Veehouderij moet omslag maken: SER-commissie pleit voor strakke centrale regie

De komende vijf jaar moet de Nederlandse veehouderij flinke stappen zetten om te verduurzamen en economisch gezonder te worden. Om de omslag te realiseren, is een strakkere centrale regie noodzakelijk, concludeert een SER-commissie onder leiding van kroonlid Ed Nijpels.
Elke van Riel

Affaires met voedselfraude, gezondheidsrisico’s door dierziektes en antibioticagebruik, problemen rond dierenwelzijn en milieu en overlast voor omwonenden. Het maatschappelijk draagvlak voor de veehouderij is de laatste jaren gedaald.

Ook economisch staat de sector onder druk vanwege lage (wereld)marktprijzen voor de producten. Veel varkens- en kippenhouders kunnen het niet meer bolwerken. In de melkveehouderij is de situatie ook zorgwekkend. Het loslaten van het melkquotum vorig jaar april heeft geleid tot 20 procent meer melkkoeien, kleinere marges op de melk en meer mest. Een op de tien melkveehouders wil volgend jaar stoppen.

‘Het woord dramatisch is misschien net te sterk, maar de problemen in de veehouderij zijn buitengewoon ernstig. Het roer moet echt om’, zegt SER kroonlid Ed Nijpels, voorzitter van de adviescommissie. Maar hij benadrukt ook dat de veehouderij een belangrijke bijdrage levert aan de economie en werkgelegenheid van Nederland. ‘De sector is internationaal toonaangevend qua innovatiekracht en het ontwikkelen van nieuwe kennis.’

De commissie leverde op 25 oktober een advies aan staatssecretaris van Economische Zaken Martijn van Dam, met concrete acties en maatregelen over het versnellen van de verduurzaming in ecologisch, sociaal en economisch opzicht. Het advies telt slechts acht pagina’s. Het kon zo kort, omdat er geen behoefte was aan nóg een rapport dat de problemen zou inventariseren, vertelt Nijpels. ‘We waren als commissie verbijsterd over de enorme hoeveelheid rapporten, analyses en plannen die er al liggen, ook vanuit de veehouderij zelf. Het ontbreekt zeker niet aan goede initiatieven, maar het gaat te langzaam.’

Krachtige regie

Om dit te doorbreken, pleit de commissie voor een integrale aanpak en een krachtige regie. Een nationale regisseur, zoals die ook bij het Energieakkoord en de Deltacommissie functioneert, moet de verduurzaming nauwgezet monitoren en hierover rapporteren aan de staatssecretaris en de sector. Het moet een onpartijdige en onafhankelijke persoon zijn, met een eigen budget en een kleine staf die een kerngroep van experts kan raadplegen.

Alle steun en faciliteiten moeten uitsluitend
nog gericht zijn op de voorhoede


De regisseur gaat werken in lijn met de ambities van de Uitvoeringsagenda Duurzame Veehouderij 2023; een samenwerkingsverband van tien partijen dat in 2009 vijftien ambities formuleerde voor de verduurzaming van de Nederlandse veehouderij.

Het advies richt zich op vier sectoren: pluimvee, melkvee, vleeskalveren en varkens. Omdat binnen deze sectoren verschillende problemen spelen, wil de commissie dat er per sector een regiegroep aan de slag gaat om de transitiedoelen te formuleren en concrete plannen te maken om die te verwezenlijken. Die plannen moeten niet alleen over de primaire producenten gaan, maar de hele keten daarbij betrekken, dus ook veevoederbedrijven, verwerkende industrie en de retailsector.

Er bestaan al initiatieven als de Alliantie Verduurzaming Voedsel, Duurzame Zuivelketen en het Recept Duurzaam Varkensvlees. Ook bieden supermarkten kwaliteitsproducten als Kip van Morgen, Varken van Morgen, Biefselect en Weidegang aan. Nijpels: ‘De commissie wil dat in de toekomst al het vlees aan de strengste normen voldoet. We roepen de retailsector op om meer initiatief te nemen in het informeren van consumenten. We verwachten dat die sector een voorbeeldrol in de verduurzaming op zich neemt en vragen de staatssecretaris hierover afspraken te maken.’

Omdat de vier sectoren ook moeten concurreren op een internationale markt, vraagt de commissie de overheid om binnen Europa aan te dringen op verdere verduurzaming.

Voorhoede

Een opvallende aanbeveling van de commissie is om alleen nog de voorhoede van ondernemers op het gebied van duurzaamheid te ondersteunen. Zij worden nu geremd in hun ontwikkeling door beleid dat vaak is afgestemd op bedrijven die zich niet meer kunnen ontwikkelen. ‘Alle steun en faciliteiten vanuit de overheid en ook het bancaire beleid moeten uitsluitend nog gericht zijn op deze voorhoede’, zegt Nijpels. Zij krijgen goede toegang tot financiering en kunnen een beroep doen op experimenteerruimte in regelgeving. Ook staan ze vooraan bij de verdeling van fosfaatrechten en dierrechten (voor het aantal te houden varkens of stuks pluimvee) en bij de toekenning van een vergunning voor bedrijfsuitbreiding.
Dit betekent zonder meer dat een flink aantal bedrijven uit de achterhoede zal moeten stoppen. Nijpels: ‘Dat is een harde waarheid, maar wij vinden dat we niet om de realiteit heen kunnen: zij kunnen de noodzakelijke omslag niet maken. Anders blijven we achter de problemen aan hollen.’ De commissie stelt maatregelen voor zodat ondernemers zonder economisch toekomstperspectief hun bedrijf kunnen afbouwen. Dit vraagt om maatwerk per sector.

Mest als grondstof

Een andere opvallende aanbeveling, die aansluit bij het afgelopen juni verschenen SER-advies Werken aan een circulaire economie, geen tijd te verliezen, is om van mest het vierde product van de veehouderij te maken, naast melk, eieren en vlees. Door mest op te werken tot producten met een marktwaarde, kunnen boeren de waarde ervan verzilveren. ‘Nu is dierlijke mest nog uitsluitend een afvalstof. Wetgeving belemmert dat het gebruikt kan worden als bijvoorbeeld grondstof voor kunstmest’, zegt Nijpels.

Financiering is essentieel
als sleutel voor versnelling


Verder zijn er aanbevelingen om het maatschappelijk draagvlak van de veehouderij te vergroten. Lokaal is de overlast van de sector erg groot. Provincies en het Rijk moeten beter toezien op het handhaven van (milieu)regels door gemeenten en ze zo nodig verplichten maatregelen te nemen. Ook bepleit de commissie meer duurzame regionale initiatieven. Voorbeelden daarvan zijn er al, zoals de Versnellingsagenda Noord-Nederland en Vallei boert bewust tussen Amersfoort en Apeldoorn.

Financiering

Financiering is essentieel als sleutel voor versnelling, schrijft de commissie. Niet alleen om de voorhoede van ondernemers te versterken, maar ook om niet-renderende bedrijven op te kopen. De benodigde financiën moeten zowel uit sectorfondsen komen als van de overheid. De omslag richting een maatschappelijk aanvaardbare en economisch gezonde veehouderij moet over vijf jaar hebben plaatsgevonden. Nijpels: ‘De sector moet dus nu echt in beweging komen. Overheid en bedrijfsleven moeten gezamenlijk serieus het heft in handen nemen en verduurzaming versnellen.’