SERmagazine

Kroonlid Kim Putters, directeur SCP: terug naar de ziel van Nederland

Je zou hem de weerman van de samenleving kunnen noemen. Op basis van cijfers en sentimenten meet het Sociaal en Cultureel Planbureau constant de (gevoels-)temperatuur van Nederland. SCP-directeur Kim Putters trad in januari aan als kroonlid van de SER. ‘De vraag waar het om gaat, is of we bruggen kunnen bouwen tussen de verschillende groepen in de samenleving.’
Corien Lambregtse

Zeven dagen in een week is voor Kim Putters eigenlijk te weinig. Zijn agenda is van ’s ochtends tot ’s avonds volgepland. Maar hij neemt het voor lief. ‘Dit werk heeft echt mijn hart. Het SCP is elke dag bezig met hoe het met Nederland en de Nederlander gaat. Dat doen wij zowel op basis van cijfers, bijvoorbeeld over werkloosheid, opleidingsniveau, participatie en tijdbesteding, als op basis van de gemeten sentimenten. We houden bij hoe het voelt in Nederland. De overheid maakt het beleid, wij laten zien wat het effect daarvan is voor mensen. Onze rapporten landen op veel plekken: bij het kabinet, het parlement, departementen en in de media en samenleving. Dat betekent dat we geen fouten mogen maken. Alles wat wij zeggen, moet wetenschappelijk onderbouwd zijn.

Onze rapporten gaan vaak over onderwerpen en vraagstukken die door kabinet, parlement, departementen of maatschappelijk organisaties zijn aangedragen. Sommige onderzoeken doen wij op eigen initiatief. We doen bijvoorbeeld elke vijf jaar onderzoek naar de tijdsbesteding in Nederland. Hoeveel tijd besteden mensen aan werken, leren, zorgen, sporten en naar de kerk of moskee gaan? Geen departement dat daar specifiek naar vraagt, maar dat onderzoek levert een schat aan informatie op die we ook bij andere onderzoeken kunnen gebruiken. Aan de veranderingen in de tijdsbesteding zien we de veranderingen in de samenleving.’

U heeft een scherp beeld van de problemen, maar u gaat niet over de oplossingen.

‘Nee, de oplossingen zijn aan de politiek. Maar het helpt wel dat wij laten zien wat er aan de hand is. Mensen hebben grote behoefte om te begrijpen wat er om ons heen gebeurt. Dat proberen wij te ontrafelen. Onze analyses en duidingen voldoen in dat opzicht meestal aan een duidelijke behoefte in de samenleving.’

Wat is er dan aan de hand met onze samenleving?

‘Kort samengevat komt het erop neer dat het heel goed gaat met Nederland als je kijkt naar de economie, kwaliteit van leven en veiligheid. Maar tegelijkertijd zien we dat de verschillen in de samenleving groot zijn en groeien.

Met de 30 procent mensen in de bovenlaag van de samenleving gaat het heel goed. Dat zijn mensen met veel perspectief en kansen op werk. Mensen die ook middelen hebben om hun gezondheid te verbeteren. Zij zijn gelukkig en profiteren het meest van de welvaart. Aan de andere kant staat een even grote groep, ook 30 procent van de bevolking, die weinig kansen heeft, niet altijd werk heeft, met gezondheidsproblemen kampt, veel minder gelukkig is en pessimistischer is over de toekomst.

Daartussen zit de resterende 40 procent van de bevolking. Gepensioneerden en de werkende middengroep die vele ballen in de lucht moet houden: mantelzorg verlenen of nodig hebben, kinderen opvoeden en de hypotheekschuld aflossen, en zich afvragen hoe lang ze dat blijven klaarspelen.

Deze drie groepen vertegenwoordigen drie sentimenten die zich ook precies weerspiegelen in de verkiezingsuitslag: het optimisme van de hogeropgeleiden, het pessimisme en de boosheid van de achterblijvers en de onzekerheid van de middengroep. En hiermee zie je de grote politieke en maatschappelijke uitdaging waar we nu voor staan: hoe zorgen we voor verbinding tussen die verschillende groepen? Hoe bouwen we bruggen naar groepen mensen die niet ervaren dat het met ons land de goede kant opgaat?’

Is dat bruggen bouwen vooral een taak voor de politiek?

‘De politiek kan dat niet in haar eentje, daar zullen alle maatschappelijke organisaties verantwoordelijkheid voor moeten nemen. Maar dat kunnen ze alleen als ze zelf ook veranderen en meegaan met de tijd. Ja, dat geldt ook voor de SER. Het probleem is dat de politiek en de maatschappelijke instituties die we nu hebben, gebaseerd zijn op de uitgangspunten van de vorige eeuw of nog eerder. Deze tijd is veel individualistischer, mensen kunnen veel meer zelf. Er is technologie die ervoor zorgt dat mensen plaats- en tijd-onafhankelijk kunnen werken. Maar mensen moeten ook veel meer taken combineren: werken, zorgen en leren bijvoorbeeld. Er zijn groepen die dat onmogelijk allemaal redden en buiten de boot dreigen te vallen. Dat stelt de samenleving en ook die bestaande instituties voor nieuwe solidariteitsvragen.’

Maakt u zich zorgen over Nederland?

‘Waar ik zorgen over heb, is dat groepen mensen steeds vaker tegenover elkaar komen te staan, dat leefwerelden ernstig van elkaar verschillen en dat een hardnekkig probleem als armoede onder kinderen nog steeds niet kleiner wordt. Tijdens de verzuiling waren die verschillen er ook, maar toen waren er mechanismen waardoor mensen vreedzaam konden samenleven. Er werden afspraken gemaakt waarvan iedereen wel profijt had. En er was vertrouwen in de elite, in de voorhoede. Maar dat vertrouwen neemt steeds verder af. We moeten manieren zoeken om verschillen op een rechtvaardige manier te overbruggen. In een recente toekomstverkenning – De Toekomst Tegemoet – constateert het SCP dat dit steeds lastiger wordt.

Toch ben ik ook hoopvol, want ik zie dat veel mensen, vooral jongeren, zich met passie en idealisme inzetten voor duurzaamheid, klimaatbeleid, goede banen en een sterke gezondheidszorg. Ze vragen zich weer af wat we doen en waarom. Het gaat weer meer over de ziel van de samenleving.’

En wat is die ziel van onze samenleving?

‘Dat is lastig precies te definiëren, maar het raakt aan dat we onze welvaart altijd met elkaar hebben willen delen. Dat we in dit land mogen zijn wie we willen en mogen zeggen wat we vinden. En dat we solidariteit en zorgzaamheid hoog in het vaandel hebben staan. Al staat dit alles onder druk, uiteindelijk vinden veel Nederlanders deze dingen belangrijk voor een fatsoenlijke samenleving. Na een periode van zakelijkheid en efficiëntie, willen mensen nu aandacht voor vraagstukken als duurzaamheid, solidariteit en inclusiviteit. Daarom ben ik toch ook hoopvol voor de toekomst.’

Slaagt de SER erin mee te gaan met de tijd?

‘We zitten midden in de overgang naar een ander type samenleving. Er gaan vast en zeker nieuwe instituties ontstaan. Tegelijkertijd moeten we zuinig zijn op de oude instituties, omdat we ook houvast nodig hebben in tijden van complexe veranderingen.

De SER is al een aantal jaren bezig om de dialoog te verbreden, bijvoorbeeld door jongeren, natuurorganisaties en andere maatschappelijke organisaties bij het overleg te betrekken. De SER beweegt duidelijk mee op de maatschappelijke veranderingen. Dat is heel belangrijk. Er is geen andere plek waar zoveel belangen samenkomen en tegelijkertijd zoveel kennis wordt ingebracht. Zo’n plek als de SER is onmisbaar.’


Wie is Kim Putters?

Kim Putters (1973) is sinds juni 2013 directeur van het SCP. Daarnaast is hij bijzonder hoogleraar Beleid en Sturing van de Zorg in de Veranderende Verzorgingsstaat bij het iBMG van de Erasmus Universiteit Rotterdam (EUR) en onder meer bestuurslid van het Oranjefonds, lid van het curatorium van de VNG en van het curatorium van De Baak. Putters was tussen 2003 en 2013 lid en eerste ondervoorzitter van de Eerste Kamer (PvdA), naast hoogleraar aan de EUR. Ook was hij lid van de gemeenteraad van Hardinxveld-Giessendam, zijn geboorteplaats.