SERmagazine

Statushouders aan het werk: win-win-win voor sector, deelnemers en individuele bedrijven

Branchevereniging UNETO-VNI geeft vluchtelingen met een verblijfsstatus kans op een baan in de installatiesector. Inmiddels zijn er 150 statushouders in opleiding. ‘Dit is pas het begin’, aldus voorzitter Doekle Terpstra.

Dorine van Kesteren

Doekle Terpstra is hoorbaar enthousiast over het project. In Statushouders aan het werk komen meerdere doelstellingen bij elkaar, betoogt hij. De installatiesector als geheel, de individuele bedrijven én de statushouders zijn erbij gebaat. Win, win, win. ‘Met dit project bestrijden we de krapte op de arbeidsmarkt. De installatiesector heeft de komende jaren 20.000 extra mensen nodig. Dit aantal kan oplopen tot maar liefst 40.000 vacatures.

Dit probleem wordt volgens Terpstra alleen maar nijpender omdat de installatiesector de sector is die de nieuwe groene economie bij uitstek mogelijk kan maken. ‘Het tekort aan technische vakmensen is misschien wel de grootste hindermacht voor de energietransitie waar ons land voor staat. Zonder voldoende elektrotechnische en werktuigbouwkundige technici is het onmogelijk om CO2-neutrale woningen, kantoren en bedrijven te realiseren. Onze branche is ook onmisbaar om te komen tot een duurzame, energiezuinige industrie en infrastructuur.’ Maar de installatiebedrijven kijken verder dan alleen het oplossen van het personeelstekort. Terpstra: ‘Onze sector kent veel familiebedrijven. Voor hen is dit een manier om hun maatschappelijke verantwoordelijkheid te nemen. Ze zien onder deze mensen een hoop potentieel talent en zijn blij dat ze hun een toekomst kunnen bieden.’

Basiskennis

Het project van UNETO-VNI is vorig jaar van start gegaan. Het wordt voor het grootste deel betaald door OTIB: het opleidings- en ontwikkelingsfonds voor het technisch installatiebedrijf. Dit fonds heeft de sector samen met de overheid gefinancierd. Tot nu toe zijn er 150 statushouders ingestroomd. Zij beginnen allemaal met een kort programma bij IW, de praktijkopleider van de sector (zie onderste kader). Terpstra: ‘Hier krijgen ze basiskennis van de installatietechniek en van het Nederlands. Een goede beheersing van de taal is namelijk noodzakelijk voor de technici van morgen. Zij moeten klanten bijvoorbeeld kunnen adviseren over verduurzaming van hun woning.’Vervolgens gaan de statushouders aan de slag bij een opleidingsbedrijf. Daar lopen ze onder leiding van een ervaren monteur mee in de dagelijkse werkpraktijk. ‘Als zij eenmaal voldoende kennis en kunde hebben opgedaan, komt de beroepsbegeleidende leerweg (bbl) in het reguliere mbo in zicht. Dat is het uiteindelijke doel.’ Een (installatie)technische achtergrond in het land van herkomst is niet vereist. ‘Voorkennis is een pre, maar geen must. Statushouders die al beschikken over technische vaardigheden doorlopen het traject wel sneller. We hanteren geen leeftijdsgrenzen en hopen op een mooie mix van mannen en vrouwen.’

Extra inspanningen

Slechts weinig van de 90.000 vluchtelingen die tussen 2015 en 2017 een permanente verblijfsstatus kregen in Nederland, slagen erin om op eigen kracht een baan te vinden. Om de aandacht te vestigen op dit probleem, bracht de SER begin vorig jaar de signalering Nieuwe wegen naar een succesvolle arbeidsmarktintegratie van vluchtelingen uit. Een van de conclusies was dat er tussen gemeenten, onderwijsinstellingen en werkgevers op lokaal en regionaal niveau meer samenwerking en regie moet zijn. ‘Ons project is een goed voorbeeld van de ‘extra inspanningen’ die volgens de SER nodig zijn. Het past ook bij de gezamenlijke doelstelling van werkgevers en werknemers om iederéén te laten participeren op de arbeidsmarkt.’Terpstra is het niet eens met de kritiek dat bedrijven voorrang moeten geven aan vakmensen uit Nederland. ‘Laten we nu eens ophouden met het splijten van de geesten. Deze mensen hebben een permanente verblijfsstatus en zijn net zo goed Nederlander als jij en ik. Bovendien zijn zij heel gedreven en enthousiast. Ze maken graag gebruik van de mogelijkheden die ze krijgen. Ik verheug mij op de eerste bbl-diplomabijeenkomsten!’

Issayas Adhanom

'Werk is mijn hobby'

Issayas Adhanom (26) komt oorspronkelijk uit Eritrea. In juli 2015 kwam hij naar Nederland. Nadat hij hier definitief mocht blijven, trad hij in augustus 2017 in dienst bij Rijndorp Installaties in Zoeterwoude. Bij dit bedrijf, met in totaal 75 medewerkers, werken 12 statushouders. Issayas volgde het voorschakeltraject bij IW, het opleidingscentrum voor de installatiesector. Ook deed hij een interne praktijkopleiding van drie maanden bij Rijndorp. ‘In het magazijn van het bedrijf is een woonhuis nagebouwd, met installaties, bedrading en bekabeling. Daar heb ik samen met een ervaren elektrotechnisch installateur geoefend met de meest voorkomende situaties in het werk.’

Inmiddels werkt hij als hulpmonteur elektrotechnische installaties. Hij is gestationeerd bij nieuwbouwproject ‘De Tuinen van Morgenstond’ in Den Haag, waar 243 appartementen verrijzen. Issayas is dol op zijn werk, zegt hij. ‘Mijn werk is mijn hobby. Als kind wilde ik elektricien worden, en dit lijkt daar natuurlijk wel op. Ik werk het liefst met mijn handen, ben ook best handig, en ik houd van de afwisseling. Elke dag is anders. Ik werk bovendien met ervaren en behulpzame collega's, zij leren me elke dag nieuwe dingen.’

Hij is heel blij dát hij werk heeft. ‘In Eritrea was er geen werk voor mij. Thuiszitten is niets, zeker niet in een azc.’ In september gaat Issayas beginnen aan de mboopleiding aan het roc. ‘Ik wil een echt diploma halen – en uiteindelijk hoofdmonteur worden.’


Michael Groot Nuelend, opleider IW:

‘We zijn positief verrast door de ambitie van deelnemers’

De statushouders volgen hun opleiding bij IW, het opleidingscentrum voor de installatiesector. IW bestaat uit zeven regionale vestigingen met in totaal tweeduizend installatiebedrijven die fungeren als leerwerkbedrijf. ‘De opleiding voor de statushouders begint met een intakegesprek, waarin ervaring en affiniteit aan de orde komen’, vertelt projectleider Michael Groot Nuelend. ‘Vervolgens nemen we in de werkplaats een assessment af. We toetsen de aangeboren handigheid, taalvaardigheid en communicatieskills van de kandidaten.’ Of er ook weleens kandidaten worden afgewezen? ‘Ja. Als iemand bijvoorbeeld voortdurend zijn gereedschap laat vallen, moeten we concluderen dat zijn talenten waarschijnlijk elders liggen.’ Groot Nuelend schat dat 50 tot 60 procent van de deelnemers een technische achtergrond heeft in het land van herkomst. ‘Hoewel de opleiding en de ervaring vaak totaal anders zijn dan hier.’

Ambitie

Na afronding van het voorschakeltraject ontvangen de deelnemers een basiscertificaat. Op dat moment zijn er twee uitstroommogelijkheden: De kandidaat komt in dienst bij een van de aangesloten installatiebedrijven als hulpmonteur. Of hij of zij krijgt een dienstverband bij IW en een leerwerktraject. ‘De kandidaat volgt dan een tweejarig bbl-traject op het roc. Vier dagen praktijk in een van onze leerwerkbedrijven, één dag school en eens per twee weken een praktijkdag bij IW. Als dat allemaal tot een goed einde is gebracht, volgt een vaste baan bij het leerwerkbedrijf.’

Groot Nuelend merkt dat de meeste deelnemers graag naar het roc willen. ‘Een basiscertificaat is mooi, maar een landelijk erkend diploma is mooier. Wij zijn positief verrast door de ambitie van de deelnemers. Ze zijn bereid om hard te werken en hard te leren.’ Hij besluit: ‘Dit project is een succes, dat durf ik wel te zeggen. Ook de bij ons aangesloten installatiebedrijven zijn blij met hun nieuwe medewerkers. Ze moesten in het begin natuurlijk even wennen, maar de goede ervaringen gaan nu snel rond.’