SERmagazine

Klimaatakkoord Wiebes

De CO2-uitstoot moet in 2030 49 procent minder zijn dan in 1990. Een ambitieus doel voor het Klimaatakkoord. Eric Wiebes, minister van Economische Zaken en Klimaat, wil dat het akkoord voor de zomer al op hoofdlijnen rond is. De ‘jacht’ op megatonnen CO2 is begonnen. Alles en iedereen moet aan de bak.
Corien Lambregtse

U zet er meteen flink druk op.

‘Als we het doel voor 2030 willen halen, dan moeten we wel een keer beginnen. En we zijn ook al een heel eind. Allerlei maatregelen staan klaar om te worden uitgerold. Ik heb de afgelopen maanden veel bedrijven gesproken over het Klimaatakkoord. Zij waren vrijwel zonder uitzondering enthousiast en legden ook concrete, soms vergaande ideeën op tafel. Dat geeft mij het vertrouwen dat we in de zomer tot afspraken op hoofdlijnen kunnen komen. Die afspraken werken we vervolgens in de tweede helft van het jaar verder uit in concrete programma’s. De uitvoering start dan in 2019.’

Wat is het verschil met het Energieakkoord?

‘We maken gebruik van de ervaringen die we hebben opgedaan met het Energieakkoord, maar het Klimaatakkoord wordt echt iets anders. Bijvoorbeeld omdat we kiezen voor één centraal doel: CO2-reductie. Daarom hebben we nu ook veel meer partijen aan tafel. We kijken niet alleen naar de energievoorziening, maar naar alle broeikasgasemissies.

Het Klimaatakkoord geeft zekerheid: over investeringen en de timing ervan


Een ander verschil is dat het Energieakkoord een initiatief was van de SER waarin maatschappelijke partijen en de overheid vanaf de start vertegenwoordigd waren. De klimaatambitie waar we nu een akkoord over sluiten, is een initiatief van het kabinet en zal ook onder regie van de overheid totstandkomen.

Ik ben wel blij dat de SER wil helpen bij de totstandkoming van het Klimaatakkoord. De SER heeft veel ervaring met het bereiken van dit soort akkoorden, hoewel de machine de laatste jaren op sociaal- economisch terrein wat hapert als het om akkoorden gaat.’

Hoeveel gaat de klimaattransitie kosten en wie betaalt dat?

‘We staan voor een enorme opgave. Ik denk dat die haalbaar is, maar dan moeten we wel voldoen aan een paar cruciale voorwaarden. De belangrijkste is het beperken van de kosten. Want zoals liefde door de maag gaat, zo gaat draagvlak door de portemonnee. We moeten dus verstandige keuzes maken. Als we niet scherp opletten, kunnen de kosten zomaar verdubbelen of zelfs verviervoudigen. En dan raakt het doel uit zicht, want uiteindelijk belanden alle kosten bij de samenleving. De partijen aan de vijf sectortafels overleggen over maatregelen om megatonnen CO2 te vangen tegen de laagst mogelijke kosten. Het kabinet en het parlement voeren het debat over de verdeling van die kosten.’

Zal de klimaattransitie banen kosten of opleveren?
‘Het eerlijke antwoord is: allebei. In sommige sectoren gaan onvermijdelijk banen verloren; neem de kolensector. Tegelijkertijd komen er ook nieuwe banen bij. Bijvoorbeeld voor het CO2-neutraal maken van woningen en de industrie. Als we het slim aanpakken, kunnen we de expertise die wij opdoen straks exporteren naar de rest van de wereld. Ook dat levert banen op.

We moeten de kosten beperken, want uiteindelijk belanden die bij de samenleving

Het goede nieuws is: het gaat om nieuwe banen in het middensegment van de arbeidsmarkt. Juist dat deel dat onder druk staat door de mondialisering. Het wordt nog een hele klus om op tijd voldoende mensen klaar te hebben staan die zijn opgeleid om warmtepompen te installeren, windmolens op zee te bouwen en huizen aan te sluiten op een warmtenet. Daarover gaat de taakgroep Arbeidsmarkt en Scholing meedenken.’

Doen we ook iets aan de klimaateffecten die onze economie in het buitenland veroorzaakt?

‘We hebben niet de luxe om te wachten met actie in Nederland, omdat er in het buitenland ook veel moet gebeuren. We moeten de eventuele effecten in het buitenland wel zichtbaar maken, maar dat moet ons niet belemmeren om nu in Nederland actie te ondernemen.’

Hoeveel ruimte is er eigenlijk om te onderhandelen als het doel al vast ligt?

‘De centrale overheid kan deze transitie niet zelf realiseren. Ik zie het Klimaatakkoord als een gezamenlijke uitwerking van een opgave die we alleen met andere overheden, bedrijven en maatschappelijke organisaties op een efficiënte wijze kunnen waarmaken. Daarbij hebben we alle beschikbare creativiteit en energie nodig, gericht op dat ene doel. Het maken van harde afspraken levert alle partijen ook wat op: zekerheid. Het Klimaatakkoord geeft zekerheid over investeringen en de timing ervan.’

Er zitten heel veel bedrijven aan tafel. Welke rol krijgen de maatschappelijke organisaties?

Ik wil partijen aan tafel die een concrete bijdrage kunnen leveren, expertise inbrengen en met mandaat afspraken kunnen maken. Het gaat erom dat je aan tafel iets toevoegt. Dit geldt evengoed voor maatschappelijke organisaties als voor bedrijven. Ik roep de deelnemers daarbij op niet louter hun eigen deelbelang te verdedigen, maar vooral het gezamenlijke einddoel voorop te stellen.’

Verwacht u ook maatschappelijke weerstand?

‘Ik maak me geen illusies: gemakkelijk wordt deze transitie niet. Het gaat over alles: de fabriek, de verwarming thuis, de kleding die we dragen en het voedsel dat we eten. Maar ik ben een optimistisch mens. Als we de noodzakelijke stappen duidelijk en behapbaar maken, kunnen we uiteindelijk ook draagvlak realiseren. Althans, als we het betaalbaar houden.’

Wordt Nederland met dit Klimaatakkoord toch nog een voorloper in Europa?

‘Nederland heeft van alles in huis dat ons kan helpen om van deze transitie een succes te maken. We zijn innovatief, ondernemend en van oudsher internationaal gericht en doortastend. Tot nog toe is het ons steeds gelukt om milieuproblemen op te lossen. We ademen geen looddampen uit benzine meer in, het aantal plekken in steden met een slechte luchtkwaliteit is gigantisch gedaald en onze kinderen houden geen spreekbeurt meer over zure regen.

Ik ben ervan overtuigd dat we de transitie op een goede manier kunnen realiseren en er zelfs van kunnen profiteren. Daar hebben we al een begin mee gemaakt met het Energieakkoord en het Klimaatakkoord gaat ermee verder. Vooroplopen is geen doel op zichzelf. Ik vind het vooral belangrijk dat Nederland er als geheel op vooruit gaat.’


Overleg aan tafels en in taakgroepen

De afspraken over het Klimaatakkoord worden gemaakt aan vijf sectortafels, waar tientallen kleinere tafels onder hangen. Daarnaast zijn er taakgroepen die tafel-overschrijdend bepaalde thema’s in het oog houden, waaronder werkgelegenheid. SER-voorzitter Mariëtte Hamer gaat de taakgroep Werkgelegenheid leiden. Elke sector krijgt een reductiedoelstelling in megatonnen CO2. De voortgang en samenhang van de besprekingen wordt bewaakt aan een overkoepelende coördinatietafel: het Klimaatberaad. De sectortafels en het Klimaatberaad krijgen ieder een onafhankelijke voorzitter:

  • Gebouwde omgeving (BZK): Diederik Samsom
  • Mobiliteit (I&W): Annemieke Nijhof
  • Industrie (EZK): Manon Janssen
  • Elektriciteit (EZK): Kees Vendrik
  • Landbouw & landgebruik (LNV): Pieter van Geel
  • Klimaatberaad (coördinerend): Ed Nijpels

De SER verzorgt de secretariaten van de zes sectortafels en de organisatorische ondersteuning van het proces.


Van Energieakkoord naar Klimaatakkoord

Het Klimaatakkoord bouwt voort op het Energieakkoord dat in 2013 onder leiding van de SER werd afgesloten. Aan het Energieakkoord wordt nog steeds hard gewerkt. Een belangrijke doelstelling is dat in 2023 16 procent van alle energie duurzaam wordt opgewekt. Begin dit jaar is nog weer een pakket aanvullende afspraken gemaakt om de doelstellingen tijdig te halen.

Dat is ook nodig, want de doelstelling van het Klimaatakkoord, 49 procent CO2-reductie in 2030, gaat veel verder dan het Energieakkoord en zelfs verder dan Europa op dit moment vraagt.

Volgens Ed Nijpels, voorzitter van de Borgingscommissie, is het kabinet buitengewoon ambitieus. ‘Dat moet zelfs de grootste criticaster toegeven. De Europese Commissie vraagt 40 procent CO2-reductie in 2030. Nederland gaat voor 49 procent reductie en mogelijk als ook andere landen meedoen zelfs 55 procent.’

Minister Wiebes heeft Nijpels gevraagd om ook voorzitter te worden van het Klimaatberaad: de coördinatietafel die er onder meer op gaat toezien dat aan de vijf sectortafels voortgang wordt geboekt, dat de plannen tussentijds al worden doorgerekend en dat de hoofdlijnen van het akkoord voor de zomer duidelijk zijn. Deze taken sluiten goed aan bij het werk dat Nijpels bij de Borgingscommissie doet. ‘Ik heb geen minuut getwijfeld. Als ik niet was gevraagd voor het Klimaatakkoord was ik goed chagrijnig geweest. Dan had ik het werk dat we de afgelopen jaren begonnen zijn, voor mijn gevoel niet kunnen afmaken.’

Aan de coördinatietafel zitten naast Nijpels en de vijf voorzitters van de sectortafels, ook mede-overheden en maatschappelijke organisaties: vakbonden, werkgevers, milieuorganisaties en jongerenorganisaties. Ze hebben een flinke klus te doen. Want het Klimaatakkoord vraagt forse inspanningen om de CO2-reductie te bereiken. ‘Dat kan op vier manieren’, vat Nijpels samen. ‘Energie besparen, energie duurzaam opwekken, het gebruik van CO2, bijvoorbeeld in kassen, en ondergronds opslaan van CO2. Elke keuze die wordt gemaakt, moet de meest kostenefficiënte zijn, omdat we de transitie betaalbaar moeten houden. Dat is een van de uitdagingen waar we voor staan. Andere uitdagingen zijn: bij wie komen de lasten terecht, hoe geven we innovatie de goede richting en hoe passen we het allemaal in in de ruimte. Ook heel belangrijk is of we wel voldoende vakmensen hebben om de transitie technisch uit te voeren. De arbeidsmarkt begint al krap te worden.’

Nijpels twijfelt er niet aan of het gaat lukken om een Klimaatakkoord te sluiten. ‘Er is enorm veel belangstelling van bedrijven en organisaties om aan de tafels te mogen zitten en mee te denken over de afspraken die worden gemaakt. Iedereen beseft dat er echt iets moet gebeuren. Als het niet vrijwillig is, dan wordt het wel verplicht. Meer nog dan in 2013 is iedereen van de noodzaak overtuigd: we moeten de transitie nu doorzetten, maar het wordt wel spannend.’