Home | Publicaties | SERmagazine | 2010 | januari 2010 | Oprichting SER in 1950

Draagvlak voor regeringspolitiek

Oprichting SER in 1950

Na de Tweede Wereldoorlog begon de wederopbouw van het land. Daarbij nam de overheid de regie in handen. Er was veel werk te verzetten om economie en samenleving weer op de been te krijgen. En iedereen moest meedoen. De overheid zocht daarom samenwerking met werkgevers en werknemers. Dat resulteerde, na stevige politieke discussies, in 1950 in de oprichting van de SER.

Elke van Riel

‘Het grootste gevaar voor de overheid is dat je niet precies weet wat er aan de basis van de samenleving gaande is en onvoldoende contact hebt met wat er leeft onder de mensen. Daarom is een goed contactorgaan met de realiteit van de maatschappij voor elke regering onmisbaar’, aldus econoom Jan van den Brink (1915-2006) in 1998 in een interview met het (toen nog) SER-bulletin. Hij geldt als de godfather van de SER en was minister van Economische Zaken voor de KVP in het kabinet-Drees van 1948 tot 1952.
De rijen werklozen die in de jaren dertig voor de stempellokalen hadden gestaan, stonden Van den Brink in zijn naoorlogse ministersjaren nog goed voor ogen. ‘Dat mag nooit meer zo gebeuren. Dat is eigenlijk mijn Leitmotiv als minister geworden.’ In de naoorlogse jaren werd er fl ink gediscussieerd over hoe de sociale en economische structuur van Nederland eruit zou moeten zien.

Leden van de politieke en sociaal-economische elite hadden samen in het concentratiekamp in het Brabantse Sint-Michielsgestel gezeten en daar, los van alle zuilen, besproken wat er na de oorlog in Nederland moest gebeuren. Dat leidde tot enorm nuttige contacten, oordeelde Van den Brink vijftig jaar later. ‘Het was heel goed om met elkaar na te denken over wat er zou moeten gebeuren na de oorlog’. Toen de oorlog eenmaal voorbij was, bleek het voor de verschillende zuilen toch niet zo gemakkelijk om het met elkaar eens te worden. Maar dat de rol van de staat groter moest worden, vond iedereen. Er was nogal wat oorlogsschade te herstellen en de economische groei, werkgelegenheid en sociale zekerheid moesten veiliggesteld worden. Maar de overheid kon en wilde die rol niet alleen op zich nemen. Ze zocht samenwerking met werknemers en werkgevers. Er groeide een stemming om de problemen daadkrachtig en gezamenlijk aan te pakken, al duurde het een paar jaar voor er overeenstemming was over de manier waarop dat moest gebeuren.

Meepraten
Al bij zijn aantreden in 1948 had Van den Brink de voorloper van de SER, de Economische Raad, nieuw leven ingeblazen. Die had tijdens de crisis in de jaren dertig over alle belangrijke zaken met de regering overlegd. ‘Daarbij ging ik uit van de gedachte dat, als je voorlopig niet veel aan inkomensstijging kunt doen, je ervoor moet zorgen dat de mensen echt weten waarom dat niet kan en dat hun vertegenwoordigers kunnen meepraten en adviseren, op basis waarvan het kabinet beslissingen kan nemen’, zo verklaarde Van den Brink.

‘Mijn gedachte was: we moeten een vooropzet maken die de samenwerkingsgedachte kan dienen, maar die anderzijds niet het gevaar inhoudt dat er een centraal geleide economie komt die de Nederlandse samenleving blijvend gaat drukken, want dat werkt verkeerd.‘ Uiteindelijk werd in 1950 de SER opgericht. Het zoeken naar draagvlak voor de regeringspolitiek was een van de belangrijkste motieven. Dat blijkt ook uit de woorden die minister van Sociale Zaken Willem Drees sprak bij de installatie: ‘Een regering die niet wil weten wat er leeft bij werkgevers en werknemers, doet zichzelf tekort.’

Redelijk overleg
Econoom prof. Frans de Vries (1884-1958) werd de eerste SER-voorzitter. Hij had vanaf de heroprichting in 1948 ook de Economische Raad voorgezeten. In 1950 verklaarde hij: ‘Sociaaleconomische belangen raken niet alleen de sociale partners, maar de hele gemeenschap. Dat legt de verplichting op van redelijk overleg in het besef van wederzijdse verantwoordelijkheid.’ Daarmee zette hij de toon voor zestig jaar SER.
 
SERmagazine januari 2010

Inhoudsopgave

Elf historische momenten
De SER viert in 2010 zijn 60-jarig bestaan. Deze serie blikt terug op elf historische momenten in zijn geschiedenis. Deel 1: 1950 – de oprichting.
SER 60 jaar