Home | Publicaties | SERmagazine | 2010 | februari 2010 | Kabinet vraagt SER om advies over arbeidsmobiliteit

Kabinet vraagt SER om advies over arbeidsmobiliteit

Overheid dreigt de slag om mensen te verliezen

Het kabinet wil van de SER weten hoe het de arbeidsmobiliteit tussen de publieke en private sector kan stimuleren. Maar de regering moet hierin vooral het eigen personeelsbestand in het oog houden. ‘Want zoals de zaken nu staan, dreigt de publieke sector de concurrentieslag om de juiste mensen keihard te verliezen.’

Felix de Fijter

‘Met het oog op de vergrijzing zijn er de komende tien jaar alleen al bij de Rijksdienst jaarlijks 3600 vervangende mensen nodig. Dat zijn er veel.’ Ruud Muffels, hoogleraar Arbeidsmarkt en Sociale Zekerheid aan de Universiteit van Tilburg, adviseerde onlangs het ministerie van Binnenlandse Zaken over het arbeidsmarktbeleid. Hij constateerde net als het kabinet dat de nodige mobiliteit de nu vrij starre arbeidsmarkt goed zou doen. ‘De overheid mag dan van plan zijn het aantal ambtenaren fors terug te dringen, het is maar de vraag of het lukt om met minder mensen hetzelfde werk te doen. Dergelijke plannen zijn al vaker gesneuveld.’
Hij verwacht dat de bezuinigingen op korte termijn nog niet tot minder behoefte aan personeel leiden, waardoor r snel weer een tekort aan mensen ontstaat op de arbeidsmarkt. ‘Zeker als de economie verder aantrekt.’
Muffels denkt dan ook dat een toename van de arbeids- mobiliteit hard nodig is, met name binnen de publieke sector. Want juist daar is de flexibiliteit die het kabinet graag ziet, ver te zoeken. De arbeidsmobiliteit is in het algemeen het hoogst onder jongeren en hoogopgeleiden, zo blijkt uit onderzoek van onder meer TNO. Dat schrijft ook minister Ter Horst in haar adviesaanvraag aan de SER. Maar de overheid weet daar volgens haar niet van te profiteren: ‘De overheids- en onderwijssectoren kennen de laagste intersectorale mobiliteit naar binnen en naar buiten, ondanks het grote aantal hoger opgeleiden in die sectoren.’
Dat voorspelt niet veel goeds voor de overheid, aldus Muffels. ‘Ik denk dat veel jongeren op een krappe arbeidsmarkt de stap naar de overheid niet snel zullen maken. De werknemer van vandaag vraagt om een goede mix tussen arbeid en privé, doorgroeimogelijkheden en uitdaging in zijn baan. De overheid moet in de sfeer van de secundaire en tertiaire arbeidsvoorwaarden een inhaalslag maken.’ Want de overheid heeft niet bepaald het imago van de ideale werkgever. ‘Er moet boter bij de vis, anders zal de overheid de concurrentieslag met de private sector verliezen. Die is de publieke sector stappen voor. De arbeidsvoorwaarden zijn niet concurrerend genoeg. En dan gaat het niet alleen over het inkomen, maar ook om uitdaging en toekomstperspectief.’

Fijne collega’s
Een goed salaris is niet het belangrijkste als je kijkt naar de drijfveren voor werknemers binnen het bedrijfsleven, weet Arjen Verhoeff van werkgeversorganisatie AWVN. ‘Inkomen staat al dertig jaar op vijf.’ Belangrijker is volgens Verhoeff de arbeidsinhoud. ‘Is de baan leuk?
Hoe zit het met de baas? Geeft het werk genoeg uitdaging? En zijn er fijne collega’s? Dat zijn de vragen die zich primair aandienen.’
‘Het is duidelijk dat de toestroom van nieuwe mensen voor hbo-functies en technische functies op de hele arbeidsmarkt niet voldoende blijft. Over een paar jaar zijn de juiste mensen ‘op’; de voorberekeningen van bijvoorbeeld het Instituut voor het MKB zijn daar duidelijk over. Het is de vraag of beleid op gebied van arbeidsmobiliteit, bijvoorbeeld via de cao’s, daar veel aan kan veranderen. We zullen ook moeten kijken naar manieren om oudere werknemers langer aan het werk te houden’, aldus Verhoeff. ‘Uit een onderzoek van de Stichting Management Studies blijkt bijvoorbeeld dat veel ex-werknemers best langer hadden willen doorwerken, als de baas het maar gevraagd had.’
Toch vindt Verhoeff het net als Muffels zinvol om het gesprek tussen de publieke en private sector op gang te brengen. Dat is ook het advies van Muffels: ‘Er moeten convenanten worden gesloten en concrete afspraken worden gemaakt om de onderlinge mobiliteit te bevorderen. De overheid moet expliciet gaan vissen in de arbeidsvijver van de private sector. Dat is ook in het belang van het bedrijfsleven, want ontslagen werknemers komen dan makkelijker weer aan een baan.
Bij overheidsvacatures en overschotten op de arbeidsmarkt is de overheid nu veel eerder geneigd intern naar oplossingen te zoeken. Zo komt de gewenste arbeidsmobiliteit van bedrijfsleven naar overheid nooit op gang.’
 
Fijne collega’s
Een goed salaris is niet het belangrijkste als je kijkt naar de drijfveren voor werknemers binnen het bedrijfsleven, weet Arjen Verhoeff van werkgeversorganisatie AWVN. ‘Inkomen staat al dertig jaar op vijf.’ Belangrijker is volgens Verhoeff de arbeidsinhoud. ‘Is de baan leuk?
Hoe zit het met de baas? Geeft het werk genoeg uitdaging? En zijn er fijne collega’s? Dat zijn de vragen die zich primair aandienen.’
‘Het is duidelijk dat de toestroom van nieuwe mensen voor hbo-functies en technische functies op de hele arbeidsmarkt niet voldoende blijft. Over een paar jaar zijn de juiste mensen ‘op’; de voorberekeningen van bijvoorbeeld het Instituut voor het MKB zijn daar duidelijk over. Het is de vraag of beleid op gebied van arbeidsmobiliteit, bijvoorbeeld via de cao’s, daar veel aan kan veranderen. We zullen ook moeten kijken naar manieren om oudere werknemers langer aan het werk te houden’, aldus Verhoeff. ‘Uit een onderzoek van de Stichting Management Studies blijkt bijvoorbeeld dat veel ex-werknemers best langer hadden willen doorwerken, als de baas het maar gevraagd had.’
Toch vindt Verhoeff het net als Muffels zinvol om het gesprek tussen de publieke en private sector op gang te brengen. Dat is ook het advies van Muffels: ‘Er moeten convenanten worden gesloten en concrete afspraken worden gemaakt om de onderlinge mobiliteit te bevorderen. De overheid moet expliciet gaan vissen in de arbeidsvijver van de private sector. Dat is ook in het belang van het bedrijfsleven, want ontslagen werknemers komen dan makkelijker weer aan een baan.
Bij overheidsvacatures en overschotten op de arbeidsmarkt is de overheid nu veel eerder geneigd intern naar oplossingen te zoeken. Zo komt de gewenste arbeidsmobiliteit van bedrijfsleven naar overheid nooit op gang.’

Andersom gebeurt het wel: werknemers uit de publieke sector stappen regelmatig over naar het bedrijfsleven. De overheid klaagt er zelfs over dat het bedrijfsleven talentvolle werknemers wegkaapt bij de overheid.
Als gevolg daarvan zijn overheden voor specifieke kennis vaak afhankelijk van externe bedrijven en bureaus omdat ze de benodigde kennis zelf niet meer in huis hebben.
‘De ervaring die een werknemer bij de overheid opdoet, blijkt vaak een goede opstap voor het bedrijfsleven’, zegt Job Holtrigter van SAM Headhunting in Amsterdam. ‘Wij als headhunters worden wel eens beticht van het wegstelen van mensen, maar ik zet niemand een pistool tegen het hoofd. Als je het naar je zin hebt bij de overheid, blijf je wel zitten.
Als de overheid kampt met personeelstekorten, dan is het misschien zaak om te kijken naar cultuur en uitstraling. Waarom moet een talentvolle werknemer kiezen voor de overheid in plaats van het bedrijfsleven? Wat heeft de overheid te bieden?
Dat zijn belangrijke vragen.’


Sint Antonius: TOP Employer
Het is niet overal binnen de (semi)publieke sector kommer en kwel. Zo heeft het Sint Antonius Ziekenhuis in Nieuwegein en Utrecht als een van de grootste werkgevers in de regio ‘zeker geen probleem met haar bekendheid op de arbeidsmarkt’, zegt Marjo van Son van de afdeling Personeel en Organisatie van het ziekenhuis. ‘We hebben de afgelopen jaren hard ingezet op imago en ons gepositioneerd als goede werkgever. We zijn nadrukkelijk naar de carrièremogelijkheden en het ontwikkelingsperspectief van onze medewerkers gaan kijken. De afgelopen jaren hebben we veel geïnvesteerd in de werktevredenheid van medewerkers en dat blijkt achteraf een verstandige koers. Uit verschillende onderzoeken blijkt dat we ons kunnen meten met werkgevers in de private sector. Zo zijn we voor de derde keer op rij uitgeroepen tot TOP Employer door onderzoeksbureau CRF, en hebben we als eerste ziekenhuis in Nederland de Investors in People-erkenning behaald.’ 
 
SERmagazine februari 2010

Inhoudsopgave