SERmagazine

Vijf vragen over ‘access to remedy’

In internationale productieketens komen soms bedrijfsongevallen, uitbuiting en kinderarbeid voor. De slachtoffers komen in aanmerking voor genoegdoening van de bedrijven. ‘Acces to remedy’ heet dat in jargon. Vijf vragen hierover.

Dorine van Kesteren

Manuella Appiah, teamleider grondstoffensectorconvenanten bij de SER
Manuella Appiah,
teamleider grondstoffensector- convenanten bij de SER.
 
 
 

1. Wat wordt verwacht van bedrijven die internationaal opereren?

Nederlandse bedrijven die wereldwijd zakendoen, komen soms in aanraking met misstanden op het gebied van mensenrechten, arbeidsomstandigheden, corruptie en milieuvervuiling. Onze overheid verwacht dat deze bedrijven zich inzetten om internationaal maatschappelijk verantwoord te ondernemen. Dit is ook vastgelegd in de richtlijnen voor multinationale ondernemingen van de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO).

Zo wordt van bedrijven verwacht dat ze aan due diligence doen. “Dit betekent dat zij proactief de risico’s voor mens en milieu in de hele internationale productieketen – van katoenplant tot T-shirt – in kaart brengen. Vervolgens moeten zij al het mogelijke doen om deze te beperken, te stoppen én te voorkomen. En er hoort bij dat ze hun resultaten monitoren, communiceren hoe ze de risico’s aanpakken en waar nodig de schade herstellen”, zegt Manuella Appiah, teamleider grondstoffensectorconvenanten bij de SER.

Vijf vragen over ‘access to remedy’
© Shutterstock

2. Wat is ‘acces to remedy’?

Onderdeel van due diligence is ‘access to remedy’, ofwel toegang tot herstel van de schade. Dit is de mogelijkheid voor slachtoffers van misstanden om genoegdoening te krijgen van het bedrijf dat de misstand heeft veroorzaakt of daaraan heeft bijgedragen. Dan gaat het in ieder geval om de kans om aangehoord en serieus genomen te worden, maar bijvoorbeeld ook om schadevergoeding of het toelaten van vakbonden in het productieland. Appiah: “De precieze vorm van de genoegdoening wordt vaak in overleg met het slachtoffer vastgesteld.”

3. Wanneer moet een bedrijf de schade herstellen?

Het moet allereerst gaan om ernstige schade. Hierbij gaat het om de ernst van de gevolgen: zijn deze omkeerbaar? En het risico: hoe groot is de kans dat iets misgaat? Neem het voorbeeld van een fabriek zonder nooduitgang. Hoe groot is dan het risico dat er bij brand ongelukken gebeuren en hoe ernstig zijn deze?

De mate waarin een bedrijf in actie moet komen, hangt af van de mate van betrokkenheid

De mate waarin bedrijven in actie moeten komen, hangt af van de mate van hun betrokkenheid. Bedrijven die de schade daadwerkelijk hebben veroorzaakt of daaraan hebben bijgedragen, moeten de slachtoffers compenseren. Denk in het eerste geval aan een bedrijf dat zelf giftige stoffen loost in een rivier. Of een bedrijf dat weet dat het beveiligingsbedrijf dat het inhuurt, excessief geweld toepast. Bijdragen kan bijvoorbeeld door een onrealistische deadline te stellen voor een order, zodat werknemers gedwongen worden ongezonde overuren te maken.

De derde, lichtste categorie bestaat uit bedrijven die ‘verbonden zijn’ aan een misstand. Dat houdt in dat de misstand voorkomt in de productieketen. Appiah: “Als een bedrijf dit ontdekt, hoort het zijn invloed aan te wenden om de schade te beperken en te voorkomen. Zo kan het alleen of samen met andere bedrijven in de sector en/of maatschappelijke organisaties een brief sturen aan de toeleverancier die de OESO-normen schendt.”

4. Waar kunnen mogelijke slachtoffers aankloppen?

In de ideale wereld zet de overheid in de productielanden een effectief systeem op om geschillen te beslechten. In werkelijkheid zijn lang niet alle landen daartoe in staat. Daarom hoort elk land dat de OESO-richtlijnen onderschrijft, een Nationaal Contact Punt (NCP) te hebben. In Nederland is dit gevestigd in Den Haag.

NCP’s behandelen klachten over bedrijven die zich niet houden aan de OESO-richtlijnen. “Het zijn onafhankelijke instanties die bemiddelen tussen de meldende partij(en) en het bedrijf in kwestie”, zegt Appiah. “De procedure is laagdrempelig en goedkoop, omdat er geen advocaten nodig zijn. Dat is een voordeel voor de slachtoffers.”

‘Het voornaamste doel: een oplossing die voor beide partijen aanvaardbaar is en die reputatieschade en escalatie voorkomt’

Het NCP kan geen formele sancties opleggen of de medewerking van bedrijven afdwingen. In een eindverklaring doet het aanbevelingen aan het betrokken bedrijf. De verschillende vormen van genoegdoening kunnen daarin voorkomen. “De procedure is vertrouwelijk. Dat is prettig voor bedrijven, omdat zij dan niet meteen op de voorpagina van de krant belanden. De aanbevelingen daarentegen zijn wel openbaar. Het voornaamste doel is een oplossing te vinden die voor beide partijen aanvaardbaar is en die reputatieschade en escalatie voorkomt.”


Meer lezen? SERmagazine verschijnt ook 5 keer per jaar als papieren tijdschrift.


5. Weten mensen wel van deze mogelijkheden?

Een mijnbouwer in pakweg Mali die werkdagen van 16 uur maakt – weet die wel dat hij ergens melding kan maken van zijn slechte arbeidsomstandigheden? De lage bekendheid van acces to remedy is inderdaad een aandachtspunt, erkent Appiah. “Ngo’s en vakbonden en hun lokale netwerken spelen een belangrijke rol bij de verspreiding van deze kennis. De technologie helpt ook: er worden apps ontwikkeld om op afstand meldingen te doen bij NCP’s en bij andere instanties voor geschillenbeslechting. Sommige bedrijven en IMVO-convenanten (zie kader) hebben namelijk een eigen, interne klachtenprocedure. Daarnaast is het de bedoeling dat internationaal opererende bedrijven op hun website een klachtenformulier zetten.”


De SER en IMVO

Bedrijven die de risico’s in de internationale productieketen goed in beeld hebben, kunnen deze aanpakken en voorkomen. Dit heet IMVO-risicomanagement of due diligence. De SER heeft hiervoor een stappenplan ontwikkeld. In 2014 adviseerde de SER sectoren om IMVO-convenanten te sluiten. Inmiddels hebben de overheid, bedrijven, vakbonden en maatschappelijke organisaties dat in tien sectoren gedaan. Samen gaan ze aan de slag om misstanden in de wereldwijde keten aan te pakken.