Naar een weerbare cultuursector: SER en RvC adviseren over arbeidsmarkt kunst en cultuur

Met meer samenwerking, collectieve onderhandelingen en aandacht voor goed opdrachtgeverschap kan de cultuursector zelfstandiger en weerbaarder worden. Voor de vele zzp’ers in de sector is dat hard nodig. In een gezamenlijk advies doen de SER en de Raad voor Cultuur aanbevelingen.
Elke van Riel

De arbeidsmarkt in de culturele sector is een catch-22: iedereen houdt elkaar in de greep. Volgens Evert Verhulp, kroonlid, hoogleraar Arbeidsrecht aan de UvA en voorzitter van de Commissie Vervolg Arbeidsmarktverkenning Culturele sector, is er sprake van marktfalen. De overheid heeft de afgelopen jaren stevig bezuinigd, tegelijkertijd is de cultuursector erg afhankelijk van overheidsinterventies en subsidieregelingen.

Werkenden – met name de sterk gegroeide groep zzp’ers – in deze sector hebben een zwakke inkomens- en arbeidsmarktpositie, concludeerden de SER en de Raad voor Cultuur begin vorig jaar in de Verkenning arbeidsmarkt culturele sector. Hierop vroegen de Federatie Cultuur en FNV Kiem (inmiddels Kunstenbond) de SER om advies over mogelijke oplossingen. Het was de eerste keer dat sociale partners zelf om een advies vroegen. Vervolgens sloot ook het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OC&W) zich aan bij het adviesverzoek. Het gezamenlijk advies Passie gewaardeerd van de SER en de Raad voor Cultuur (RvC) werd eind april vastgesteld en naar de drie aanvragende partijen gestuurd. De samenwerking van beide raden was vruchtbaar. ‘De SER is gepokt en gemazeld in de arbeidsmarkt, kent het sociaal overleg, weet waar de pijnpunten zitten en overziet de maatschappelijke discussie in z’n geheel’, zegt schrijver en journalist Wim Jansen, commissielid namens de RvC. ‘De Raad voor Cultuur heeft echt verstand van de cultuursector en van wat daar inhoudelijk precies gebeurt’, vult Verhulp aan. ‘De SER kan die sector niet zo goed doorgronden als de mensen die er middenin staan.’

Verdienvermogen

De oplossingen in het advies zijn geclusterd in vier thema’s: vergroten van het verdienvermogen van de culturele en creatieve sector, verbeteren van de inkomenszekerheid van werkenden, bevorderen van scholing en duurzame inzetbaarheid en versterken van de sociale dialoog. Deze thema’s hangen nauw met elkaar samen.

Kunst is nog te vaak een sluitstuk, terwijl kunst juist veel waarde kan genereren


Zo neemt het verdienvermogen toe als kunstopleidingen meer aandacht besteden aan ondernemerschap. Datzelfde gebeurt als de sector erin slaagt meer met én stem te spreken. Een aanbeveling is daarom het opzetten van een instelling die of platform dat de kennis over marktstimulering bundelt.

Om het verdienvermogen te vergroten, is integraal beleid nodig. De raden zien hiervoor kansen bij het topsectorenbeleid, het innovatiebeleid en bij vraagstukken rond klimaatverandering, energietransitie en vergrijzing, stedelijke profilering, internationale diplomatie en handel. Verhulp: ‘Bij een handelsmissie wordt nu vaak pas op het laatste moment aan een kunstenaar gedacht. Kunst is nog te vaak een sluitstuk, terwijl kunst veel waarde kan genereren. Zo stijgt in wijken met veel kunstenaars de waarde van de huizen.’

Wij vragen de sector: waar zit je eigen kracht en hoe kan die worden verstevigd?

Betrokkenheid

Het advies is gebaseerd op de eerdere verkenning, twee consultatiegesprekken met partijen uit het veld en maar liefst 32 position papers. Dat laat de grote betrokkenheid binnen de sector zien, zegt Verhulp. Hij kent weinig andere sectoren waarin mensen zoveel passie hebben voor hun vak.
Die passie maakt echter ook dat mensen niet snel uit de cultuursector stappen. Kenmerkend voor de sector is het grote aantal zzp’ers dat afhankelijk is van opdrachtgevers voor het kunnen uitoefenen van hun vak. Denk aan zangers die afhankelijk zijn van een koor of kunstenaars die met hun werk in een museum willen hangen. Om de positie van zzp’ers in de creatieve sector te verbeteren, is het stimuleren en faciliteren van nieuwe samenwerkingsverbanden belangrijk.Om de inkomenszekerheid te verbeteren, pleiten de raden ervoor dat zzp’ers – bij wijze van proeftuin – collectief mogen onderhandelen. Nu kan dat niet vanwege mededingingsregels. ‘Eerder heeft het Europees Hof vastgesteld dat zzp’ers die veel op werknemers lijken, wel prijsafspraken mogen maken’, zegt Verhulp. ‘Zulke prijsafspraken zijn niet bedoeld om de vrije marktwerking te onderdrukken of om zzp’ers te bevoordelen ten opzichte van werknemers, maar om ervoor te zorgen dat kunstenaars niet onder een bepaald minimum terechtkomen.’

Goed opdrachtgeverschap

De raden roepen de sector op om meer samen te werken. Verder willen zij goed opdrachtgeverschap stimuleren, bijvoorbeeld door gedragscodes te ontwikkelen. De overheid zou subsidies daarvan afhankelijk moeten maken. Een aantal musea heeft al een convenant gesloten en betaalt exposerende kunstenaars sinds kort ‘hanggelden’. ‘Dat betekent wel dat musea in de subsidieaanvraag hiervoor ook een vergoeding moeten opnemen. Het Mondriaanfonds stelt dit nu ook als voorwaarde voor subsidie’, weet Jansen. Het ministerie van OC&W heeft eenmalig 600.000 euro uitgetrokken ter overbrugging.

De overheid heeft de afgelopen jaren stevig bezuinigd op cultuur. Kan zij, nu het economisch weer beter gaat, de sector niet gewoon een flinke financiële injectie geven? ‘Een deel van onze achterban vindt nog steeds dat die 200 miljoen die per jaar bezuinigd is, gewoon terug moet’, zegt Jansen. ‘Dat is echter niet realistisch.

Wij vragen in dit advies aan de sector: waar zit je eigen kracht en hoe kan die verstevigd worden? Belangrijk is dat de kunstwereld weerbaarder en zelfstandiger wordt. Daar is dit advies op gericht.’


‘Voorop lopen met oplossingen’

Peter van den Bunder, commissielid namens FNV Kunstenbond: ‘We zijn blij dat dit arbeidsmarktadvies volwaardig aandacht besteedt aan zowel werknemers als zzp’ers. We lopen in deze sector eigenlijk voorop in arbeidsmarktproblematiek. Daarom is het goed dat gezegd is: laten we ook voorop lopen met oplossingen en als proeftuin fungeren. Die lessen kunnen dan breder worden uitgerold in andere sectoren.

Een belangrijke stap in het advies is de vaststelling dat het mededingingsrecht in onze sector voor zzp’ers erg belemmerend werkt om een goede sociale dialoog te voeren en een gelijk speelveld te bewerkstelligen. Het is natuurlijk raar dat je voor werknemers wel collectief mag onderhandelen en afspraken mag maken, maar voor zzp’ers niet.

We hebben het dan niet over schijnzelfstandigen, maar over kleine zelfstandigen die te maken hebben met ongelijkwaardigheid ten opzichte van grote opdrachtgevers. Bijvoorbeeld scenarioschrijvers die met grote uitgevers of omroepen in de slag moeten.
Veel zzp’ers hebben nu geen arbeidsongeschiktheidsverzekering en bouwen geen pensioen op. Daardoor ontstaan soms schrijnende situaties. Daarom staan we achter de aanbeveling om die verzekering standaard in te voeren, mét een opt-out mogelijkheid voor wie dat wil.’


'We hebben de handschoen al opgepakt'

Jan Brands, commissielid namens de Federatie Cultuur en directeur Cultuurconnectie: ‘Het is een sterk advies geworden. Dat krijg ik ook terug vanuit onze heel diverse achterban. Het is gelukt om te kijken naar zaken die goed zijn voor de hele sector.

Niet alleen de landelijke overheid heeft de afgelopen jaren stevig bezuinigd, dat geldt ook voor provincies en gemeenten. De rekening daarvan is grotendeels neergelegd bij de werkenden. Maar veel werkgevers zitten ook klem. Veel kleine werkgevers en opdrachtgevers hebben weinig speelruimte.

Als het publiek en de overheid cultuur belangrijk vinden, moeten er maatregelen worden genomen om oplossingen te vinden. Maar de sector is zelf ook aan zet. We zien als sociale partners dat wij een verantwoordelijkheid hebben en willen die ook nemen. Zo is de aanbeveling om de sociale dialoog te versterken en een platform in het leven te roepen niet aan dovemansoren gericht. De Federatie Cultuur ziet hierin een rol voor zichzelf weggelegd. We hebben die handschoen al opgepakt.’