SERmagazine

SER-advies Reparatiebevordering ‘Repareren vraagt nieuwe verdienmodellen’

In de circulaire economie draait het om minder, langer, opnieuw of ander gebruik van grondstoffen. Repareren is daarbij een van de belangrijkste strategieën. Maar hoe bevorder je dat consumenten en producenten voor reparatie kiezen in plaats van vervanging? Een advies van de Commissie Consumentenaangelegenheden van de SER. “We hebben de planeet de afgelopen decennia overvraagd.”

Tekst: Corien Lambregtse

Aan het woord

Steven van Eijk
Steven van Eijk, voorzitter Commissie Consumentenaangelegenheden SER

1. Repareren vraagt een andere mindset

Vervangen is bijna altijd goedkoper dan repareren. Bij een storing of defect aan een wasmachine, radio, koffiezetapparaat of printer krijgt de consument al snel het advies: koop maar een nieuwe, want repareren is te duur. Het gevolg: een enorme verspilling van grondstoffen. Dat moet volgens de Europese Commissie anders. Daarom komt zij binnenkort met een voorstel voor een Europese richtlijn over het ‘recht op reparatie’, met als doel de transitie naar een circulaire economie te stimuleren. Het ministerie van Economische Zaken en Klimaat vroeg de Commissie Consumentenaangelegenheden (CCA) van de SER mee te denken over wat er nodig is om de reparatie-economie te bevorderen.

‘Stop met de verspilling van grondstoffen’

“We hebben de planeet de afgelopen decennia overvraagd”, zegt CCA-voorzitter Steven van Eijck. “Het probleem is dat de milieueffecten van de winning en de verwerking van primaire grondstoffen tot nu toe niet in de kostprijs van producten worden meegenomen. Daarom is vervanging goedkoper dan repareren. Maar daar klopt natuurlijk niets van. De verspilling moet stoppen.”
De circulaire economie vraagt volgens hem een andere manier van denken. “De kern van de circulaire economie is dat we geen nieuwe, primaire grondstoffen meer aanboren, maar bestaande, secundaire grondstoffen steeds hergebruiken. De R-ladder met strategieën voor de circulaire economie begint met Refuse, het overbodig maken van producten, en eindigt met Replace: het vervangen van eindige grondstoffen door hernieuwbare grondstoffen. Repair zit in het midden van die R-ladder: verlengen van de levensduur van producten. Door spullen te repareren voorkomen we afval en de milieueffecten die de productie van nieuwe producten met zich meebrengt. Het gebruik van secundaire grondstoffen vraagt namelijk veel minder energie dan het gebruik van primaire grondstoffen. De circulaire transitie zorgt daarmee ook voor een versnelling van de energietransitie. De twee transities zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden.”

2. Repareren moet makkelijker worden

De kunst is om de keuze voor reparatie makkelijker te maken, door producenten en consumenten in staat te stellen duurzame keuzes te maken. Volgens het SER-advies Reparatiebevordering moet de Europese richtlijn om reparatie te stimuleren daarom aan drie voorwaarden voldoen: het beleid moet effectief, uitvoerbaar en consistent zijn.

Het beleid moet effectief zijn. Dit vraagt een helder integraal afwegingskader dat inzicht geeft in de mogelijkheden, de kosten en de milieueffecten van reparatie. Soms is het beter om een product, zoals een vriezer of koelkast, níet te repareren, omdat een nieuw apparaat veel energiezuiniger is. Dit betekent dat alle informatie beschikbaar moet zijn om de juiste keuze te maken. Effectief beleid vraagt ook om een tegemoetkoming in de kosten. Repareren moet wel betaalbaar zijn. Zolang de nieuwprijs van producten lager is dan de kosten van repareren, doordat de milieu- en natuurschade niet in de prijs wordt meegenomen, moet repareren op een andere manier aantrekkelijk worden gemaakt. Bijvoorbeeld door een lager btw-tarief voor reparatiewerkzaamheden. Effectief beleid vraagt bovendien om goed toezicht op de naleving van de reparatierichtlijn en andere wet- en regelgeving.

Daarnaast moet het beleid uitvoerbaar zijn. Een verplichting moet bij die partij worden gelegd die in staat is om die verplichting uit te voeren. Dit betekent bijvoorbeeld dat producenten verplicht worden om handleidingen, montagevoorschriften, data en reserveonderdelen beschikbaar te stellen, zodat het voor mensen en bedrijven daadwerkelijk mogelijk wordt om producten te repareren. Producten moeten dus waar mogelijk ook zo worden ontworpen dat ze makkelijker kunnen worden gerepareerd.

Het beleid moet bovendien consistent zijn met andere (voorgenomen) regelgeving, zoals de Richtlijn Ecologisch ontwerp/ Ecodesign, de Data Verordening en de Digital Services Act en de Richtlijnen ter versterking van de positie van de consument voor de groene transitie. Want tegenstrijdigheden tussen wetten zorgen voor verwarring en vertraging in de transitie naar een circulaire economie.

‘Europa kan verandering afdwingen’

“In Nederland is het wettelijk recht op reparatie al geregeld”, legt Van Eijck uit. “Het probleem is dat dit recht maar weinig wordt gebruikt. Daar zijn allerlei redenen voor: het kan zijn dat de informatie over reparatie ontbreekt of dat producten zo ontworpen zijn dat ze moeilijk te repareren zijn. Vaak zijn reserveonderdelen niet gestandaardiseerd of zijn de kosten van reparatie te hoog. Soms kan de reparatie van een product alleen door de producent zelf worden uitgevoerd. Dat moet veranderen en daar is Europees beleid voor nodig. Europa kan veranderingen afdwingen, zoals ook is gebeurd met het besluit om wegwerpplastic te verbieden en het besluit om vanaf 2024 één universele oplader voor elektronische apparaten verplicht te stellen.

Het is daarbij van groot belang dat de regels consistent zijn en elkaar niet tegenwerken. In het advies zeggen we: zorg ervoor dat het recht op garantie waarbij een consument recht heeft op een nieuw product, niet strijdig is met het recht op reparatie. Het is immers juist de bedoeling dat producten worden gerepareerd in plaats van vervangen. Maar laat het recht op reparatie ook niet strijdig zijn met de wet- en regelgeving op het gebied van veiligheid. En breng de verplichting om informatie ten behoeve van reparatie beschikbaar te stellen, in overeenstemming met intellectuele eigendomsrechten en het recht op bedrijfsgeheimen.”

3. Repareren moet lonend worden

Elk jaar worden er meer grondstoffen gebruikt dan passend is binnen de planetaire grenzen. De draagkracht van de planeet staat op het spel. De winning en verwerking van grondstoffen veroorzaken broeikasgassen, en kunnen daarnaast ook leiden tot biodiversiteitsverlies, een vervuilde leefomgeving, slechte arbeidsomstandigheden en andere misstanden in de productieketen, stelt het SER-advies Reparatiebevordering. Op het moment dat de kosten van klimaatverandering, milieuschade en biodiversiteitsverlies worden meegenomen in de prijs producten, zal reparatie al heel snel lonend worden.

‘De wal keert het schip’

“Uiteindelijk keert de wal het schip”, constateert Van Eijck. “We hebben de afgelopen tijd allemaal gezien dat grondstoffen schaarser en duurder worden. Ook de prijs van brandstoffen is enorm gestegen. Die ontwikkelingen, hoe zorgelijk ook, zijn een stimulans voor de energie- en grondstoffentransitie en daarmee voor de reparatie-economie. We gaan de grondstoffen die in producten zitten weer waarderen. Het wordt steeds lonender om producten te repareren of aan het eind van hun levensduur uit elkaar te halen, zodat grondstoffen kunnen worden hergebruikt. Daar liggen ook enorme kansen. Miljoenen elektrische apparaten bij mensen thuis worden niet meer gebruikt, denk aan telefoons, laptops, camera’s en beeldschermen. Daar zit bijvoorbeeld zilver, goud en palladium in, dat kan worden hergebruikt. Maar om dat goed te kunnen doen, wordt het steeds belangrijker om producten zo te ontwerpen dat ze uit elkaar kunnen worden gehaald.
De transitie van een lineaire naar een circulaire economie is onvermijdelijk. Daar horen ook nieuwe verdienmodellen bij, zoals lease- en huurconstructies, waarbij producenten geen producten verkopen, maar diensten leveren. Bijvoorbeeld licht in plaats van lampen en wasbeurten in plaats van een wasmachine. Die verdienmodellen maken het voor producenten en leveranciers een stuk voordeliger om een apparaat te repareren dan te vervangen. Daarmee gaat de reparatie-economie zeker versnellen.”


Meer lezen? SERmagazine verschijnt ook 5 keer per jaar als papieren tijdschrift.

Abonneer nu gratis


Leidende principes voor de grondstoffentransitie: minder, langer, opnieuw en anders

  • Minder: minder grondstoffen gebruiken door van producten af te zien (Refuse), producten te delen of ze efficiënter te produceren.
  • Langer: langer en intensiever gebruiken van producten en onderdelen door circulair ontwerp, hoogwaardig hergbruik (Re-use) en reparatie (Repair en Remanufacturing); dit vertraagt de vraag naar nieuwe grondstoffen.
  • Opnieuw: sluiten van de kringloop door Recyling van materialen, zodat er minder afval wordt verbrand of gestort en minder nieuwe grondstoffen nodig zijn
  • Anders: vervangen van eindige grondstoffen door hernieuwbare of andere grondstoffen met minder milieudruk (Replace).

(Bron: SER-verkenning Evenwichtig sturen op de grondstoffentransitie en de energietransitie voor brede welvaart; september 2022)

Meer weten?

Het briefadvies Reparatiebevordering van de Commissie Consumentenaangelegenheden (CCA) bevat aandachtspunten voor een Europese richtlijn over het recht op reparatie. Het advies is op 10 oktober vastgesteld en aangeboden aan minister Mickey Adriaansens van Economische Zaken en Klimaat. Het advies hangt nauw samen met de in september uitgebrachte SER-verkenning Evenwichtig sturen op de grondstoffentransitie en de energietransitie voor brede welvaart.