de community van het Klimaatakkoord bij elkaar te houden. Het moet een plek worden voor dialoog, kennisuitwisseling, verbetering van beleid en identificeren van nieuwe kansen. De SER ondersteunt het platform hierbij.