Marlies van Wijhe, Zakenvrouw van het Jaar
Familiebedrijven zijn de stabiele factor in de economie, meer dan bedrijven die de hete adem van aandeelhouders in de nek voelen. ‘De behoefte om te cashen is minder; continuïteit staat voorop.’ Marlies van Wijhe, directeur van Van Wijhe Verf, is uitgeroepen tot Zakenvrouw van het Jaar 2010. Op de bres voor familiebedrijven en de maakindustrie.
Berber Bijma
‘Ik heb gewoon een baan erbíj’, roept Marlies van Wijhe (45) uit, net nadat ze een wat uitgelopen telefoongesprek heeft beëindigd. Maar het is geen klacht. Dat ze dit voorjaar de Prix Veuve Clicquot ontving en het hele jaar de titel Zakenvrouw van het Jaar mag dragen, is vooral een grote eer. Erkenning voor haar werk en een buitenkans om thema’s aan de man te brengen die haar hoog zitten: waardering voor het familiebedrijf en voor de maakindustrie. Behalve die twee woorden vallen ook de termen ‘innovatie’ en ‘duurzaamheid’ regelmatig in het gesprek, op het kantoor van Van Wijhe Verf in Zwolle.
Een groot deel van de Nederlandse economie draait op familiebedrijven. Ze creëren samen ongeveer de helft van het bruto nationaal product. Toch hebben ze een wat oubollig imago, merkt Marlies van Wijhe en dat hoort ze ook van collega’s binnen FBNed, de vereniging van Nederlandse familiebedrijven. Tijd voor erkenning, vindt ze. Wat is eigenlijk het verschil tussen familiebedrijven en andere bedrijven? ‘Ze gaan anders met hun geld om. Met name rond het jaar 2000 zag je een groot verschil tussen familiebedrijven en bedrijven met aandeelhouders. Het was in die tijd ‘in’ om zo snel mogelijk zo veel mogelijk geld te verdienen. Dus bracht je een bedrijf op een gunstig moment naar de beurs om te
cashen. Bij een familiebedrijf gebeurt dat niet gauw, omdat continuïteit daar over het algemeen gaat vóór snel geld verdienen. Natuurlijk moet er winst gemaakt worden, maar vooral met het doel die winst weer in het eigen bedrijf te steken. En als het even wat minder gaat, dan maar een jaar wat lagere winst. Een familiebedrijf stelt ontslagen zo lang mogelijk uit. Dat wil niet zeggen dat ik nooit impopulaire maatregelen hoef te nemen. Ik heb vorig jaar door de crisis twintig mensen moeten ontslaan. Met de mensfactor alléén rekening houden in je bedrijf is ook weer niet de bedoeling, want dan kun je juist daardoor de continuïteit in gevaar brengen.’
‘Onderzoekers zeggen dat er bij familiebedrijven ook een andere sfeer op de werkvloer is. Dat vind ik lastig te beoordelen, maar mensen die ik hier rondleid zeggen wel vaak dat alle werknemers zo vrolijk zijn. Het heeft er vast ook mee te maken dat ze weten dat voortbestaan bij ons belangrijker is dan maximale winst. Toen ik in het bedrijf kwam, was de or blij. Ze wisten dat ik als vertegenwoordiger van de volgende generatie het bedrijf zo lang mogelijk zelfstandig wil houden.’
Laboratorium
Van Wijhe Verf besteedt veel aandacht aan innovatie. Op het laboratorium werken tientallen werknemers. ‘Het lab is een verdienste van mijn vader, die een echte techneut is. Hij heeft veel geïnvesteerd in goede technologieën. Ik koester dat, want het is belangrijk. Je moet als bedrijf door, door, door. Anders doet een ander het.’ Op het laboratorium wordt gewerkt aan verbetering van bestaande producten, ontwikkeling van nieuwe producten en nieuwe kleurencombinaties. De grootste innovatie bij Van Wijhe Verf dateert van zo’n 25 jaar geleden, toen het bedrijf een nieuw kleurenmengsysteem op de markt bracht. Tot die tijd hadden groothandels en winkels hun schappen vol staan met kant-en-klare blikken verf in allerlei kleurenreeksen. Dat leverde veel incourante voorraden op: ieder jaar moest een deel van de voorraad weggegooid worden. Van Wijhe bedacht een systeem waarbij met twee basisverven en een reeks kleurpasta’s alle mogelijke kleuren gemaakt kunnen worden. Een basisverf op waterbasis met een paar druppels blauwe en een paar druppels rode pasta levert bijvoorbeeld paars op. Revolutionair, vooral omdat er minder opslagruimte nodig was en er nauwelijks nog voorraden weggegooid hoefden te worden. ‘Het bestaat al meer dan twintig jaar, maar onze concurrenten hebben het ons nog niet kunnen nadoen. Die hebben nog altijd meerdere soorten basisverf nodig.’ Met innovatie werkt het bedrijf zichzelf echter ook weleens tegen, althans op het eerste gezicht. Zo gaat verf steeds langer mee. Moest een gebouw of woning voorheen eens in de drie à vijf jaar overgeschilderd worden; tegenwoordig blijft de verf acht jaar goed. Mooi voor het milieu, maar minder voor de verkoopcijfers. Inderdaad, zegt Marlies van Wijhe. Maar een echt dilemma is het niet. ‘Ik vind duurzaamheid erg belangrijk. Ik maak me genoeg zorgen over de toekomst. Er is alle reden om te werken aan verf die langer meegaat. Duurzaamheid maakt je creatief op andere vlakken. We vinden wel nieuwe ideeën om onze omzet op peil te houden.’
Milieu Uit de productiehallen van Van Wijhe Verf komt zowel oplosmiddelhoudende verf als verf op waterbasis. De voor de hand liggende gedachte dat verf op waterbasis minder milieubelastend is, is onterecht, zegt Van Wijhe. ‘Werken met verf op waterbasis is wel beter in het kader van de arbo, dat is duidelijk. Vandaar dat professionele schilders daar alleen nog maar mee mogen werken als ze binnen schilderen. Maar als je kijkt naar de hele productie- en gebruiksketen, dan zou ik niet durven zeggen welke van beide beter is voor mens en milieu. In oplosmiddelhoudende verf zitten namelijk biomaterialen, terwijl verf op waterbasis helemaal kunststof is. Uit een life cycle-analyse die een jaar of tien geleden op de universiteit van Eindhoven is gedaan, bleek dat oplosmiddelhoudende verf per saldo zelfs beter uitpakt voor het milieu.’ ‘De uitdaging is niet: hoe maken we verf zo dat je het kunt drinken? Duurzaamheid is een veel breder thema. Het gaat over: hoe zorg je ervoor dat verf nog langer meegaat, dat er minder van nodig is en dat er aan nieuwe technologieën gewerkt wordt? Verf zorgt ervoor dat gebouwen langer meegaan en is alleen al daarom een duurzaam product. Hoe langer vastgoed meegaat, des te beter voor het milieu.’
Maakindustrie Marlies van Wijhe wil haar benoeming tot Zakenvrouw van het Jaar ook aangrijpen om meer aandacht te vragen voor de maakindustrie. Ze merkt het zelf in Zwolle: productiebedrijven worden niet serieus genomen. De gemeente heeft zelfs al een plan klaarliggen om het bedrijventerrein waarop een van de beide locaties van Van Wijhe ligt, helemaal voor dienstverlenende bedrijven te reserveren. ‘Die bedrijven zijn voor een gemeente makkelijker en schoner.’ Een onterechte, kortzichtige gedachte, vindt ze. ‘De maakindustrie maakt een groot deel uit van de Nederlandse economie. Misschien zijn wij niet goed genoeg in staat ons enthousiasme daarover over te brengen. Als gemeente en maakindustrie met elkaar optrekken, kun je er samen echt iets moois van maken.’
‘Het Nederlandse schoolsysteem is ook bepaald niet gericht op de maakindustrie. Je moet, ook in het vmbo, allerlei ‘competenties’ aanleren die weinig met ambachtswerk te maken hebben. Het is nu door de crisis even anders, maar een paar jaar geleden was er een tekort aan schilders en over een paar jaar zal dat waarschijnlijk weer zo zijn. Ik merk het ook bij ons: het is lastig om aan goede vaklui te komen. Laatst is een van mijn medewerkers met pensioen gegaan, die er ontzettend van genoot om een mooie bak verf te maken. Ik wou dat ik zulke mensen kon klonen.’ Ze gaat niet lijdzaam afwachten tot de wal het schip keert. ‘We regelen het zelf wel. We hebben bijvoorbeeld ons eigen meerjarig opleidingsplan waarmee we mensen scholen. Maar een beetje hulp van de overheid zou aardig zijn.’
Glazen plafond De komende weken en maanden staat de agenda van Marlies van Wijhe behoorlijk volgeboekt met activiteiten die met de Prix Veuve Clicquot te maken hebben. Waar ze wordt uitgenodigd, zal ze spreken over de thema’s die haar hoog zitten: familiebedrijven, maakindustrie, innovatie en duurzaamheid. De prijs zelf mag dan bedoeld zijn om ‘vrouwelijk ondernemerschap te stimuleren’ – over het glazen plafond gaat ze het niet hebben. ‘Het is niet eens in me opgekomen. Ik zou er ook snel over uitgepraat zijn. Het is goed dat er steeds meer vrouwen in topposities komen, maar het is geen speciaal thema voor me. Tjsa, als ik Mark geheten zou hebben, zou ik de zaken vast anders aangepakt hebben, maar er zijn nu eenmaal meerdere wegen om je doel – continuïteit en groei van je bedrijf – te bereiken.’
Wie is Marlies van Wijhe? Marlies van Wijhe is Zakenvrouw van het Jaar 2010. Ze kreeg dit voorjaar de Prix Veuve Clicquot, die jaarlijks in verschillende landen wordt toegekend aan ‘dynamische, creatieve vrouwen met visie, leidinggevende capaciteiten, innovatieve gaven en doorzettingsvermogen’. Marlies van Wijhe is de vierde generatie aan het hoofd van Van Wijhe Verf. Het bedrijf levert voor de Nederlandse markt verfproducten onder de merknaam Wijzonol – afgeleid van Van Wijhe, zonen en olie – en exporteert naar 25 landen onder de naam Ralston. Haar overgrootvader opende de zaak in 1916. Vandaag de dag zorgen de 215 werknemers samen voor een jaaromzet van 45 miljoen euro. Belangrijkste concurrenten zijn Akzo (eigenaar van Flexa) en PPG (Histor). |