SERmagazine

Minder barrières voor sociale ondernemingen

Gemeenten en sociale ondernemingen hebben elkaar nodig, concludeerde de SER in 2015 in zijn advies over sociaal ondernemen. In de praktijk is dat nog best lastig. Het kabinet heeft de SER dan ook om een vervolgadvies gevraagd.
Dorine van Kesteren

Voor sociale ondernemingen is geld slechts een middel om een maatschappelijk probleem op te lossen. De SER ziet hen daarom als logische partner voor gemeenten. Die krijgen immers steeds meer verantwoordelijkheden op het gebied van werk, participatie, welzijn en zorg.

Marlin Huygens, directeur Werk en Inkomen bij de gemeente Rotterdam, herkent dat: ‘Sociale ondernemingen kunnen een belangrijke rol spelen bij het realiseren van de doelstellingen en plannen van de gemeente Rotterdam. Want we hebben hier een relatief hoge werkloosheid en een grote groep inwoners met een laag opleidingsniveau.’

Toch is het voor sociaal ondernemers niet gemakkelijk om de weg naar de gemeente te vinden. Daarom heeft de gemeente in mei het Actieplan Sociaal Ondernemen gepresenteerd. Eerste stap: de gemeentelijke dienstverlening toegankelijker maken. Huygens: ‘De vele loketten en de gebrekkige afstemming daartussen bleek voor sociale ondernemingen een probleem. Daarom hebben we een centraal loket ingericht. En via een open forum kunnen sociaal ondernemers een concrete vraag voorleggen aan de gemeente.’

Financiering

Daarnaast moet de financiering makkelijker worden. ‘Het is voor startende sociale ondernemingen lastig om commerciële investeerders te vinden. Dit probleem kan de gemeente deels oplossen via subsidies. Bijvoorbeeld vanuit CityLab010, een innovatieplatform voor en door Rotterdammers. Zo heeft Werk en Inkomen vorig jaar een bedrijf ondersteund dat het zzp-schap stimuleert onder uitkeringsgerechtigden. En Rotterdam Partners, de organisatie voor citymarketing en economische ontwikkeling, is met hulp van private investeerders een initiatief gestart voor een Social Impact Fonds.’De gemeente zet daarnaast een kenniskring op om de impact van sociale ondernemingen te meten. ‘Het is vaak lastig te beoordelen wat een sociale onderneming daadwerkelijk bereikt. Soms is een beknopte vragenlijst voldoende om dit helder te krijgen, bij grotere ondernemingen kan een uitgebreide maatschappelijke kostenbatenanalyse nodig zijn.’

Zichzelf bedruipen

Uiteindelijk moet een sociale onderneming zichzelf kunnen bedruipen, vindt Huygens. ‘Er moet hoe dan ook een levensvatbaar concept aan ten grondslag liggen. Sociaal ondernemingen die volledig zijn gericht op de re-integratie van uitkeringsgerechtigden, zijn eigenlijk re-integratiebedrijven. Maar er zijn ook sociale ondernemingen die een mooi product of een mooie dienst in de markt zetten en daarbij werk bieden voor mensen met een arbeidsbeperking.’

De gemeente speelt een belangrijke rol als inkoper van producten en diensten. Huygens: ‘In bijna alle aanbestedingen passen we social return on investment toe, waarbij we punten toekennen aan de mate waarin een deelnemer werkgelegenheid biedt aan mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt.’

Of het actieplan zijn vruchten afwerpt, gaat de gemeente de komende tijd monitoren. Hiervoor zoekt zij aansluiting bij het jaarlijkse onderzoek van Stichting Social Enterprise NL. Huygens: ‘Daaruit moet blijken of het aantal sociale ondernemingen in Rotterdam toeneemt, hoeveel omzet en werkgelegenheid zij genereren en tegen welke hindernissen ze aanlopen.’


Buzinezzclub Rotterdam helpt jongeren aan het werk

Jongeren met een bijstandsuitkering en weinig startkwalificaties op weg helpen naar een opleiding, baan of eigen bedrijf. Dat is het doel van de Buzinezzclub, een sociale onderneming die actief is in Rotterdam, Dordrecht, Utrecht en Eindhoven. Directeur Leo van Loon: ‘De jongeren stellen zelf een levensplan A, B en C op. Bij dromen hoort echter ook verantwoordelijkheid nemen. Wellicht is het slimmer om eerst een opleiding te volgen en dan pas een bedrijfje te starten. Ze krijgen een half jaar begeleiding, met behoud van uitkering. Dankzij onze inspanningen komen jongeren gemiddeld vijftien maanden sneller uit de uitkering.’

De Buzinezzclub werkt met 22 betaalde krachten en meer dan 500 vrijwillige coaches. De coaches helpen de jongeren twee jaar lang om op de goede weg te blijven. De onderneming drijft op een social impact bond (SIB). Dat is een financieringsvorm, waarbij private investeerders geld uitgeven om een maatschappelijk probleem op te lossen. ‘Voor iedere dag waarop de jongere uit de uitkering blijft, betaalt de gemeente de investeerders terug. Wij doen in Rotterdam mee aan een aanbesteding bij de sociale dienst om 300 jongeren duurzaam uit de uitkering te helpen. Als wij die winnen, wordt dat het vervolg op de SIB.’

Verbeteren

Van Loon begon zestien jaar geleden als sociaal ondernemer. Sindsdien is er veel veranderd, maar er valt volgens hem nog veel te verbeteren. ‘Gemeenten zouden bij aanbestedingen niet enkel naar de prijs en grootte van een bedrijf moeten kijken, maar ook naar de bijdrage aan de lokale samenleving. Dat is de enige manier om sociale ondernemingen een kans te geven.’

Ook pleit hij voor ‘groeiprogramma’s’ voor sociale ondernemers, om te voorkomen dat het bij goede bedoelingen blijft. ‘In zo’n programma draait het om ondernemersvaardigheden, slimme werkprocessen en advies van goede experts. Wij hebben zelf het groeiprogramma van het Oranje Fonds gevolgd en daarbij ontdekt dat we nog zóveel stappen moesten zetten. Vervolgens hebben we serieus geïnvesteerd in IT, een P&O-beleid en een intern opleidingsprogramma. Het zou mooi zijn als gemeenten zulke programma’s op lokaal niveau mogelijk maken, zodat sociale ondernemingen écht gaan groeien.’


SER-adviesaanvraag Sociaal ondernemen

Hoe kunnen publieke partijen, werkgevers en sociale ondernemingen samenwerken zodat zowel zijzelf als kwetsbare groepen daarvan profiteren? Dat is de vraag die de minister van SZW afgelopen juli heeft voorgelegd aan de SER. De adviesaanvraag is een vervolg op het SER-advies Sociaal ondernemen uit 2015 en de Verkenning sociale infrastructuur voor kwetsbare groepen binnen de Participatiewet uit 2016.