Home | Publicaties | SERmagazine | 2010 | juli/augustus 2010 | Paasbestand in 1973 dankzij SER-voorzitter

Paasbestand in 1973 dankzij SER-voorzitter

De Pous doorbrak stakingsgolf

In het voorjaar 1973 was Nederland het toneel van massale stakingen. De werknemers wilden ‘centen’ in plaats van ‘procenten’. SER-voorzitter Jan de Pous deed een succesvolle oproep om de stakingen te onderbreken en de gesprekken te hervatten.

Elke van Riel

Na een lange naoorlogse periode die juist gekenmerkt werd door harmonie, bracht de economische stagnatie van de jaren zeventig grote polarisatie tussen de sociale partners. Vanaf 1970 werd bovendien spreiding van macht, kennis en inkomen een belangrijk thema. Begin 1973 ontstond een groot cao-conflict tussen werkgevers en werknemers. Inzet was de vraag in hoeverre er loonnivellering moest komen. De bonden vonden dat de verdeling van de beschikbare loonruimte eerlijker moest: zij wilden maximering van de prijscompensatie, waarbij loonsverhogingen zouden worden betaald in ‘centen’ en niet in ‘procenten’ en drongen aan op uitbreiding van de werkingssfeer van cao’s naar andere werkgevers. Werkgevers en werknemers stonden lijnrecht tegenover elkaar. Op 20 februari 1973 probeerden de drie Industriebonden NVV, NKV en CNV Hoogovens op de knieën te krijgen door een staking af te kondigen. Na een week spande de staalgigant een kort geding aan tegen de bonden. De rechter gaf het bedrijf gelijk, de staking was voorbij. Wel sloegen de stakingen over naar andere bedrijven. Op 1 maart stelden de werknemers van Machinefabriek Breda een ultimatum. Dat gebeurde vervolgens ook bij Ericsson in Rije, Stork in Boxmeer en Dongen, DAF in Eindhoven, Lips in Drunen, VBF in Oosterhout en De Schelde in Vlissingen. Hiermee brak een periode aan met voor Nederland de meest massale stakingen na de Tweede Wereldoorlog. Uiteindelijk legden ongeveer 80.000 werknemers in tweehonderd bedrijven in verschillende sectoren door het hele land het werk neer. De stakingen kostten de bonden ruim 7,7 miljoen euro. Meer dan de helft kwam voor rekening van de Industriebond NVV.

Pasen
In april 1973, net voor Pasen, werd SER-voorzitter Jan de Pous gevraagd op te roepen tot een bestand. Voordeel hiervan was dat de bonden voor hun achterban niet als de ‘boosdoeners’ zouden verschijnen. Een bestand was financieel aantrekkelijk, omdat de bonden tijdens de vrije paasdagen geen stakingsgelden hoefden uit te keren. De SER-voorzitter stemde toe, op één voorwaarde: dat de bonden zouden garanderen dat de staking inderdaad zou worden afgeblazen. Vlak voor Pasen, op 16 april 1973, riep De Pous in het NOS-journaal de partijen op om de onderhandelingsgesprekken te hervatten. ‘Ik voorzie een verslechtering van het sociale klimaat en van de verhoudingen in de bedrijven die nog lang zal doorwerken en die niet zonder gevolgen zal blijven voor de nationale economie.’ Hij zei dat het zijn diepste overtuiging was dat alleen langs de weg van goed overleg structurele verbeteringen tot stand kunnen komen.
Zijn appél had effect. De drie industriebonden vergaderden meteen de ochtend erna en besloten alle stakings- en prikacties op te schorten tot 1 mei. De werkgevers en werknemers gingen weer met elkaar om tafel, in het SER-gebouw, en maakten daar verschillende cao-afspraken. De geslaagde bemiddelingspoging versterkte De Pous’ imago van bruggenbouwer. ‘Hij heeft een lichtpuntje in de sociale duisternis gebracht’, schreef Het Parool op 18 april. ‘Zijn diepe bezorgdheid over de sociale en economische gevolgen van het conflict en het gezag van het pouselijke woord hebben niet nagelaten indruk te maken.’

Verraad
Het afkondigen van dit Paasbestand zette bij veel stakers kwaad bloed, omdat het ‘over hun hoofden’ heen gebeurde. ‘Dit was verraad. Dit was gewoon niet goed te praten. Ze hadden in Driebergen al tot een bestand beslist, maar lieten er ons pro forma nog even over stemmen. Zelden heeft de vakbeweging in een klap zoveel vertrouwen verloren,’ aldus Ben Horssen, voorzitter van de bedrijfsledengroep van de Industriebond NKV bij de NS DM in het boek Een kwestie van principe: Getuigschrift voor stakers: De fascinerende strijd van de Industriebonden in 1973 (Bert van Breij, 1973).
Het hernieuwde overleg tussen bonden en werkgevers resulteerde in het zogeheten Haags Akkoord. Daarin werd overeengekomen dat de procentuele prijscompensatie volledig zou worden berekend voor de laagste salarissen, voor de helft voor de middensalarissen en voor een kwart voor de hoogste. De loon- en salarisverhoging werd deels in procenten en deels in centen gegeven. De eisen van de stakers werden dus niet volledig ingewilligd. Afgesproken werd verder dat uitbreiding van de werkingssfeer van cao’s een zaak was voor het bedrijfstak- en ondernemingsoverleg.

‘Mijnheer SER’
Econoom en oud-minister van Economische Zaken (1959-1963) Jan de Pous (1920-1996) was de langst zittende SER-voorzitter. Hij zat de SER voor van 1 mei 1964 tot 1 februari 1985. Omdat hij zich volledig vereenzelvigde met zijn rol werd hij vaak ‘mijnheer SER’ genoemd. Een andere bijnaam was ‘Jan Compromis’, omdat hij sterk gericht was op consensus. Sommigen vonden zijn neiging om compromissen te sluiten te ver gaan. Critici meenden dat de SER een meer richtinggevende functie had kunnen hebben. Als voorzitter werd De Pous evenwel in brede kring geroemd. Hij genoot groot moreel gezag, ook omdat hij tijdens de Tweede Wereldoorlog actief was geweest in het verzet. De hervormde econoom was lid van de Christelijk-Historische Unie (CHU) en (vanaf 1980) het CDA. Hij was zeer invloedrijk door zijn talrijke functies in het bedrijfsleven.
SERmagazine juli/augustus 2010

Inhoudsopgave

SER 60 jaar
Elf historische momenten
De SER viert in 2010 zijn 60-jarig bestaan. Deze serie blikt terug op elf historische momenten in zijn geschiedenis. Deel 7: 1973 – bemiddeling De Pous bij cao-conflict