SERmagazine

SER-advies over regionale samenwerking: hoe maken we regio's sterker?

Bij regionale samenwerking gaat het vaak om óf economie óf onderwijs óf werkgelegenheid. Maar om groei te bevorderen en te stimuleren dat iedereen mee kan doen, is aandacht nodig voor de hele driehoek. Een praktisch SER-advies wil de samenwerking een stap verder brengen.
Elke van Riel

‘Vaak zijn partijen die regionaal willen samenwerken het wel eens over het ideaal, maar in de praktijk blijkt het toch niet zo gemakkelijk’. Nicolette van Gestel, plaatsvervangend kroonlid bij de SER en hoogleraar Nieuwe sturingsvormen in sociale zekerheid en arbeidsvoorziening aan de Tilburg University, zat in de commissie die het advies over regionale samenwerking voorbereidde. Input voor het advies waren onder meer twee dialoogbijeenkomsten, werkbezoeken aan verschillende regio’s en gesprekken.

Spanningsvelden

Het advies ziet zes spanningsvelden in regionale samenwerkingsverbanden: de inhoud van de samenwerking, de ruimtelijke schaal van de samenwerking, de verschillende belangen en de regie die nodig is om deze belangen op een lijn te krijgen, de democratische verantwoording bij het overschrijden van gemeente- en provinciegrenzen, de financiering van de samenwerking en het samenspel tussen het regionale en het nationale niveau.

‘Regio’s kunnen dit lijstje langslopen om na te gaan: hoe zit dat bij ons? Herkennen we punten en wat zouden we kunnen doen om die te verbeteren?’, zegt Van Gestel. Neem het eerste spanningsveld ‘de inhoud van de samenwerking’. ‘Mensen denken ten onterechte dat als ze het onderling eens zijn over de grote lijn van de inhoud, een goede uitwerking en uitvoering vanzelf volgen. Ook het besef dat partijen zich moeten verantwoorden tegenover de gemeenteraad ontbreekt nog wel eens.’

Financiering kan volgens haar een enorme driver zijn, bijvoorbeeld als men door de krachten te bundelen een beroep kan doen op een subsidie van het Europees Fonds. ‘Maar het kan ook lastig zijn. Het gaat vaak om het bij elkaar leggen van verschillende potjes. Daarover moeten dan weer op verschillende momenten beslissingen worden genomen, waarbij iedereen op elkaar wacht vanuit de houding: ik draag pas bij als jij dat ook doet. Dat kan de samenwerking frustreren.’

Krachtige spelers

Er is geen blauwdruk te geven voor succesvolle regionale vernieuwing, omdat regio’s zo verschillend zijn, benadrukt Van Gestel. Als samenwerking in een bepaalde regio goed gaat, heeft dat volgens haar doorgaans te maken met de kracht van de spelers: bedrijven, collectieven of individuen. ‘Soms krijgt een burgemeester of een oud-ondernemer met veel enthousiasme en gezag in de regio de zaak in beweging. Dan moet je wel nadenken over de duurzaamheid van de samenwerking: wat gebeurt er als diegene wegvalt en hoe voorkom je dat het dan in elkaar zakt?’

Volgens haar kan de SER een rol spelen om economie, onderwijs en werkgelegenheid samen te brengen, aangezien de kernopgave van de raad is om de sociaaleconomische agenda bij elkaar te brengen. Ook Economic Boards, regionale ontwikkelingsmaatschappijen, provinciale SER’en en arbeidsmarktregio’s kunnen hierin ondersteuning bieden.

Iedere regio is anders en heeft een eigen rol in de economie, zoek dat eigene

Verder is het volgens Van Gestel goed om het samenspel tussen Rijk en regio te versterken. ‘In de regio zeggen ze: wij willen echt wel, maar we lopen tegen problemen aan die met het Rijk te maken hebben. De regelgeving en informatie over thema’s als energie, jeugd, onderwijs, arbeidsmarkt en economische ontwikkeling zijn bij verschillende departementen en directies ondergebracht, en die werken niet goed samen. Regionale samenwerking moet dus ook consequenties hebben voor de eisen aan nationale samenwerking.’

Visie Marcel Boogers

Marcel Boogers, hoogleraar innovatie en regionaal bestuur aan de Universiteit Twente, ziet in Nederland de neiging om aan de bestuurlijke kant te beginnen als het om regionale samenwerking gaat. ‘Men zet dan eerst een groot regiobestuur neer en gaat ervan uit dat de rest vanzelf goed komt. Dat werkt echt niet.’

Hou op met bakkeleien over taken en bevoegdheden.
Regel eerst het geld, dan komt de rest vanzelf

Boogers verzorgde vorig jaar een inleiding over de voorwaarden voor regionale samenwerking tijdens de SER-werkconferentie Samen werken voor de regio’s waarmee het adviestraject startte. ‘Idealiter start regionale samenwerking met een gedeeld beeld van wat de economische opgave van een bepaalde regio is. Dat beeld moet niet alleen het beeld zijn van de betrokken gemeenten, maar juist ook gedragen worden door bedrijven en instellingen.’ Overheden staan volgens Boogers vaak niet te trappelen als het gaat om regionale samenwerking. ‘Ze hebben de neiging om vanuit hun eigen bestuurlijke belangen te redeneren, terwijl intensief samenwerken betekent dat je ook wat zeggenschap opgeeft. Daarvoor zijn veel bestuurders huiverig. Maar als bedrijven en instellingen benadrukken dat door regionale samenwerking de economie beter floreert en de werkgelegenheid nieuwe impulsen krijgt, kunnen bestuurders niet achterblijven. Overheden nemen regionale samenwerking vaak pas serieus als zij externe druk ervaren vanuit de maatschappelijke partners.’

Geld als sleutel

Omdat elke regio een eigen regionale opgave en eigen samenwerkingscultuur en -geschiedenis heeft, is het volgens Boogers lastig om met algemene aanbevelingen te komen. Toch zijn er wel succesfactoren aan te wijzen. Hij is er steeds meer achter gekomen dat geld vaak de belangrijkste sleutel voor succes is. ‘Gemeenten doen vaak moeilijk over samenwerking vanwege de kosten. Bij een vraag als: waar moet een bedrijventerrein komen, gaat doorgaans elke gemeente toch voor z’n eigen belang, zeker omdat veel gemeenten met enorme tekorten zitten op hun grondexploitatie. Als je dat financieel oplost en afspreekt dat onderling te verevenen, ontstaat opeens veel ruimte om zaken te regelen.’

Zijn advies luidt daarom: Durf te investeren. ‘Hou op met bakkeleien over taken en bevoegdheden, maar regel eerst het geld, dan komt de rest vanzelf. Zeg gewoon: zoveel euro per inwoner investeren we in een pot en die beheren we goed. Dat is een belangrijk vliegwiel om regionale economische structuurversterking mogelijk te maken.’ De succesvolle regio rond Eindhoven laat dit volgens hem zien. Net als de Regio Stedendriehoek Cleantechvalley bij Deventer, Zutphen en Apeldoorn.

Boogers vindt dat er meer gevarieerd moet worden per regio. Bijvoorbeeld in de vorm van regionale cao’s. ‘We maken nu cao’s per bedrijfstak. Een bedrijfstak in Noordoost- Groningen heeft dezelfde cao als een bedrijfstak in Zuid-Holland, terwijl de problematiek en de arbeidsmarkt in die bedrijfstak tussen die gebieden enorm kan verschillen. Met regiospecifieke cao’s zou je – uiteraard binnen zekere marges – daaraan recht kunnen doen.’

Dat zelfde geldt voor belastingen. In het buitenland kent hij voorbeelden van regio’s waar bedrijven tijdelijk een belastingvrijstelling krijgen als ze in het gebied investeren, om zo de economische ontwikkeling ervan extra impulsen te geven. ‘Dat zou voor bepaalde Nederlandse regio’s, zoals de krimpgebieden en gebieden waar het economisch al jarenlang slecht gaat, zoals delen van Noordoost Groningen, ook een aanlokkelijk perspectief kunnen zijn.’

Boogers is blij te merken dat de overheid de laatste jaren meer visie heeft gekregen op regionale samenwerking. ‘Het moet allemaal nog concreter worden, maar er is meer ruimte om na te denken over variatie en differentiatie in de verschillende regio’s.’


Een praktisch ‘doe-advies’

Het SER-advies Regionaal samenwerken: leren van praktijken werd half februari in de raadsvergadering vastgesteld. Het advies is voorbereid door een commissie onder leiding van SER-voorzitter Mariëtte Hamer. ‘In het advies SER-agenda voor de stad hebben we zes samenhangende thema’s in kaart gebracht. Met dit vervolgadvies zoeken we verdieping door te kijken naar de praktijk van regionale samen werking in de driehoek economie, onderwijs en arbeidsmarkt.’

Hoofdvraag ervan is hoe regionale samenwerkingsverbanden kunnen bijdragen aan het versterken van de economische kracht van stad en regio. Minister Ronald Plasterk van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties vroeg de SER hierover in december 2015 advies.

Normaal gesproken zijn SER-adviezen gericht aan de rijksoverheid. ‘Met dit advies richten we ons nadrukkelijk ook op overheden en stakeholders in de regio’s van ons land. Dit is vooral een ‘doe-advies’ met als doel: leren van elkaars praktijken’, aldus Hamer. Het digitale advies bevat doorklikbare voorbeelden en video-interviews waarin betrokkenen vertellen over hun ervaringen met regionale samenwerking.

Regio’s krijgen het advies om op zoek te gaan naar ‘het eigene’. Hamer: ‘Iedere regio is anders en heeft een eigen rol in de economie. Ik zou regio’s op het hart willen drukken om op dat eigene voort te bouwen en elkaar als regio’s te versterken’.