| WIE? |
Rinus van Schendelen (65) |
| WAT? |
Hoogleraar politicologie, Erasmus Universiteit Rotterdam |
‘Als ik één dag premier was van dit land, zou ik blij zijn dat die aanstelling slechts 24 uur geldig is. Ik ben het oliemannetje; ik opereer liever achter de schermen. Ik zou mijn tijd dan ook gebruiken om een andere minister-president te promoten: de voorzitter van de SER, Alexander Rinnooy Kan. Ik zou eindeloos kunnen citeren uit zijn kerstboodschap in
NRC Handelsblad van 23 december 2009: ‘De rol van de overheid en de inrichting van het beleid van die overheid zijn aan diepgravende herbezinning toe’, ‘Participatie is het sleutelwoord’ en ‘Mensen hebben het gevoel onvoldoende betrokken te zijn bij de feitelijke besturing en beïnvloeding van hun directe werk- en woonomgeving’.
Het is tijd dat Alexander stopt met ronken en nu wakkere daden stelt. Met de realisatie van zijn kerstboodschap beëindigt hij het regenteske poldermodel. Polderen is vooral uitsluiting van belanghebbenden. Neem de SER -discussie over verhoging van de AOW-leeftijd: werkgevers en -nemers mochten meedoen,
niet de meest belanghebbenden zoals ouderen, jongeren en zzp’ers. Die werden allemaal ‘buiten de dijken’ gehouden.
We moeten toe naar een open systeem van besluitvorming. Ik pleit voor de ‘republikeinse methode’, waarbij je over elk belangrijk onderwerp stakeholders verzamelt die – binnen piketpaaltjes van tempo en budget blijvend – tezamen over de inhoud besluiten. Zo wordt eerder consensus bereikt en is er, achteraf, minder kritiek op de genomen beslissingen. Of, zoals een mooi Nederlands gezegde luidt: om een duivel te bestrijden, moet je er zo veel mogelijk aan het werk zetten. Rinnooy Kan wordt als MP dan onze binnenlandse duvelstoejager!’