Home | Publicaties | SERmagazine | 2010 | februari 2010 | Tien jaar Instituut Asbestslachtoffers

Tien jaar Instituut Asbestslachtoffers

Asbest: van wondermiddel tot monster

Het leek een wondermiddel, maar het bleek een monster. Sinds 1993 zijn alle vormen van asbest in Nederland verboden. De gevolgen kunnen zich echter na tientallen jaren nog openbaren. Het Instituut Asbestslachtoffers keert sinds tien jaar tegemoetkomingen en schadevergoedingen uit aan slachtoffers. Maar belangrijker dan geld is, volgens IAS-directeur Machiel van der Woude, de erkenning.

Arjan Visser

Machiel van der Woude (60) werd bij de oprichting in 1999 directeur van het Instituut Asbestslachtoffers (IAS). Komend van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid wist hij hoe ambtelijke molens draaien. Hij had ook al eerder met werkgevers en verzekeraars aan tafel gezeten, maar, zegt hij, ‘de asbestwereld was mij onbekend.’

Hoe ziet die wereld er dan uit?
‘Asbest is van een wondermiddel verworden tot een monster. Vijftig jaar geleden stonden mensen nog tot hun enkels in die troep te werken, nu wordt, als in een gymzaal de bal het plafond raakt en er wat asbest naar beneden dwarrelt, onmiddellijk de hele school gesloten. Maar de asbestproblematiek is vooral de wereld van ernstig zieke mensen die vaak langdurig en intensief hebben blootgestaan aan asbest. Meestal betreft het de ziekte mesothelioom, ook wel asbestkanker genoemd, die zich pas tientallen jaren later openbaart. Tussen de diagnose en het overlijden van de patiënt zit aanmerkelijk minder tijd; de meesten sterven binnen een jaar.’

Krijgt u dat leed zelf ook onder ogen?
‘Niet direct, maar we volgen het werk van de dossierbehandelaars – empathische mensen met kennis van zaken – die ook voor het IAS de huisbezoeken afleggen, natuurlijk op de voet. We doen belevingsonderzoek, als het dossier is afgerond, sturen we een enquêteformulier, we publiceren, we rapporteren – we zijn een lerende organisatie die voor een zeer kwetsbare groep werkt. Een asbestslachtoffer komt bij een longarts die vaststelt dat hij nog maar kort te leven heeft. De impact van zo’n boodschap is enorm.’

Als mensen zo snel komen te overlijden, moet het IAS ook snel handelen.
‘Precies. Daarom hebben we de voorwaarden voor een tegemoetkoming via de Regeling tegemoetkoming asbestslachtoffers (TAS) versoepeld. De tegemoetkoming wordt nu als voorschot uitgekeerd, normaal gesproken binnen twee maanden nadat we de aanvraag hebben ontvangen. Voorheen was de aanvrager meestal al overleden op het moment dat tot betaling kon worden overgegaan. De ziekte is dertig of veertig jaar eerder opgelopen, administraties bestaan niet meer, collega’s zijn overleden, zaken zijn verjaard…’

Verjaard? Hoe is dat mogelijk?
‘Ja, dat is ingewikkeld; die verjaringsproblematiek is in Nederland voor oude gevallen nog steeds niet opgelost. Dat komt doordat twee rechtsprincipes met elkaar strijden. Enerzijds is er de rechtszekerheid waarbij werkgevers en verzekeraars ervan uit mogen gaan dat een aanspraak niet voor eeuwig kan blijven bestaan, anderzijds is er het principe van de redelijkheid en billijkheid. Je kan pas tientallen jaren na de asbestblootstelling een vergoeding aanvragen of een schadeclaim indienen, omdat je dan pas ziek wordt. In 2000 heeft de Hoge Raad een aantal criteria geformuleerd waaraan de lagere rechters kunnen toetsen of een zaak al dan niet verjaard is. Helaas leiden die criteria weer tot discussies; ik had liever gezien dat de Hoge Raad een meer algemene norm had geformuleerd.’
‘Een ander lastig onderwerp is de reikwijdte. Nu richt het instituut zich op de mesothelioomslachtoffers, maar er zijn nog twee andere groepen die voor vergoeding in aanmerking zouden kunnen komen: mensen met asbestose – een stoflongziekte – en longkanker als gevolg van asbestblootstelling. Het is echter lastig om vast te stellen of longkanker door asbest is veroorzaakt. Als iemand met longkanker ook jarenlang heeft gerookt, welk deel is dan bepaald door zijn verslaving en welk deel door blootstelling aan asbest? Er bestaan formules om zoiets uit te rekenen, maar het blijft ingewikkeld.’

Wat ziet u als het hoogtepunt van de afgelopen tien jaar?
‘Dat het in Nederland mogelijk is om, zonder enorme juridische strijd, snel en kosteloos een tegemoetkoming en vaak ook een schadevergoeding te kunnen krijgen.
Als je het vergelijkt met de manier waarop dat in het buitenland wordt geregeld, doen wij het goed. Dat wordt in het buitenland ook erkend. En het mooie is dat wij, met onze kennis en ervaring, kunnen helpen in landen zoals China en India, waar de asbestproblematiek nog in alle hevigheid gaat losbarsten.’

Eigenlijk een wonderlijke gedachte: hoe sneller het IAS zich kan opheffen, hoe beter.
‘Ja, dat is zo. De verwachting is dat het aantal slacht-offers na 2017, 2018 geleidelijk aan zal teruglopen.
In 1978 werd het blauwe asbest verboden en sinds 1993 is er een verbod op alle soorten van asbest in Nederland. Overigens is het land nog vergeven van de asbest; er bestaat dus nog steeds gevaar dat men wordt blootgesteld, maar de wet- en regelgeving en de handhaving daarvan zijn van dien aard dat er in de toekomst veel minder slachtoffers zullen vallen.’

Is uw werk bevredigend?
‘Ja, het is een mooie functie. Er is gekozen voor een polderaanpak waarbij veel partijen betrokken zijn, dus er moet flink onderhandeld worden en dat ligt me wel. Overigens moet ik in de dagelijkse praktijk nog steeds verduidelijken dat we géén belangenbehartiger zijn.
Dat wil zeggen: we behartigen net zo goed de belangen van de werkgevers en verzekeraars als die van de asbestslachtoffers, door zo objectief mogelijk vast te stellen of er sprake is van mesothelioom, van een relevante asbesthistorie en van aansprakelijkheid. Daarnaast is het een veelzijdige problematiek: met een politieke, medische – er loopt een medisch onderzoeksprogramma – juridische en een arbeidshygiënische kant. Kortom: een allround baan waar je niet zo snel op uitgekeken raakt.’

De kennis van het Instituut overdragen in het buitenland, is misschien na tien jaar óók wel een mooie uitdaging…
‘Absoluut. Ik heb nog geen vastomlijnde plannen, maar ik zou me goed kunnen voorstellen dat ik het over een paar jaar leuk vind om zoiets op te pakken. Organiseren, dingen regelen, voorlichting geven: dat past mij wel. En er is nog een hoop te doen.’

Wanneer wordt het voor u moeilijk, op persoonlijk vlak?
‘Bijvoorbeeld als iemand om louter procedurele reden geen tegemoetkoming krijgt en ik er niets aan kan doen. Ik herinner me een man die als nabestaande een aanvraag had ingediend. Ik had zijn zaak nog eens extra bepleit bij de Sociale Verzekeringsbank, maar hij viel net buiten de regeling. Ik was tijdens ons gesprek even weggelopen, kwam terug en zag dat hij mijn bureau had bedolven onder de foto’s van zijn vader. Hij was echt ten einde raad. Hij zocht erkenning en die kreeg hij niet. Erkenning blijkt keer op keer een belangrijke drijfveer.’


Instituut Asbestslachtoffers (IAS)
Instituut Asbestslachtoffers (IAS) werd in 1999 als zelfstandige stichting opgericht door het Comité Asbestslachtoffers, werknemersorganisaties, werkgeversorganisaties, het Verbond van Verzekeraars en de overheid. De stichting kent een onafhankelijk bestuur. De dagelijkse leiding is in handen van een directeur. Grondslag van het IAS is het Convenant Instituut Asbestslachtoffers. Daarin onderschrijven de samenwerkende organisaties de noodzaak van een snelle en zorgvuldige afhandeling van schadeclaims van asbestslachtoffers.
Het IAS adviseert de Sociale Verzekeringsbank over het recht op een tegemoetkoming van 18.106 euro (2010) voor asbestslachtoffers met de ziekte mesothelioom.
Het bemiddelt tussen (ex-)werkgevers of hun verzekeraars over het betalen van een schadevergoeding van 57.111 euro (2010). Van de 3600 aanvragen sinds 2000 zijn er inmiddels 3350 afgerond. Meer dan 80 procent van de aanvragers ontvangt de tegemoetkoming binnen twee maanden en een schadevergoeding binnen zes maanden. Het instituut geeft ook voorlichting op het gebied van slachtoffers, werkgevers, verzekeraars en intermediaire organisaties. De resultaten van het onderzoek dat IAS doet, worden breed verspreid.
 
SERmagazine februari 2010

Inhoudsopgave

Instituut Asbestslachtoffers (IAS)